2022

CAMINO

ROTTERDAM - SANTIAGO






WILLEM GERRITSEN

Op de weg die hongert naar de stilte.
Zo sprak op de Camino het leven,
in raadsels van blubber, bomen en regen.
Die ik in nederigheid mocht ontvangen als zegen
!” 

Tjeerd Vrielink 

Dag 1. 12-2-2022. Rotterdam - Maassluis, 18 km. 
Met pelgrimspaspoort op zak en daarin de eerste stempel, een simpele pijl gezet door een bereidwillige vrijwilliger van de Rotterdamse Laurenskerk, en een half gevulde rugzak op weg naar de ‘Jacobsen Die Haghe’, de Camino richting het zuiden die langs Maassluis loopt. Het gaat grotendeels door de straten van Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen maar tenslotte komt het platteland aan de beurt tot aan Maassluis, een mooi oud stadje en leuk om doorheen te lopen, vooral nu het een zonnige dag is. In een mooi grand café beloon ik mijzelf met een cappuccino en appeltaart. Terug naar huis met de metro.

Dag 2. 14-2-2022. Maassluis - Stellendam, 25 km. Totaal 43 km. 
Een onverwacht zonnige dag. Met de pont over het Scheur naar Rozenburg. Een beetje regen, maar dat houdt al snel op. De zon   


2

 

gaat zelfs schijnen. Eerst over een aantal bruggen en spectaculaire waterwerken,  daarna door het platteland van Voorne-Putten naar Brielle. Het lopen gaat goed. In de loop van de middag wordt het door een harde wind bij een graad of tien steeds frisser, vooral op de Haringvlietdam waar de wind vrij spel heeft. Een indrukwekkend bouwwerk. Ik loop naast de enorme kleppen die het zeewater weren. Ik ben blij als ik aan de overkant bij Werkendam in de bus naar Spijkenisse op temperatuur kan komen. Daarvandaan snel met de metro naar huis. 

Dag 3. 22-2-2022. Werkendam - Renesse, 29 km. Totaal 72 km. 
De rugzak is vandaag geheel gevuld met acht kilo om te voelen hoe dat loopt. Veel wind en een beetje regen. Goed weer om m’n poncho te testen. Het is geen succes. Nadat ik hem met veel moeite over de rugzak heb gekregen blijkt hij veel te klein te zijn en bij windkracht 6 klappert hij in de wind. Gelukkig houdt de regen snel op en kan die weer uit. Dit deel van Zeeland is in mijn ogen heel aantrekkelijk. Duinen en vergezichten over de Noordzee. Het lopen gaat goed maar is vermoeiend. Eén van mijn telescoop-stokken is niet goed vast te zetten en zakt telkens in. Dat ga ik morgen repareren. De te grote knokkels aan de handvatten heb ik weggevijld, dat voelt beter. 
Het is erg koud tijdens het half uur wachten op de bus richting huis. De chauffeur biedt mij een beker koffie aan! Hoe leuk kan een Camino zijn. Hij is heel geïnteresseerd en denkt erover het ooit zelf te gaan doen. Nog twee etappes tot Vlissingen, het startpunt voor mijn Camino in april. 

3

Dag 4. 5-3-2022. Renesse - Middelburg, 37 km. Totaal 109 km. 
Na Renesse meteen een natuurgebied in, stil en mooi. Strakblauwe lucht waardoor het warm aanvoelt ondanks dat het maar een paar graden boven nul is. Jas uit! In Burgh Haamstede is een bakkerij goed voor een zoete Zeeuwse ‘bolus’ en een cappuccino. Eén van de verkoopsters komt een gezellig praatje met mij maken terwijl ik buiten op een bankje in de zon zit. Verder over de pijlerdam en de Oosterscheldekering via het mini-eilandje Neeltje Jans naar Veere. Bijzondere waterwerken, mooie brede stranden en duinen. Het gaat lekker, dus loop ik verder dan het plan was naar de fraaie oude stad Veere. Na de verplichte koffie met appeltaart en een cola ga ik naar een bushalte waar blijkt dat de bus op zaterdagen, vandaag dus, niet rijdt. Wat anders kan ik dan verder te lopen? Die 7 kilometers naar Middelburg kunnen er wel bij. Op het treinstation ontmoet ik een 79-jarige vitale dame met wie ik een lang en leuk gesprek heb over reizen, Camino’s en spiritualiteit. Wij houden elkaar aangenaam bezig. 

Dag 5. 1-4-2022. Middelburg - Vlissingen Veerhaven, 8 km. Totaal 117 km. 
Mijn vrouw Ellen en ik verblijven in een strandhotel in Vlissingen. Het is een ijzig koude dag met sneeuw. In diverse winkels gaan  

4

we op zoek naar een warme muts maar die zijn haast niet meer te krijgen in deze tijd van het jaar. Gelukkig vinden wij in een warenhuis een muts en een buff in de uitverkoop. Samen met Ellen loop ik met twee jassen over elkaar en de nieuwe muts en buff van Middelburg naar Vlissingen langs het Kanaal door Walcheren. Waarschijnlijk het saaiste en kortste stuk van de hele reis maar niet minder aangenaam om met haar een stukje Camino te lopen. In de St. Jacobskerk wordt ik letterlijk en figuurlijk warm ontvangen en wordt een stempel in mijn credencial gezet. Het ritueel wordt gecompleteerd met het aansteken van een kaars. Buiten staat een gedenkteken met een profetische tekst:
‘Op de weg die hongert naar de stilte. Zo sprak op de Camino het leven, in raadsels van blubber, bomen en regen. Die ik in nederigheid mocht ontvangen als zegen!’

5

Dag 6. 2-4-2022. Vlissingen - Lembeke, 36 km. Totaal 153 km. 
Ellen brengt mij naar het veer Vlissingen - Breskens. 
De opkomende zon laat het water van de Schelde glinsteren. Vanaf nu ga ik pas terug naar huis als ik Santiago heb bereikt. De overtocht voelt als een rite de passage. Van de zekerheden van het huiselijk bestaan naar de zekerheden van het universum op de Camino. 
Er staat een koude wind maar af en toe is het warm van het lopen in de zon. Aan het eind van de middag dien ik een verzoek in bij Sint Jacobus om een slaapplaats te regelen. Dat wordt binnen 15 minuten gehonoreerd. Ik sta stil en klungel wat met mijn telefoon omdat ik nog niet zo goed weet hoe de navigatie werkt, als een kleine auto met een rommelig interieur stopt. De chauffeur is als een heer gekleed. We maken een praatje en hij stelt zich voor als Gonzales Graaf d’Alcantara. Ik loop op zijn landgoed bij kasteel Aveschoot (1785) en zou hem niet ontmoet hebben als ik niet verkeerd was gelopen. Een typisch camino-wonder. Ik vraag hem of ik ergens op zijn terrein mag staan met mijn tent. Dat is goed, maar “laten we eerst een kopje thee drinken.” Heerlijk gedoucht in één van de slaapkamers van het kasteel. Na de thee bereidt de graaf een maaltijd: garnalen-cocktail en lasagne. Wij hebben een mooi gesprek over onder meer spiritualiteit. De graaf is een bijzonder aardige, spirituele en begaafde man, die ideële plannen heeft met zijn landgoed en zijn pachters. 
En nu met alle kleren en jassen aan de slaapzak in, muts op, sokken aan, want het wordt vannacht omstreeks nul graden. Had ik z’n aanbod om binnen te slapen maar moeten aannemen… 


6

Dag 7. 3-4-2022. Lembeke - Gent, 27 km. Totaal 180 km. 
Het was koud vannacht. Muts op en diep weggedoken onder de slaapzak was het toch nog onbehagelijk en bovendien was m’n luchtkussen lek. Dat slaapt niet lekker. Douw op de tent is bevroren als rijp. 
Ik word uitgezwaaid door een chique echtpaar wat op het terrein woont. “Waarom heeft u niet in het kasteel geslapen?” Ik antwoord dat ik wat schroomvallig was om dat aanbod aan te nemen. “Dat had echt niet gehoeven: hij heeft zestien slaapkamers!” 
Zonnig weer en weinig wind, dus in Waarschoot bij de afgebrande en verrassend herbouwde St. Ghilenuskerk mijn donsjasje uitgetrokken. De laatste twee bananen gegeten en roggebrood met kaas. De café’s zijn nog dicht. Om half één en 14 kilometer verder is er een kop koffie. 
Vannacht een echt bed in een hostel te Gent. Ik heb de hele kamer met twee stapelbedden voor mijzelf. De komende dagen gaat het regenen. Lopen met regen is al erg genoeg, nat een tentje in is te veel gevraagd van deze met elektrisch verstelbare bedden en een Japanse douche-wc verwende pelgrim, maar het zal nog een hele puzzel worden om in deze contreien een bed te vinden. 


7

Dag 8. 4-4-2022. Gent - Oudenaarde, 30 km. Totaal 210 km. 
Even is het droog en dan begint het heel zachtjes te motregenen. Hoe verder de dag vordert, hoe talrijker en dikker de druppels. Het gaat door alles heen, zelfs door mijn splinternieuwe poncho. In Gavere tref ik een openbaar toilet, bestemd voor mobilhomes. Het is er schoon en warm dankzij een elektrische radiator, die ik in de hoogste stand zet en waarmee ik mijn jasje kan drogen. De enige passant die ik onderweg zag vertelde mij dat er cafés zijn. Jawel, maar op deze maandag allemaal gesloten behalve een restaurant, waar ik uitgebreid met een jongedame heb zitten praten onder het genot van een warme kop kervelsoep en café au lait. Zij zou ook wel een Camino willen lopen, maar durft het niet. Ik zeg haar wijselijk dat zij dan juist moet gaan. Zij heeft me in m’n poncho geholpen en ging zelfs op haar knieën om het onderste knoopje dicht te doen. 
Uiteindelijk beland ik bij Anne en haar man in Oudenaarde, ‘Pelgrims voor pelgrims’. Mijn natte spullen worden liefderijk opgehangen rond de kachel en voor mijn schoenen krijg ik kranten aangereikt waarmee ik ze kan vullen en voor de kachel laten drogen. Anne heeft voor mijn komst een Santiago-taart gebakken. Die staat direct achter de voordeur in de woonkamer op een tafel te pronken. Hij blijft drie weken vers maar is volgens haar man dan alleen nog maar met een kettingzaag te snijden. Anne is belangrijk bij de Vlaamse compostela-club. Zij leeft

8  

er voor, in tegenstelling tot haar man, met wie ik het overigens heel goed kan vinden. Samen maken we de ene grap na de andere. Later blijkt, dat hij aanvankelijk minder enthousiast was over de komst van deze pelgrim, waarmee hij in zijn eentje opgescheept zou komen te zitten omdat Anne ‘s avonds naar haar koor gaat, maar hij erkent dat mijn gezelschap hem is meegevallen, “zoals altijd met die pelgrims”. Het huis is traditioneel ingericht. Er is een ruime woonkamer, een keukentje, twee slaapkamers, waarvan één als werkkamer is ingericht en een zolder, die vol staat met spullen van een zoon die in Uruguay woont. Ik zal er de nacht doorbrengen. Het huis ruikt naar kat. Die kat ligt onder de kachel te slapen. Na het douchen dineren wij met aardappelpuree, hartige taart, schelvis en iets wat op spinazie à la crème lijkt. Anne informeert mij over haar talloze Camino’s. Zij ontving een “Goddelijke vonk” bij het Cruz del Ferro. Vanavond begeleidt zij een koor op de piano. Haar man en ik doen al grappend de afwas van een half jaar. Na het genot van enkele glazen zelfgemaakte vlierbesbloesemwijn ga ik naar bed. Mijn zolderkamer is bereikbaar door de slaapkamer van het echtpaar en voorzien van een emmer ten behoeve van mijn eventuele behoeftes. Wij spreken af dat zij om kwart voor acht opstaan en ik om acht uur om gênante confrontaties te vermijden. Dit was een natte maar heerlijke dag met een warm onthaal bij deze sympathieke mensen. 

9

Dag 9. 5-4-2022. Oudenaarde - Doornik (Tournai), 48 km. Totaal 258 km. 
Na een prima en gezellig ontbijt word ik, voorzien van taart en quiche door het echtpaar uitgezwaaid. Het regent een beetje maar met poncho en gamaschen gaat het goed. Ik loop rustig om m’n linker been te ontzien. Om een uur of één lunch ik op m’n super lichte stoeltje van 500 gram onder een viaduct. Daarna klaart het op en blijft het droog. M’n been doet het steeds beter. Bij Avelgem zie ik voor het eerst een pijl naar Santiago! De temperatuur loopt op naar 16 graden. Wat een verschil met gisteren. Er zijn weinig voordelige onderdakadressen. Die ik plande blijkt gesloten. Dan nog maar een stuk verder lopen naar een jeugdherberg in Doornik. Onderweg wordt ik hartelijk ontvangen door een Nederlands kapiteins-echtpaar op een binnenschip dat ligt te wachten voor een sluis in de Schelde. Koffie! Dat heb ik de hele dag nog niet gehad. Gezellig kletsje en weer verder. Ze geven me twee mandarijnen mee. 
Ik vervolg mijn tocht over een jaagpad langs de Schelde. Voor een dikke boom zie ik een wit konijntje rechtop zitten. Het lijkt wel een pluchen konijn wat door een kind is achtergelaten, maar het is wel degelijk een echt konijn want bij mijn nadering verdwijnt het in zijn holletje onder een boom. Ik besef hoe bijzonder dit is: een spierwit konijn op een plek waar verder geen konijnen leven en krijg de ingeving op internet te zoeken naar de betekenis van een wit konijn en vind onmiddellijk het antwoord: 

10

“Het witte konijn is een teken van de mogelijkheid tot spirituele verlichting en een ontmoeting met het Goddelijke. Het witte konijn symboliseert een uitnodiging om uit het gewone leven te stappen en een buitengewone reis te gaan maken.” 
Ik ben verrast. 
Als kind in de zwartekousenkerk van mijn ouders had ik tijdens ellenlange diensten voldoende tijd om na te denken. Zo maakte ik in mijn hoofd onderscheid tussen twee soorten mensen: mensen die eenvoudigweg in God geloofden, en mensen die God op de één of andere manier kenden uit direct contact met Hem. Dat leek mij een degelijker overtuiging. Zo dacht ik dat de dominee professioneel in direct contact met God zou moeten staan. Het leek mij minder waarschijnlijk, dat hij zomaar wat beweerde, zonder dat hij dat uit de Eerste Hand had vernomen. Bovendien had hij daarmee gegarandeerd een toegangsbewijs tot het eeuwige leven in de hemel. Dat leek mij wel wat. 

Die kinderlijke gedachten legden de basis voor mijn levenslange belangstelling voor spirituele ervaringen. Meditatie heb ik veel geprobeerd om zo tot de wondere wereld van het universum door te dringen. Beperkt succes, tot ik hier langs de Schelde de ingeving kreeg om te zoeken naar de betekenis van het witte konijn. Het antwoord is voor mij opzienbarend en een teken, dat ik niet alleen loop, dat Iets mij vergezelt. 

Na een veel te lange wandeling kom ik in Doornik aan. De sleutel van het hostel ligt in een kluisje bij de voordeur klaar. Het is er warm, schoon en rustig. 


Dag 10. 6-4-2022. Doornik - Vicq, 35 km. Totaal 293 km. 
In de ontbijtzaal van het hostel zitten twee vriendinnen met hun zeven keurige kinderen te eten. Eén van de kinderen vraagt naar de schelp die aan mijn rugzak hangt. Ik vertel over het pelgrimeren naar Santiago en over het witte konijn. De moeders willen ooit een Camino lopen. Voor het verlaten van de stad wil ik eerst een stempel halen in de Eglise St. Jacques. Een medewerker stapt uit een zijdeur en geeft mij aanwijzingen waar ik de stempel kan krijgen, anders had ik het nooit gevonden. En weer weet ik: ik loop niet alleen. Bij een bakker koop ik flan, een soort gestolde en geflambeerde pudding vol calorieën: energie om op te lopen. 
Nog steeds volg ik de Schelde en zie wel waar ik kan overnachten. Het was niet het plan om veel te lopen, maar alle overnachtingsadressen in m’n gids bestaan niet meer. Ik passeer de grens met Frankrijk! 

11

Tenslotte loop ik door naar een B&B, ‘Secret d’une Nuit’, waar de telefoon ook niet wordt opgenomen maar gelukkig gaat de deur toch open als ik aanbel en kan ik daar terecht. Er komt slecht weer, liever dus niet in m’n tent. De kamer heeft een douche en een bad en is bijzonder ingericht met een vijver, compleet met vissen en een watervalletje. 

Dag 11. 7-4-2022. Vicq - Maroilles, 42 km. Totaal 335 km. 
Vandaag loop ik niet langer langs de Schelde. Eerst veel huizen, daarna heuvels. Veel regen. Na een koffiestop om een uur of elf komt de zon en gaat het harder waaien. Ik durf niet met de tent in een bos te staan: het waait veel te hard en riskeer liever niet dat een boom op mijn tent valt. Na een lange wandeling over veelal modderige paden stop ik bij een camping waar ik voor vijf euro de nacht doorbreng. Morgen wordt een koude natte dag en m’n rechterknie deed pijn vandaag, dus wil ik het rustig aandoen ofschoon ik mij dat al vaker tevergeefs heb voorgenomen. Vanavond in een restaurant canard gegeten, met een glas Macon. Zo kan ik er weer een paar dagen tegen. 

Dag 12. 8-4-2022. Maroilles - Le Nouvion-enThiérache, 17 km. totaal 352 km. 
Inderdaad veel regen maar nauwelijks wind, dat maakt het dragelijker. Een vriendelijke Française helpt mij in m’n poncho. Het is lastig om die over de rugzak te krijgen. Mijn knie is weer goed. Dat is een zorg minder. 

12

Prachtig glooiend land, met heggen doorsneden. Een mooi kapelletje voor moeder Maria. Het weer probeert mij danig in de wielen te rijden met regen en lage temperaturen. Ik moet daardoor mijn route telkens aanpassen. Is het onverwachts beter weer, dan loop ik meer kilometers en andersom dus minder. Vandaag maar een schamele 17 kilometer en morgen idem. Het is te koud en te nat om in een tentje te overnachten, terwijl dat juist dé methode is in Frankrijk, waar weinig geschikte adressen zijn. Af en toe komt het mij volstrekt zinloos voor, zo niet idioot om te lopen maar meestal weet ik m’n goede humeur wel te handhaven. 
M’n voeten doen het goed, alleen nog wat spierpijn van de lange trajecten. Verder loop ik maar wat te mijmeren en komen er allemaal deuntjes in m’n hoofd als muzikale respons op het ritme van het lopen. Vandaag bedacht ik dat ondanks kou en regen mijn voorkeur uitgaat naar het zwerversbestaan boven dat van vaccinatiearts ondanks het gemis van een gezellig gesprek af en toe. 
Zo ben ik in een hotel beland in Le Nouvion-enThiérache. Mooi dorp, maar alleen om snel doorheen te lopen. Geef mij maar Rotterdam. Ondanks drie sterren is het hotel heel gewoon. Ik ga uitgebreid douchen en de was doen. De kamer hangt vol met natte spullen en mijn tent. Koffie heb ik niet gehad vandaag. Wel cola en bananen. Daar loop ik ook goed op. Morgen om zeven uur vertrekken, dan loop ik de eerste zes uur waarschijnlijk droog. 

13

 Dag 13. 9-4-2022. Le Nouvion-en-Thiérache - Sorbais, 21 km. Totaal 373 km. 
Het hotel heeft geen ontbijt klaargezet en ik ben niet van plan om erop te wachten tot het acht uur is. Gelukkig is een bakkerij open. Hun flan is niet geweldig, veel te papperig. Ja, ik ben flanoloog geworden en heb er verstand van gekregen. Het land is berijpt en er valt wat hagel maar spoedig schijnt de zon. Prachtig heuvellandschap met veel wilgen en meidoornhagen. Ik kies voor de ‘officiële’ route ofschoon die langer is en dat is maar goed ook want zo kan ik weer eens een caminowonder in ontvangst nemen. Er stopt een auto. Een leuk uitziende jongeman stapt uit. Hij zegt dat hij iets voor mij heeft. Op de achterbank staat een koelbox, waar hij twee stokbroodjes met ham en kaas uithaalt. Ik neem het lachend in ontvangst. Ondertussen ratelt hij van alles in het Frans waar ik alleen het woord traiteur van opvang. Dan doet hij de kofferbak open en pakt daar een bakje mousse au chocolat uit. Mousse au chocolat! Ik ben er dol op. De goede God, vader Jacob of hoe je het Universum maar noemen wil heeft ervoor gezorgd dat ik toch m’n ontbijt heb gekregen. 
De route voert langs modder en asfalt naar Sorbais, een klein dorp met een oude kerk, boerderijen en verder niets. De zelfgemaakte gamaschen houden mijn schoenen droog. Chambre d’hotes Le Bocage heeft voor mij een eenvoudige kamer, maar zeer verzorgd. Voor twaalf euro vijftig krijg ik een pizza met een toetje en een cola als avondeten. Mooi toch? 

14

 

Ik zie mijzelf in  de spiegel van de badkamer en ontdek in mijn telefoon een portret-stand, waarmee ik een selfie maak. Die foto zal mij nog lang bijblijven. 

Dag 14. 10-4-2022. Sorbais - Parfondeval, 33 km. Totaal 406 km. Vroeg op weg. Het vriest nog en het gras is berijpt maar al snel wordt de zon voelbaar. Vandaag geen pijntjes. Hier en daar een crucifix. Hoeve Chez Lucien et Francoise Chretien is een groot ouderwets dorpshuis. Mevrouw brengt mij naar een eenvoudige kamer. Ik ben de enige gast. Ze kijkt een beetje zuur als ik het ontbijt om 7 uur wil. Ik zie, dat ze liever langer in bed ligt maar ze geeft geen krimp. 

15

Dag 15. 11-4-2022. Parfondeval - Le Mont de Vaux, 47 km. Totaal 453 km. 
Vanaf Chateau-Porcien beginnen de markeringen met regelmaat te komen. Ik zit op de Via Campaniensis! Eindeloze paden over landbouwgrond. Geen boom te bekennen, alleen tientallen windmolens die lustig draaien in de harde wind. Bij het verlaten van Parfondeval verrast door vier reeën en later op de dag nog een keer door zes. Veel koolzaad, sterk geurend naar honing. Hier en daar juichende leeuweriken hoog in de lucht. 
De refuge waar ik op aan koers blijkt vol te zitten met een gezin van 11 mensen die de bar, waar ik een kopje koffie drink, komen opvrolijken. Leuke mensen, maar nu moet ik op zoek naar een alternatief. De vader betaalt m’n koffie. Dat vind ik een aardig gebaar. Met recht een bakkie troost. Het voordeel is wel, dat ik nog een paar uur doorloop voordat ik een geschikt plekje vind voor m’n tent waardoor Reims de volgende dag reeds binnen bereik komt. Ik zet de tent aan de rand van een bos. Veel slaap krijg ik niet door geknal in de omgeving, flapperend tentzeil in de wind, kou en de gratis cafeïne. 

16

Dag 16, 12-004-2022. Le Mont de Vaux - Cormontreuil, 35 km. Totaal 488 km. 
Een beetje brak sta ik om zes uur op. Ik wil op tijd in de kathedraal van Reims zijn voor een praatje en een stempel. Reims zie ik al op een afstand van 11 kilometer aan de horizon liggen. De kathedraal is groots. Ik steek een kaarsje aan voor m’n liefje.
Camino-vrienden reserveerden voor mij een kamer bij de zusters Clarisse in Cormontreuil, 5 kilometer voorbij Reims. Daar ontmoet ik tijdens het avondeten Vlaamse Els, omstreeks 65 jaar, korte broek en hemd, spreekt geen Frans, laat anderen bellen en vertalen voor een slaapplaats en Evert uit Eindhoven. ‘Evèr’ is journalist, beiaardier en molenaar in Valkenswaard. Vriendelijke mensen. Ik slaap in een keurig kamertje in het klooster bij de zusters Clarisse. Bed, tafel, stoel, douche. Meer heb ik niet nodig en beter dan een luchtbedje in een tent. De zusters vertonen zich niet, behalve bij de ontvangst. Dat slaapt wel zo rustig. 

17

Dag 17. 13-4-2022. Cormontreuil - BrugnyVaudancourt, 35 km. Totaal 523 km. 
Een eenvoudig ontbijt met Els. Koffie en brood met jam. Over geld wordt hier niet gesproken. Ik laat twee tientjes achter op het aanrecht. Door de wijngaarden van de Champagne. Het stinkt daar van de insecticiden. Het gras tussen de ranken is doodgespoten. Ik besluit in het vervolg slechts wijn van biologische oorsprong te kopen. Tegen het eind van de middag loop ik weer door akkers. Dat bevalt me veel beter en het loopt ook nog lekkerder omdat het vlak is. Gelukkig heb ik gisteren veel eten ingeslagen, ik kom niets tekort. Onderweg geen winkel gezien, behalve dan de boutiques, waar je champagne kunt kopen, maar daar waag ik mij niet aan. Het is warm dorstig weer. Onderweg bij mensen om water gevraagd. Ik krijg koud water uit de koelkast. Lekker! 

18

Ik ga kamperen. Het weer is goed, de wind is gaan liggen en de nachten zijn niet te koud. De bossen staan vol met anemonen. Het lijkt wel of het gesneeuwd heeft. Langs een bospad de tent neergezet. Alleen vogelgeluiden. Dat dacht ik, maar later begint ook hier het geknal, maar gelukkig ver weg en niet zo vaak of ik ben er al aan gewend en er doorheen geslapen. 

Dag 18. 14-4-2022. Brugny-Vaudancourt - Sézanne. M’n horloge zegt dat ik 30 km. heb gelopen maar op de kaart lijk ik ongeveer 45 km. te zijn opgeschoten. Totaal 553 km.
Na een lange nacht toch wat brak opgestaan. Het is veel werk om een tent, die van binnen en van buiten nat is van condens een beetje droog te krijgen en alles op te bergen. Pas om 9:30 uur op weg gegaan. Het bospad is kilometers lang slecht begaanbaar, soms moet ik door het bos om de blubber te ontwijken. Dat schiet niet erg op, maar uiteindelijk kom ik via begaanbaarder wegen in Montmort-Lucy, waar ik op een terras twee excellente koppen koffie naar binnen werk. Daarna gaat het lopen weer helemaal goed. Ik neem mij daarom voor in het vervolg ‘s morgens minstens twee koppen koffie te drinken. Dat werkt als speed. En weer is het een schitterend landschap. Groene en gele velden onder blauwe wolkenluchten. In het bos probeert mijn telefoon foto’s te versturen, maar door de slechte verbinding loopt hij snel leeg en ook mijn powerbank is  leeg. Dus vandaag liefst naar een adres, waar ik stroom heb en niet in een bos.

19

Ik gok op een adres, maar de telefoon wordt niet opgenomen. Vlak voordat ik daar aankom stopt een terreinwagen. De chauffeur die vertelt ooit als pelgrim naar Santiago te hebben gelopen, biedt zijn diensten aan. Hij rijdt rond door het dorp waar mijn adres zou zijn, maar nergens is iets te vinden. Hij maakt nog een praatje met kennissen. Dan besluiten we een adres in Sézanne te bellen, 15 kilometer verderop. Daar is een particulier adres wat onderdak biedt. Ze zullen mij van een terras oppikken. Ik drink nog samen met mijn weldoener een biertje en dan word ik opgehaald door de heer des huizes. Ik eet mee uit de pot en slaap op de kamer van één van de kinderen. Zo kan ik weer een caminowonder bijschrijven. Ik had niet eens een schietgebedje gedaan. 

Dag 19. 15-4-2022. Sézanne - Mery sur Seine, 35 km. Totaal 588 km. 
Heerlijk wandelweer. Mooie tocht met afwisselende landschappen met het laatste stuk langs een kanaal waar ik een groot beest zie zwemmen. Een otter, een bisamrat? Na een paar kilometer ontmoet ik Maikel, een Belg die binnen een uur over z’n burn-out en zijn levensloop vertelt. Later drinken we samen koffie op een terras. Twee Roemeense truckers staan erop onze koffie te betalen. Ik stuurde m’n redder van gisteren nog een bedankje. 

20

 

Hij schrijft terug: 'BON CAMINO. VOS JAMBES  DOIVENT ÉCOUTÉES VOTRE TÊTE...MAIS LA TÊTE NE DOIT ÉCOUTER VOS JAMBES.' 
Van Maikel kreeg ik een telefoonnummer van een nonnenklooster in Troyes. Ik kan daar morgen ook terecht als ik op m’n luchtbed wil slapen want ze hebben maar één kamer met slechts één bed. Ik vind alles best en Maikel vindt het ook prima om zijn kamer met mij te delen. Ik spreek over de telefoon een zeer vriendelijke mevrouw van het klooster die mij lachend te woord staat. Ook deze overnachtingsplek is weer soepel aan komen waaien. 
De camping municipal in Mery sur Seine zou permanent gesloten zijn, maar het hek staat open. Er staan een vrachtauto en twee grote caravans, wellicht kermislui. Ik zet mijn tentje wat achteraf op het terrein. Het voelt niet helemaal goed, maar na een lange wandeling moet je niet te veel eisen stellen aan je overnachtingsplek. Ik eet wat restjes en ga, moe van de wandeling, vroeg naar ‘bed’. Dat bed is een dun en smal lichtgewicht luchtbedje. Het is een wonder, dat een mens daar op kan slapen, maar als je moe bent van het lopen, dan slaap je overal. 

Dag 20. 16-4-2022. Méry sur Seine - Troyes, 32 km. Totaal 620 km. Er blijkt inderdaad een kleine kermis in het dorp te staan. Daardoor was de camping toegankelijk en heb ik er de nacht kunnen doorbrengen. Maikel blijkt bij de dorpspastoor te hebben geslapen. Hij heeft daar gewoon aangeklopt en werd  

21

hartelijk ontvangen. Ik herken het dorpsplein en herinner mij, dat ik daar vorig jaar onder een boom heb staan te schuilen. Vandaag is het aangenaam weer, zonnig en niet te warm. De route is eenvoudig: tot aan Troyes langs een stil en oud oud kanaal. Halverwege in een oud sluiswachtershuisje is een koffietentje ingericht. Koffie en cola. Ik loop er als een paard op. Vlak voor Troyes nog een mobiele koffietent. Net als vorig jaar drink ik nog meer koffie en cola om daar de laatste 6 kilometer op te lopen. 
In Troyes naar een supermarkt om voor twee dagen eten in te slaan want morgen is het pasen en dan schijnt Frankrijk op slot te gaan. Het klooster is van Oblates de St. François de Sales. Een allerhartelijkste ontvangst en een plekje in een keuken, waar één van de zusters een matras voor mij op de grond legt. Ik kan mij douchen en m’n kleren wassen. Mijn broek zit onder de modder van de tocht door het bos van eergisteren. Maikel is er ook. We krijgen een warme maaltijd. Vanavond naar de mis. Alles wordt nadrukkelijk vrijblijvend aangeboden. De mis begint om 21:00 uur in de tuin van het klooster met een processie van de nonnen, gelovigen, Maikel en ik, allen voorzien van een brandende kaars. Ik vind het indrukwekkend. De mis duurt lang. Zitten met rugpijn op harde bankjes, staan op zere voeten, zitten, staan, zingen, lezen, geeuwen, enz. enz. Om 22:30 is het eindelijk klaar. Dan nog wat schrijven en daarna op mijn echte matras in de keuken naar bed. Mijn ogen vallen dicht. 

22

Dag 21. 17-4-2022. Troyes - Eaux-Puiseaux, 35 km. Totaal 655 km. 
Ik neem afscheid van Maikel. Hij blijft nog een dag in Troyes. Ik wil zoals altijd verder. Een non zegt mij gedag. Zij zal voor mij bidden en vraagt mij om in Santiago voor de nonnen te bidden. 
Ik kom moeizaam op gang: iets te weinig slaap en een veel te zware rugzak van al het eten voor twee dagen en dan blijken de winkels ook nog gewoon open te zijn. Heuvels met velden in alle kleuren groen en het geel van de koolzaad. Kilometers smal pad door een loofbos eindigend met een spectaculair uitzicht. Ik ontmoet een vrouw uit Wallonië en haar hond, voor wie zij 2 kg. voer meezeult. Ik tap water bij een soort doe-het-zelf minirefuge in Sommeval. 
In het dorp Eaux-Puiseaux is de paasdienst net klaar en staan de dorpelingen voor de kerk met elkaar te praten. Ik loop de kerk in en zie prachtige ramen. Op de camping van het dorp zet ik mijn tentje neer. Ik laad m’n telefoon op bij Nederlanders met een caravan en maak een praatje hier en daar. De Waalse is inmiddels ook gearriveerd. Er heerst een vakantiesfeer met meerdere Nederlandse gepensioneerde stellen en hun caravans. Dat geeft mij een beetje akelig gevoel dat ik hier alleen ben en niet samen met m’n lief. 

Dag 22. 18-4-2022. Eaux-Puiseaux - Chablis, 48 km. Totaal 703 km. 
De kilometers zijn vandaag fors uit de hand gelopen. Het landschap echter maakt alles goed. 

23

Onderdak-adressen die de telefoon niet opnemen en dergelijke onvoorspelbare zaken. Bij een B&B laat een Vlaams echtpaar mij binnen. Zij zijn gasten. We praten wat terwijl ik uitrust en zij bellen de eigenaresse. De eigenaresse van de B&B zou pas laat in de avond komen om mij de kamersleutel te geven. Daar heb ik het geduld niet voor en besluit naar de camping van Chablis te lopen ofschoon ik er al meer dan 40 kilometer op heb zitten. Het lopen gaat echter heel goed en snel. Een gifspuiter wacht netjes tot ik voorbij ben. In de invallende schemering zie ik een enorm zwijn een wijngaard uit vluchten, het bos in. 
De camping zit potdicht en gaat pas in mei open. Het park ernaast biedt uitkomst. In het halfduister zet ik m’n tent achter een paar bomen. Het wordt weer koud vannacht, zo’n drie graden, dus met alle kleren aan het bed in. 

Dag 23. 19-4-2022. Chablis - Arcy sur Cure, 35 km. Totaal 738 km. 
Onderweg doe ik Bar Le Meridien aan voor koffie en cola en laad ik mijn telefoon op. Ik reken af en daarna vraagt de waardin of ik een dessert wil. Ze brengt warme appeltaart met een bol ijs er bovenop. Bij het vertrek pakt ze mij op een prettig warme manier bij de arm en vraagt ik voor haar wil bidden in Santiago. Ik zeg haar dat uiteraard toe. Eenmaal buiten realiseer ik mij dat ik haar naam wil weten, dan hoef ik onze lieve heer niet te vragen om die mevrouw van het appelgebak met ijs te zegenen. Ze heet Adeline. 

24

Ik verwachtte na omstreeks 27 kilometer in een gemeentelijke refuge met rond de twintig slaapplaatsen te kunnen slapen maar tot m’n verbazing is die ‘complet’. Ik krijg het advies voor een camping 7 kilometer verderop. Voor de entree van de camping in Arcy sur Cure probeer ik eerst of niet ergens een echt bed is waar het niet zo koud is in de nacht. Zo krijg ik in een B&B een romantische kamer met een smakelijk biertje als welkom. Ik kan kleren wassen, een baard van drie dagen scheren en telefoon, horloge, accu en mijzelf opladen. Ik bel Ellen en heb nog een paar aparte appjes met vriend Pim. 
Even na negenen val ik om van de slaap en bestijg ik het enorme antieke bed. 

Dag 24. 20-4-2022. Arcy sur Cure - Vezelay, 20 km. Totaal 758 km. 
In de gezellige grote keuken, tegelijkertijd de entree van het huis staat een keurig Frans ontbijt klaar. Ik praat met het echtpaar honderduit. Goede mensen, zogezegd. Ik krijg 20 euro korting omdat ik pelgrim ben. Ik voel me bevoorrecht. Ik loop langs de Cure het prachtige stadje uit en voel me prima. Het wordt spoedig warm en dan kan de jas uit en de trui. Mooi afwisselend landschap, soms loofbos met goed begaanbare paden. Eén pad is bijna dichtgegroeid, maar dat scheelt wel ettelijke kilometers. 
Op een afstand van 11 kilometer zie ik reeds de contouren van Vezelay. Tijdens de klim van 175 meter omhoog naar de 

25

 

basiliek van Vézelay stopt een Mercedes bij een kruising om deze ploeterende pelgrim voor te laten. Ik antwoord met een brede lach. Daarna regelrecht via een zijdeur de kerk in en de crypte waar ik mediteer bij de relieken van Maria Magdalena. Ik laat er een briefje achter, waarop de namen van Ellen en onze kinderen en Neeltje en mijn kersverse vriend Pim: dan wordt vrijdag aanstaande voor hen gebeden. Dat kan nooit kwaad. Voor het zelfde clubje steek ik kaarsjes op. 
Bij de ‘acceuil des pelerins’ adviseert men mij, de nacht in het belendende klooster, als refuge ingericht, door te brengen. Mijn linkervoet doet zeer door een blaar, dus ik besluit genoegen te nemen met de 20 kilometer van vandaag en bij de Hotellerie de Fraternité Monastique de Jerusalem in bed te duiken. Hier ontmoet ik Jeroen, nog niet zo lang weduwnaar, die vanaf februari zijn verdriet naar Santiago wegfietste en nu weer op weg naar huis is. Het is hier een komen en gaan van pelgrims. Eén van hen is een vrouw met een enorme rugzak en een baby van 6 maanden in een buikzak. Ze is net aangekomen voor een wandeling van 10 dagen. Als ze de slaapzaal heeft gezien besluit ze toch maar naar een hotel te gaan. Gesnurk en vroege wekkers tot daar aan toe, maar ook nog een huilende baby… Wij wensen haar allerlei goeds. Ik ga via Le Puy en hoop dat de andere pelgrims allemaal via Limoges gaan, dan blijft het nog een tijdje rustig op de Camino. Misschien niet zo aardig gedacht van mij, maar stilte is voor mij heel aantrekkelijk. 

26

Dag 25. 21-4-2022. Vezelay - Dun les Places, 41 km. Totaal 799 km.
De dag begint in een slaapzaal met acht mannen die om een uur of zes bezig zijn met wakker worden. Ik probeer niet uit te slapen met al dat gerommel om mij heen. Zo kan ik straks nog op tijd de pelgrimszegen halen en dan op weg.
Om zeven uur zit ik in de basiliek, compleet met rugzak en stokken. De dienst wordt merendeels meerstemmig gezongen door acht in wit gestoken nonnen en drie broeders, eveneens in het wit. Ik probeer mee te zingen uit de aangereikte liedboeken. Ook al zingt men bepaald niet zuiver, toch is het van een ontroerende schoonheid. Tegen het eind van de dienst komen de pelgrims naar voren en ontvangen de zegen van de voorganger, die tevens een medaillonnetje en een spreuk uitreikt met onder meer de tekst:
‘Almachtige God, U houdt niet op Uw goedheid te laten vinden door hen die u zoeken.’  
Ook al moet er een wit konijn aan te pas komen, denk ik. De zon schijnt recht door de ramen van het koor van achteren naar voor door de hele kerk. Ik voel mij vereerd. Het medaillonnetje maak ik aan mijn hoed vast. 


 27

Om een uur of acht op weg. Ik voel me goed. Gaandeweg wordt het silhouet van Vezelay kleiner. Ik heb veel energie en m’n voeten doen het elke dag beter. Toch vraag ik iets te veel van mijzelf door op een camping na 40 kilometer aan te koersen. Het parcours is niet makkelijk. Ik moet over beken laveren, er zijn veel hellingen en slecht begaanbare paden met grove keien, uitgestrekte bossen, maar ook loop ik door schitterende landschappen, doorsneden door rivieren en beken. Prachtige dorpjes en gehuchten. Geen winkels. Wel een bar annex postkantoor waar ik mijn dagelijkse twee koppen koffie scoor. 
De camping is gesloten. Een eenvoudig hotel een kilometer verderop heeft een kamer vrij. De eetzaal lijkt op een knus pannenkoekenrestaurant. Het zit vol met allerhande gasten. Hele gezinnen tot loners zoals ik. Ik eet het uitstekende viergangenmenu als een bootwerker. 

28

 

Dag 26. 22-4-2022. Dun les Places - Althez, 34 km. Totaal 833 km. Bij het ontbijt ontmoet ik een pelgrim op weg naar Assisi. Korte broek en sandalen. Hij komt naar mij toe om zijn spreuk, gekregen bij de pelgrimszegen, te tonen. Enthousiast zeg ik hem het gisteren ook te hebben ontvangen. Hij is zeer verbaasd, dat ik nu al hier ben. Hij heeft er twee dagen over gedaan. Ik beken hem, dat het eigenlijk ook wel te ver was, maar ben ook stiekem trots dat ik zoveel energie heb. 
Het traject van vandaag is makkelijker dan gisteren. Veel asfalt en beperkte hellingen. Ik loop over een oude stuwdam in de rivier de Cure. Zoiets trekt toeristen. Vlug doorlopen dus, maar wel eerst koffie. De route in mijn telefoon laat mij over particulier terrein lopen, aan het eind afgesloten met een hek. Omdat teruglopen principieel niet aan de orde is, klim ik er overheen met rugzak en al. Een oudere man in een klein dorp geeft spontaan een advies voor een betere route. Het voorjaar tovert prachtige bloemen. In een bos staan wonderlijke schepsels gevormd door bemoste boomstronken. 

29

In Althez vraagt een automobilist waar ik slaap. Hij liep zelf naar Assisi. Als ik de gîte communal van Althez, een voormalige school, niet had geboekt, dan zou hij mij vast geholpen hebben, daar ben ik van overtuigd. Ik denk dat er niet zo veel kinderen meer zijn in dit dorp en die er zijn zullen wel met de bus naar school gaan. In de slaapzaal staan veel stapelbedden. Ik ben de enige gast. Er loopt hier wel een onduidelijke jongedame rond maar die lijkt niet van plan te communiceren. Morgen ga ik vroeg op weg om de voorspelde regen voor te zijn en hopelijk vind ik nog ergens een adres, waar ik eten in kan slaan. 

30

Dag 27. 23-4-2022. Althez - Larochemillay, 24 km. Totaal 857 km. Vandaag niet zo’n lange tocht, maar wel met 540 m. hoogteverschil. De gîte communal is een enorm pand. Kamer 1 is ruim en heeft één bed en een grote moderne badkamer. Ik lunch in het plaatselijke restaurant en ik dineer er ook in de avond. De baas/kok/ober heeft het keuzemenu op een briefje geschreven. Driegangenmenu 18 euro. Lunch of diner: allebei hetzelfde briefje. Ik vraag hem broodjes te maken voor de volgende dag, want in deze buurt is niets te krijgen. Bij mijn tweede bezoek liggen ze klaar. 

Dag 28. 24-4-2022. Larochemillay - Mont, 39 km. Totaal 896 km. Om half zeven vertrokken om zo ver mogelijk te lopen voor het gaat regenen. Groene heuvels met witte koeien. Na drie uur bereik ik Luzy. Daar is een boulanger. Ik heb van het restaurant zoveel brood meegekregen, dat ik mij beperk tot flan en een appeltaartje. 
Helling op is zweten en even zitten is te koud, maar de regen blijft uit. Ik besluit nog 10 kilometer verder te lopen. Die laatste kilometers zijn heftig: paden die beekjes zijn, balanceren op een boom, om een beek te passeren, modder en steile hellingen. Uiteindelijk bereik ik mijn doel. Het blijkt een immense boerenwoning te zijn, waar nooit wordt opgeruimd of schoongemaakt en waar het klussen is vastgelopen, maar het is er heerlijk warm dankzij een grote houtkachel. Ik nestel mij in een stoel bij de kachel, nadat ik me heb gedoucht. Na een eenvoudige maaltijd met het gezin ga ik naar mijn bed op een reusachtige zolder, waar de twee kinderen ook een hoekje hebben waar zij slapen, onderling afgeschermd door een laken. Ik ga in m’n eigen slaapzak op het aangewezen bed slapen. 

31

Dag 29. 25-4-2022. Mont - St. Léon, 39 km. Totaal 935 km. 
Na het ontbijt vertrek ik in de stromende regen. Toch voel ik mij intens gelukkig. In de loop van de dag wordt de regen steeds minder en grote delen is het ondanks de natte voorspelling toch droog. In het eerstvolgende stadje is een bakkerij die ook koffie schenkt. Ik hijs me uit mijn poncho en geniet van de koffie en heerlijke knapperige belegde stokbroodjes. Twee koffiedrinkende dames helpen me later om de poncho weer over m’n rugzak heen te sjorren. Zonder hulp krijg ik het niet voor mekaar. Later op de dag moet ik het nog een keer op straat aan een voorbijganger vragen, na 10 minuten van tevergeefse pogingen. Vandaag is de route betrekkelijk vlak en allemaal asfalt. Dat schiet lekker op. Af en toe een mooi eikenbos, veel grasland en witte koeien, die naar mij toe komen hollen zodra ze me in de gaten krijgen. Af en toe sta ik stil en kijk om me heen. De stilte is groots. Alleen vogelgeluiden. Ik eindig de dag in een kleine licht verwaarloosde gemeentelijke refuge, daarin wegwijs gemaakt door mademoiselle Cury die mij tevoren in haar piepkleine rommelige huis een prima kop koffie aanbiedt. 

32

De avond bestaat verder uit bellen met Ellen, berichtjes sturen, facebook nakijken, douchen, route voor morgen bekijken, bed opmaken en m’n hoed weer in model zien te krijgen, want die ging de afgelopen dagen opgevouwen mee in verband met de regen. Maar vanaf morgen is het zonnig en droog en kan die gewoon weer op mijn hoofd. 

Dag 30. 26-4-2022. St. Léon - Arfeuilles, 37 km. Totaal 972 km. 
De bakker heeft geen flan. Dan maar een soort tompouce. Wat een geklieder. In ieder geval heb ik weer vers brood. Dat is in deze streken niet vanzelfsprekend. Om half elf zit ik in een restaurant aan de koffie en kan ik wat praten. De eigenaresse is Vlaamse. Ze heeft met haar man een een mooie goedlopende zaak opgebouwd in een gehucht wat Bert heet. Voor het overige gewoon lopen en nog eens lopen. In de refuge ben ik de derde loper dit jaar en de eerste Nederlander. Voor een tientje mag ik niet klagen. Er tegenover is een winkel, waar ik eten koop, wat ik in een magnetron kan opwarmen. Ik heb het rijk alleen en dat bevalt me wel. 

Dag 31. 27-4-2022. Arfeuilles - St. Just en Chevalet, 30 km. 
Totaal 1002 km. 
Zware etappe met als hoogste punt 880 meter. Wel een mooi landschap. Bossen met weilanden ertussen. Steile hellingen. Ik zie een vos. Na 30 kilometer ga ik bellen naar overnachtingsadressen. Het levert niets op. Blijft over 15 kilometer lopen naar het  

33

 

buitenverblijf van Robbart of uiteindelijk dan toch maar in m’n tent de  nacht doorbrengen. Ik bel Robbart en hij reageert heel enthousiast. Hij is een weekje in zijn buitenhuis en biedt aan mij te komen halen. Ik registreer dit als een echt caminowonder. Robbart ken ik van de GGD in Rotterdam, waar hij net als ik vaccinatie-arts was op een vaccinatie-locatie. Wij werkten één dag samen en hadden elkaar veel te vertellen. De volgende dag kreeg ik een appje van hem, waarin hij aanbood, dat ik eventueel bij de buurvrouw van zijn Franse huis de sleutel kon vragen, als ik in de buurt was. Ik maak kennis met zijn vrouw Mirjam. Ze is aanvankelijk wat terughoudend. Zij maakt een heerlijk diner en we praten over de Camino en wat mij beweegt. Robbart is positivistisch ingesteld en Mirjam, nota bene controller van beroep, lijkt beter te begrijpen wat ik beoog met mijn Camino. Zij raakt geëmotioneerd als zij zich realiseert, dat ik in het huis van Jacob (haar vader en oorspronkelijke eigenaar van deze oude boerderij) verblijf. We hebben een heel aangenaam gesprek, overgoten met voldoende Macon-wijn. We sluiten de avond af met een omhelzing. Wat een heerlijke avond. 

Dag 32. 28-4-2022. St. Just en Chevalet - Col du Béal, 40 km. Totaal 1042 km. 
Eigenlijk kloppen de kilometers niet helemaal, want ik heb de omweg via St. Just niet berekend, maar alleen de kilometers vanaf het punt, waar Robbart mij heeft opgepikt, om zo uiteindelijk een idee te krijgen hoe ver Rotterdam via Reims en Le Puy van Santiago verwijderd is. Overigens heb ik vandaag in 

34

werkelijkheid zo’n 36 kilometer gelopen, dus veel maakt het niet uit. Ik ben vanochtend vroeg stil het huis uitgegaan. Onderweg tref ik een ‘Bar Tabac’ in Les Salles, goed voor twee koppen koffie. Twee heren beginnen een gesprek met mij. Dat geeft mij de kans om te informeren naar winkels. Eén van hen biedt mij aan om mij naar de nabijgelegen stad te rijden, waar allerlei winkels zijn. Dat aanbod sla ik onder dankzegging af. Er moet gelopen worden, maar leuk is zoiets wel. Met een kleine omweg van een kilometer of twee langs een heel veld vol dotterbloemen kom ik in Noirétable, waar ik in een supermarkt en bij een apotheek alles vind wat ik nodig heb. Er zijn ook restaurants. Die gaan pas na 12 uur koken. Daar ga ik niet op wachten, wetende dat ik nog een lange reis voor de boeg heb. Maar het is fijn, dat ik eerst flink wat kan eten van de supermarkt alvorens verder te lopen. De weg gaat de hele dag omhoog. Mensen hadden dat al voorspeld. Bovenop een berg is het landschap begroeid met gras en heide. Op sommige plekken ziet het geel van de ‘wilde’ narcissen. Nooit eerder zoiets gezien. Heel bijzonder. Enorme vergezichten. Op een col van 1390 meter hoogte vind ik een keurige kamer met badkamer en dat voor maar twee tientjes. Bovendien is er ook nog een restaurant. Mooier kan het niet. De Tour de France is hier kennelijk langsgekomen: er is van alles op het asfalt gekalkt. Hier is geen internet en geen mobiel netwerk. Ik krijg een vaste telefoon waarmee ik Ellen kan bellen om haar te vertellen dat 

35

alles oké is. Zij was inderdaad ongerust omdat ze mij niet meer kon traceren. Ik ben blij dat ik hier een bed heb. Met twee graden op deze hoogte is het veel te koud vannacht. Het was een fijne dag met het gouden randje van gisteravond waar ik nog vaak aan terug dacht. Jammer, dat ik daar geen foto van heb. 

Dag 33. 29-4-2022. Col du Béal - St. Bonnet le Château, 38 km. Totaal 1080 km. 
Lange tocht maar niet al te moeilijk. Mooie panorama’s. Geleidelijk dalend over meestal redelijk begaanbare paden of asfalt. In het begin nog 250 meter omhoog langs een militair station, waar men het kennelijk niet nodig vindt voor de burgers een gsm-antenne neer te zetten. Er ligt hier en daar nog sneeuw. Enkele reeën gaan er vandoor. Dit is duidelijk een skigebied. Velden met narcissen. Pas na uren kom ik wat mensen tegen en zie ik weer bomen. Ik loop snel door, omdat ik in een refuge communal wil slapen. Het is hier op deze hoogte veel te koud voor een tent. Ik ga er van uit, dat de mairie om vijf uur dicht gaat en mijn telefoon heeft geen verbinding. De mairie zit om vijf voor vijf potdicht. Dan maar naar een restaurant. Na resetten van m’n telefoon bel ik de mevrouw van de refuge. Die is complet. Zij zoekt een oplossing, en vindt die in St. Bonnet le Château. De gastheer haalt mij met de auto op. Ik deel m’n kamer met een Fransman. De gastheer en -vrouw zijn vriendelijk en behulpzaam. Zij zoeken lang naar een volgend overnachtingsadres. Wij dineren uitgebreid. 

36

Dag 34. 30-4-2022. St. Bonnet le Château - Retournac, 28 km. Totaal 1108 km. 
Ik slaap niet zo goed en ben telkens wakker. Om half zeven gaat de wekker. Na het ontbijt rijdt mijn gastheer mij naar Estivateilles-en-Lafaye. Van daaruit loop ik verder. Dat betekent dat ik ongeveer 5 kilometer oversla. Ik heb wat last van een blaar aan m’n linker ringteen en kom traag op gang. Een man stuurt me weg en beweert, dat ik op privé-terrein loop. Dat betekent 2 kilometer omlopen. Onderweg loop ik langs een beek die in een betonnen bak naar een elektriciteitsturbine stroomt. Een ree heeft de omheining weten te nemen. Als hij mij ziet springt hij in paniek met een plons het water in. Het is een akelig gezicht want de kans dat hij eruit kan langs de betonnen wand is niet groot. Hij kan goed zwemmen, maar ik betwijfel of hij het overleeft. Ik weet niet wat ik eraan kan doen. Volgt een verbrand bos. Ook dat is een akelig gezicht. Rallyrijders scheuren over de weg. Zij maken veel stank en lawaai. Het gaat regenen en ik hoor dat het boeket van drie tientjes wat ik bij Ellen liet bezorgen flut was. Soms lijkt het alsof alles en iedereen tegenzit. Maar dan gaat de zon schijnen, zie ik velden vol paardenbloemen, krijgt Ellen een ander boeket en word ik met een auto opgehaald naar een prachtige B&B aan de Loire, waar ik vriendelijk word ontvangen en een mooie kamer krijg met douche en toilet. Ik doe zoals gebruikelijk de was en neem een douche. Daarna een uitstekend diner, inclusief gezellige gesprekjes, wijn en kaasplankje en zit alles toch weer mee.
Tijdens het schrijven van dit verslag kan ik van de slaap mijn ogen niet open houden.  

37

Dag 35. 1-5-2022. Retournac - Le Puy-en-Velay, 22 km. Totaal 1130 km. 
Na het gebruikelijke très petit déjeuner maar wel met twee grote kommen koffie met melk brengt mevrouw mij naar Partuis in plaats van terug naar Retournac. Dat scheelt mooi 9 kilometer lopen. Nu ben ik er helemaal zeker van, dat ik vandaag in Le Puy aankom. Het is vandaag zondag en Dag van de Arbeid, een dubbele reden voor Fransen om niets doen. 
De oude stad ligt op een rots, aan het eind van de rit is het dus weer klimmen geblazen. Mijn telefonische pogingen een bedje te reserveren hebben geen succes. Dat zal wel door het nietsdoen komen. Repondeurs automatiques. Dan loop ik zomaar een straatje in waar een gîte blijkt te zijn, die over 20 minuten open gaat, beschikbaar gesteld door de zusters van Sainte Croix. Komt dat even mooi uit: weer een caminowonder! De deur naar een binnenplaats staat open. Er staat een tafel met stoelen, waar ik kan schrijven en een broodje eten. Liam, een 59-jarige Engelsman komt ook binnen lopen. We hebben een leuk gesprek. Om drie uur word ik ingeschreven en naar m’n slaapplek gebracht. De zaal is met hokken onderverdeeld. Ik neem alleen de nodige spullen mee, de rest blijft in de rugzak een verdieping lager. Praktisch tegen wantsen, maar het voelt wel een beetje alsof ik in detentie 

38 

ga. Daar staat tegenover, dat ik een heel klein beetje privacy heb in m’n slaaphok met gordijn. Onder de douche en dan de stad in. De stad valt mij eerlijk gezegd tegen. Erg toeristisch, veel oude bonkige gebouwen, weinig intimiteit, althans zo komt het op mij over. En ik ben opeens niet meer uniek want het stikt hier van de backpackers. Hiervoor knoopten mensen nog wel eens een praatje met me aan omdat ze zelden een pelgrim zagen maar daar is hier geen beginnen aan, er zijn er veel te veel. Het is bijna onmogelijk om je hier geen toerist te voelen. Ik koop wat te eten en laat alle aanbiedingen van pelgrimsmenu’s aan mij voorbijgaan. In de kathedraal zijn een man en een vrouw eindeloos teksten aan het reciteren. Het geeft geen rust. Die vind ik wel in een lager gelegen ruimte van de kerk waar bijna niemand komt. Natuurlijk een kaarsje aangestoken voor Ellen. Morgen om 7 uur naar de laude om een pelgrimszegen te scoren. Die laat ik niet aan mij voorbij gaan. 

Dag 36. 2-5-2022. Le Puy-en-Velay - Monistrold’Allier, 34 km. Totaal 1164 km. 
Het was een onrustige nacht met vroeg rommelende mensen en krakende vloeren. Als mijn wekker om kwart over zes afloopt ben ik allang bezig in te pakken. Beneden staat een eenvoudig ontbijt klaar en wordt het Franse pelgrimslied gezongen: ‘Tous les matins nous prenons le chemin….’ etc. Welkom bij de padvinderij! Maar lief en zorgzaam is het wel. Die vrijwilligers staan toch maar mooi ruim voor zevenen al voor ons klaar. 

39

Op naar de kathedraal. Die zit bijna vol met gelovigen en misschien wel zeventig pelgrims. De voorganger is veel te dik. Ik doe m’n best om niet te oordelen maar dat lukt niet. De dienst heeft voor mijn gevoel dezelfde robuuste en tegelijkertijd sobere, afstandelijke en ontoegankelijke sfeer als de gebouwen in de straten van Le Puy. De zegenwensen gaan dan ook geheel aan mij voorbij in tegenstelling tot die van Vezelay. Het levert me wel weer een medaillonnetje op en ik krijg ook nog een ‘tampon’ in m’n credential. Vervolgens gaat midden in de kerk zacht zoemend een gigantisch luik open, zodat alle pelgrims via de trappen daarachter naar buiten kunnen om direct aan de wandeling van vandaag te beginnen. Op straat kom ik Liam weer tegen. Ondanks dat hij pas 59 jaar is loopt hij niet meer dan 25 kilometer op een dag. We trekken de hele dag samen op wat niet onprettig is, vooral omdat we goed in het Engels met elkaar kunnen praten. Na 25 kilometer stopt hij er mee in een dorp met talloze pelgrimsonderkomens. Ik zie de hele groep hier neerstrijken als lijsters in een pruimenboom. 
Ik neem ergens een kom koffie met melk. Ik krijg er ongevraagd twee slappe broodjes bij. Ik kan daar voor een tientje blijven slapen. Mij wordt de kamer getoond en ik moet zeggen dat ik inmiddels best wel wat gewend ben en m’n eisen behoorlijk heb gedownsized, maar van dit smerige hok word ik toch een beetje onpasselijk en besluit dus door te lopen zoals ik oorspronkelijk ook van plan was. Deze contractbreuk wordt door de gastheer  

40

die acuut chagrijnig wordt van mijn besluit, bestraft met een nota  van vijf euro voor de koffie en de broodjes die ik niet had besteld. Opgelucht en gesterkt ga vrolijk in m’n eentje verder. De landschappen zijn schitterend, de wegen meestal makkelijk op enkele steile en moeilijk begaanbare uitzonderingen na. Voorlopig wordt er niet gekampeerd. Veel te koud ‘s nachts. Twee graden. 
Een kilometer of zeven verderop vind ik alsnog in Monistrol-d’Allier een veel betere plek: een eigen kamer met een driegangendiner voor drieëndertig euro. Samen met drie Françaises op leeftijd geniet ik van de uitstekende maaltijd. Uiteraard vertel ik mijn konijnenverhalen tot genoegen van de dames, ondanks mijn gebrekkige beheersing van de Franse taal. 

41

Dag 37. 3-5-2022. Monistrol-d’Allier - Saint Alban-surLimagnole, 49 km. Totaal 1213 km. 
De klim uit het dal is prachtig, vooral de vergezichten. Een kapel in rotsen uitgehouwen. Daarna een minder moeilijk parcours. Ergens verkoopt een man krachtvoer van dadels en noten in bollen gekneed. Ik neem een stuk mee. Het parcours dreigt een soort kermisattractie te worden met tal van reclameborden voor restaurants en slaapgelegenheden. Dat suggereert, dat je in deze streek overal wel een bed kunt vinden. Rond twee uur koffie en soep bij een gîte waar wel plaats is maar dat betekent veel te vroeg stoppen. Ik heb dat moeten bezuren want pas na 49 kilometer en een stukje illegaal strompelen door een sompig stuk natuur vind ik eindelijk een slaapplaats op deze regenachtige middag, alle borden ten spijt. Qua energie geen probleem en des te eerder terug bij m’n lief, maar wel zere voeten 

42

De gîte is eenvoudig. Het lijkt op een nachtopvang van het Leger des Heils, maar ik lig in een bijna lege slaapzaal in een bed, altijd beter dan een luchtbed in een nat tentje. 

Dag 38. 4-5-2022. Saint Alban-sur-Limagnole - Lasbros, 24 km. Totaal 1237 km. 
Het is mistig en koud. Mijn linker voet maakt pijnlijk duidelijk, dat ik gisteren duidelijk over de schreef ging. Ik bied hem nederig mijn verontschuldigingen aan, vraag vader Jacob er iets aan te doen en help hem met een pil. M’n voet schikt zich en brengt mij samen met de rechter verder terwijl het pijnlijke protest verstomt. Ook de route werkt mee: weinig helling, weinig stenen en lenteweides die geel zijn van de paardenbloemen. Mijn oriëntatie is minder coöperatief. Dat kost mij drie extra kilometers. De langste vergissing tot nu toe. Iemand sjokt achter mij aan en loopt dus ook 3 kilometers om. Heel slecht van mij gedacht, maar het troost. Ik kom in een dorp waar een restaurant is met een terras. Er zit een Frans stel dat ik ‘s ochtends gesproken heb. We drinken samen wat en lunchen locale gerechten. De Franse keuken valt zwaar tegen. 

43

In Nederland zou ik het vlees teruggestuurd hebben. De locale lekkernij, panaché, aardappelpuree gemengd met kaas lijkt meer op smakeloze kouwgom. Intussen is het hard gaan regenen. Op advies van de Fransen heb ik voor de komende twee dagen een refuge geregeld. Die van vandaag is nog 7 kilometer verder lopen. In de verte onweert het maar bij mij is de regen bijna over. Even naar binnen in een klein kapelletje. Ik eindig in een klassieke refuge met een paar Nederlanders. De rest is Frans. Het diner is goed, het gezelschap eveneens. Ik declameer mijn lapin blanc voor de complete groep. Zo is er weer een dag voorbij waarbij alles op z’n pootjes terecht kwam door een samenloop van toevalligheden. Of niet. Dat is de vraag. 

Dag 39. 5-5-2022. Lasbros - Saint-Chély-d'Aubrac, 38 km. Totaal 1275 km. 
Koude dag. Ik loop de hele dag met mijn donsjasje aan. Wat ben ik blij, dat ik die heb meegenomen en met de Hema-muts, handschoenen en buffy. Er staat een harde koude oostenwind. De natuur is prachtig. Er worden narcissen geoogst voor parfum. Hoge heuvels met afbakeningen van stenen. Een gebied waar alleen lopers worden toegelaten. Een schitterend middeleeuws dorp, Rieutor. Dan kom ik in Aubrac. Daar is een hotel waar echte cappuccino wordt geserveerd: ’l’Annexe d’Aubrac’. Ik zak in de sfeervolle lobby in één van de banken neer. Er komen drie Belgen binnen, ook met rugzakken, en nodig hen uit bij mij te 

44

 

komen zitten. We praten wat en  tenslotte vertel ik hen met succes het witte konijnverhaal. We nemen daarna hartelijk afscheid van elkaar. Volgt een lange afdaling over een stenig pad langs een dode vulkaan, waarvan de kern van basalt nog boven alles uitsteekt, om tenslotte in m’n refuge te belanden: St. André in Saint-Chély-d'Aubrac. Het diner is voortreffelijk, maar de conversatie in het Frans gaat geheel langs mij heen. Hier krijgt men geen witte konijn verhaal. 

Dag 40. 6-5-2022. Saint-Chely-d'Aubrac - Estaing, 38 km. Totaal 1313 km. 
Vanochtend, halverwege mijn reis naar Santiago in bijzijn van 12 pelgrims plechtig de totaal versleten doppen van m’n stokken vervangen. Bij het afscheid van de ontbijtende pelgrims toch nog even de blijde boodschap van het witte konijn verkondigd. Wederom groot succes. De wandeling begint met een klim uit het dal. Na een uurtje is Chély al weer heel ver weg. Ik kom een paar Fransen tegen. We kletsen wat en gaan samen lunchen op een leuk terras met een prachtig uitzicht en het witte konijn zorgt weer voor veel plezier. Prachtige dorpen zoals bijvoorbeeld St. Côme-d’Olt. Een lange afdaling brengt mij in de vallei van de Lot. Daar is het meteen een stuk warmer. Ik ontdek, dat mijn schoenen aan vervanging toe zijn. De zolen laten los. In deze streken is het al moeilijk een bakker te vinden, laat staan een  

45

sportwinkel. Daarom koop ik in de eerste de beste winkel in Espalion op de gok een paar van 95 euro. Made in China. 
Tenslotte kom ik aan in Estaing. Er is daar een kasteel, wat ooit door Giscard werd gekocht ter meerdere glorie van hemzelf. Het is een prachtig dorp met smalle straatjes en oude huizen, gelegen aan de Lot. In de refuge staat het ontbijt voor morgenochtend al klaar. Ik neem het vast als avondeten. Ik heb niets anders. Morgen zien we wel weer. Er is vast wel een bakker in de buurt. 

Dag 41. 7-5-2022. Estaing - Conques, 39 km. Totaal 1352 km. 
Een paar minuten voor de wekker afloopt ben ik wakker. Ik zie op mijn horloge, dat het 22 graden wordt. Heerlijk. Ik sleep vandaag m’n oude schoenen voor de zekerheid nog even mee, ofschoon ik denk dat de nieuwe goed genoeg zijn. Inderdaad is in Estaing een bakker, goed voor twee uitstekende baquettes met ham. Omdat dit dorp in het dal bij de rivier ligt, moet ik eerst weer eindeloos omhoog. De jas kan spoedig uit. Dan een selfie. Na een tijdje word ik door een paar mensen ingehaald. De rest van de dag zie ik weinig andere pelgrims. Ik vermoed daarom dat in de refuges wel plek voor mij zal zijn. Ik zie konijnen, enkel bruine. Er zijn hier pelgrims die hun bagage laten vervoeren. Zo kan ik het ook. Alles van tevoren regelen, je spullen doorsturen en na drie weken weer  

46

 

naar huis. Door die gasten stoot ik bij refuges m’n neus. Goddank heeft de Prieuré Sainte-Foy de Conques wel plek, maar dat betekent wel, dat ik 39 kilometer moet lopen. 

Conques is schitterend. Ik ben er net op tijd voor het avondeten in de Prieuré. Aan mijn tafel kan ik eindelijk na een eenzame dag m’n konijnenverhaal kwijt. Mijn nieuwe schoenen zitten goed, ik meen zelfs beter dan de vorige. De schoen is ruimer, vooral bij de tenen. De oude gaan vandaag nog in de prullenbak. 

Dag 42. 8-5-2022. Conques - Livinhac-le-Haut, 28 km. Totaal 1380 km. 
De weg gaat na een prachtige oude stenen boogbrug steil omhoog het dal uit langs een oeroud kapelletje waar menigeen dingetjes als steentjes, schelpen, briefjes, foto’s rozenkransen etc. op het altaar heeft achtergelaten. Na 9 kilometer tref ik een enorm terras waar ik een groot glas sinaasappelsap en een voortreffelijke bak koffie naar binnen werk. Ik neem de tijd om adressen te zoeken voor de komende dagen. Op geschikte afstanden bevinden zich campings. Dan heb ik in ieder geval niet het gedoe van ‘complet’, maar liever lig ik in een echt bed. De volgende camping is over 16 kilometer, dus vandaag een rustige dag van met mekaar omstreeks 25 kilometer. Dan heb ik straks veel tijd om de volgende refuges te regelen. Ik vind het heel vervelend, dat ik zoveel moet organiseren, maar het is hier gewoon een gekkenhuis met honderden vakantiegangers, waarvan slechts enkelen de echte originele doorwrochte pelgrims zijn die het hele stuk tot Santiago in één keer uitlopen. 

47 

Ik doe mijn best om m’n humeur hoog te houden. Dat ik de twee komende nachten nu geregeld heb door op campings te mikken geeft al weer rust. 
Op een terras kan ik m’n lapin verhaal kwijt aan een groepje Australiërs. De lucht is vandaag bizar blauw. Op 600 m. hoogte zie ik een prachtig panorama. Een tijdje later nog een terrasje, waar ik een alcoholvrij biertje drink. In de loop van de dag krijg ik een telefoontje van een refuge, waar ik terecht kan. Altijd beter dan een tent en ik kan m’n kleren wassen. Vlak voor de refuge staat een bord met de mededeling dat Santiago nog 1328 kilometer is. Ik ben dus op de helft! Ik wordt vriendelijk ontvangen door een echtpaar, wat dit jaar een nieuw leven met deze refuge is begonnen. Het is niet verstandig, maar toch neem ik wijn bij het eten. Na één glas stijgt de alcohol al naar m’n hoofd. Morgen weer vroeg op. Dat gaat vanzelf. Daarna een traject van omstreeks 30 kilometer. 

Dag 43. 9-5-2022. Livinhac-le-Haut - Faycelles, 30 km. Totaal 1410 km. 
Wat een heerlijke dag. Om 6:30 uur al op weg. Het is nog wat fris buiten maar als de zon komt, warmt de aarde snel op. De weg gaat uit het dal omhoog. Ook dat zorgt ervoor dat ik het snel warm krijg. Tegen de tijd, dat ik aan koffie toe ben is er een terras van een bakkerijtje met een houtoven, tevens gîte, gerund door twee jongedames en een jongeman. Alles is simpel maar verzorgd en doordacht. Er wordt op houtvuur gebakken. Ik neem twee mokken koffie uit een thermoskan en twee koeken en heb

48

een leuk gesprek met deze dappere jongedames, die dit jaar hun business zijn begonnen. Met hernieuwde energie loop ik verder en raak in gesprek met een jongedame, die onder een boom zit te lunchen. Ze is geblesseerd en moet afwisselend na een uur lopen een uur rusten. Door naar Figeac, een wat grotere stad. Geld pinnen en boodschappen doen. Dat kan in deze streken bijna nergens. Een mooie kerk, waar ik even ga zitten. Het is er lekker koel. Op een terras een cappuccino, dat is hier koffie met veel slagroom. 
Op de gok naar een refuge, 5 kilometer verderop. Er is plaats en ik word warm ontvangen door de hospitalero, die mij op de oprijlaan tegemoet loopt met uitgestoken hand. Meerdere pelgrims druppelen binnen. Het vormt een aangenaam gezelschap wat neerstrijkt onder een enorme lindeboom. Tijdens het diner wordt een rondje voorstellen gedaan. Daar grijp ik m’n kans om le lapin blanc nog eens te vertellen. Het verhaal valt tot mijn genoegen in goede aarde. 

Dag 44. 10-5-2022. Faycelles - Cajarc, 28 km. Totaal 1438 km. Vandaag opnieuw een mooie tocht met afwisselend weilanden en bosschages. Een ree poseert voor mij. Na een uur kom ik in een prachtig dorp, Faycelles, waar het café al open is en waar werklui met elkaar koffie drinken. Weilanden geel van de boterbloemen. Na een tijdje wordt ik ingehaald door Karine, die ik ken van de vorige avond. We begroeten elkaar met een knuffel en lopen 

49  

gezellig kletsend een tijdje met elkaar op. Zij vertelt onder de indruk te zijn van het witte konijnenverhaal. Later zit ik in Cajarc op een terras en komt zij samen met Jannick, een leuke vent van 27 jaar, ook bekend van gisteravond, bij mij zitten. Alle refuges zijn complet, maar er is een camping, waar Jannick en ik naar toe gaan. Het is stil op deze camping aan de Lot, die er spiegelend vlak bijligt. ‘s Avonds eten we samen op een terras in het dorp. Daarna vroeg naar bed: morgen bijna 40 kilometer. 

Dag 45. 11-5-2022. Cajarc - Mas de Vers, 40 km. Totaal 1478 km. Eerst langs de bakker voor een belegde baguette. Daarna lopen, lopen, lopen. Eerst zie ik Mireille. Ik ken haar van eergisteravond. Zij loopt langzamer. Dan omhoog over wel 3 kilometer. Bovenaan kan de jas wel uit. Ik sta een tijdje met een boer te praten, die zijn vee verweidt. Hij bedankt me, dat ik op afstand bleef en geduldig wachtte. Bij een simpel koffie-terrasje kom ik Karine tegen. Zij heeft voor Jannick en voor mij een broodje meegenomen, maar Jannick is nergens te bekennen. We lopen een tijdje samen op. Zij hoorde me gisteren joy zingen en vraagt ernaar. Ik heb het haar geleerd en erover verteld. 
Onderweg zie ik tal van cabanes, stenen hutten, oeroud. Na een tijdje loop ik weer alleen en krijg ik een sms van Jannick, die een andere weg heeft genomen en al dicht bij de camping/gîte is. Ik   
vraag hem mijn komst aan te kondigen.

50

 

De weg kronkelt vele kilometer door bossen en velden, aan weerszijden voorzien van stenen muren. Heel oude paden en heel verlaten. Mooi, maar geen waterkraan te bekennen. Uitgedroogd kom ik aan op Gîte de Poedally, een groot centrum waar ook toeristen met de auto lekker goedkoop logeren. Het eten is voortreffelijk en ik drink wel twee liter water. Ik zet de tent op en houd hem open. Dat pakt 's nachts verkeerd uit, want onverwachts gaat het regenen. 

Dag 46. 12-5-2022. Mas de Vers - Cahors, 20 km. Totaal 1498 km. Laat opgestaan, pas om half tien op weg. Lang slingerend pad met veel keien tot in Cahors. Even door de stad gelopen en de kathedraal bezocht. Daar krijg ik spontaan een stempel aangeboden. Ik voel mij in de stad eenzaam tussen alle mensen die met elkaar zijn. Ik heb me voorgenomen om voor een bed bij alle gîtes aan te kloppen op de route na de stad. De eerste is complet. De garage staat vol met koffers van luxe-pelgrims, die de bedden hebben bezet. Een tent in de tuin kan nog wel. Met lichte tegenzin zet ik hem op maar ik ben ook blij dat ik onder de pannen ben, nou ja, onder het tentzeil. Later boodschappen gedaan en in de stad gegeten met Karine, die ik daar tegenkom. Voor morgen en overmorgen een bed  gereserveerd. Zo moet dat

51

hier nu eenmaal om met een rustig gemoed op weg te kunnen. 

Dag 47. 13-5-2022. Cahors - Montcuq, 34 km. Totaal 1532 km.
Ontbijt in de gîte. Ik geloof dat madam het niet door heeft dat zij te weinig rekent, ofschoon ik haar persoonlijk mijn afwas overhandigde. Ik maak er maar geen punt van dat zij slechts vijf euro voor mijn verblijf rekent. Of ze heeft alleen het ontbijt in rekening gebracht, dat kan natuurlijk ook. Zij neemt net zo hartelijk afscheid van mij als ze mij gisteren begroette en ze heeft nog iets. Ze neemt mij mee naar een aparte ruimte waar ze mij een dikke bonbon presenteert. Ik weet niet, waar ik het aan te danken heb. Met blij gemoed ga ik weer op stap. Na een uur of twee kom ik in een dorp met een café waar ook broodjes worden verkocht. Verder en verder over weggetjes door een mooie afwisseling van bosjes en weides met fluitenkruid, naar honing geurende brem en een compleet herbarium aan bloeiend spul. In de loop van de middag ontmoet ik Joan. Ik had al van haar gehoord, de pittige Australische van 87 en zij van mij, de Hollander helemaal uit Rotterdam. Zij vertelt mij al eerder te hebben opgemerkt als een “gedistingeerde” loper. Natuurlijk krijgt zij het verhaal van het witte konijn te horen. Wij nemen hartelijk afscheid waarbij zij mijn hug maar al te graag laat welgevallen. Zij maant mij ten slotte niet zo snel te lopen want ze wil me nog wel eens zien. Ik heb het haar niet beloofd, maar gestreeld door haar complimenten loop ik energiek verder. 
Mijn refuge bij Montcuq, waar ik rond zes uur aankom is een fraai buitenverblijf. De overige aanwezigen zijn al veel eerder 

52 

aangekomen. Zij hebben het in het Frans erg goed met elkaar. Het eten is goed, maar m’n lapin-verhaal krijgen ze niet te horen. 

Dag 48. 14-5-2022. Montcuq - Moissac, 39 km. Totaal 1571 km. Omdat het erg ver blijkt te zijn snijd ik zo veel mogelijk bochten af op weg naar Moissac. Ik spreek bijna niemand en loop alleen. Wederom mooie afwisselende landschappen. De kersen rijpen. Mijn gps stuurt me een dichtgegroeid pad in en een bij steekt in mijn wang. Zijn bijbehorende imker schraapt de angel van m’n huid met een stuk ijzer. Daardoor gaat de pijn snel weg. 
Veel lopen dus, tot ik in Moissac ben. Daar tref ik op straat Jannick aan. De refuge is op het eerste gezicht slikken. Ik krijg de bovenverdieping van een stapelbed toegewezen. Drie volwassen mannen zijn mijn kamergenoot. Ik voel mij een seizoens-arbeider, onder erbarmelijke omstandigheden gehuisvest. Deze mannen echter zijn vriendelijk en behulpzaam en nodigen mij na het voortreffelijke pelgrimsdiner in de refuge uit met hen nog even de stad in te gaan. Daar zijn we getuige van een processie. Gezellige goed gevulde terrassen in de warme zomeravond. Om tien uur naar bed want om zes uur gaan we er weer uit. 

Dag 49. 15-5-2022. Moissac - St. Antoine, 31 km. Totaal 1602 km. 
Ik ga in slagorde op weg met ik weet niet hoeveel andere lopers.  
Aanvankelijk langs een kanaal met om de zoveel kilometer een sluis. Eindelijk eens een route die niet steil omhoog het dal uit 

53  

gaat. Ik weet onderweg nog aan twee afzonderlijke dames mijn lapin blanc verhaal te slijten. De tweede dame vind mij leuk. Het levert een knuffel op en zij behoedt mij voor een omweg van een kilometer. Daarna weg van het kanaal, het land in. Na tweeën zie je geen pelgrim meer. Die hebben hun 20-25 kilometertjes er op zitten en gaan een biertje drinken. Overigens weer prachtige dorpen zoals Auvillar waar het gezellig is met een rommelmarkt en terrasjes en Saint-Antoine met een oud kerkje met een prachtig blauw gewelf. Ik beland in een B&B met nieuwe eigenaren en die nog niet functioneert, maar voor 49 euro wordt snel een complete woning gereed gemaakt. Ik heb een dak boven m’n hoofd zonder reservering. Ik krijg 's avonds een berichtje van de 87-jarige pelgrim Joan dat ze met me wil dineren, maar inmiddels loopt ze 37 kilometer op mij achter en om helemaal met de taxi hier naartoe te komen is te veel gevraagd. Dat begrijp ik, zo leuk ben ik nou ook weer niet. Ik doe mij te goed aan een stokbrood belegd met een halve pot jam, die voor het ontbijt bestemd is. Er zit onweer in de lucht. Ik ben blij dat ik niet in m’n tentje zit! 

Dag 50. 16-5-2022. St. Antoine - Lectoure, 28 km. Totaal 1630 km. Het ontbijt, meestal geen cent waard, is hier helemaal treurig en heb ik grotendeels laten liggen. Het pak melk is bedorven.  

54

 

Een kop koffie met twee armzalige chocoladebroodjes en wegwezen. Ik heb een briefje achtergelaten met de aanbeveling studie te maken van de principes van gastvrijheid. Vandaag weer een fijne wandeling en mooi gerestaureerde dorpen, zoals Flamarens waar een vervallen kerk staat en een fraai privé-kasteel. Het land wordt steeds vlakker. Wat betreft de flora: nu zijn de klaprozen aan de beurt en het fluitenkruid. Ik bedenk, dat het leuk zou zijn om een wit konijn aan mijn rugzak te hebben. 
In Lectoure staat een enorme kerk, in de verte al te zien door zijn hoge toren. Ik heb niet gereserveerd. De eerste refuge is complet. Bij de tweede is het raak: vanwege een afzegging is mijn bed beschikbaar gekomen. Dat is fijn, want na Lectoure lijken er binnen 13 kilometer geen refuges te zijn en dan zou het wel erg veel kilometers zijn geworden. Dus houd ik het maar op een camino-wonder wat er voor zorgt, dat m’n voeten niet overwerkt raken. Aan m’n rechter voet zitten namelijk twee blaren, aan de hak één, die weinig last geeft en aan de kleine teen één die des te meer pijn doet bij het lopen. Links had ik dezelfde blaar op dezelfde plek en die voel ik niet. Ik kan het verschil niet verklaren maar ik merk wel dat m’n rechter voet gevoelig wordt door de pijn-vermijdende manier van lopen. In de refuge prik ik een punaise op een kaart bij Rotterdam. Er zat er al één, maar die heeft vast niet het hele eind gelopen. Wat dat betreft ben ik een bezienswaardigheid. 
Ik loop de stad in om proviand voor morgen te halen en iets te eten voor vandaag.  In het voorportaal van de de eerder 

55 

genoemde kerk voeg ik mij bij twee dames die credentials stempelen en mij een glaasje limonade aanbieden: ‘accueil des pelerins’. Er zijn nog twee pelgrims. Ik grijp m’n kans en doe allen versteld staan met mijn wonderbare konijn-verhaal. Geniaal roept één van de dames zelfs. Daarna ga ik de kerk in die mij ondanks een gregoriaans muziekje weinig inspiratie maar des te meer verkoeling biedt. Bij het verlaten van de kerk zie ik aan de overkant van de straat bij een tabaks- en tijdschriftenwinkel pluchen knuffels in de etalage liggen. Binnen liggen grote witte konijnen en een kleine blauwe. Groot of blauw, dat is het niet. Ik wil de winkel verlaten als de baas vraagt wat ik zoek. Een wit konijn dus, maar niet zo’n grote. Hij gaat zijn magazijn in op zoek naar een kleine witte en ja hoor, daar is tie dan. Hij vraagt of het een cadeautje is voor een kind. Nee, hij hoeft hem niet in te pakken, hij is voor mijzelf. De baas reageert wat lacherig en ik laat het zo. Ik trakteer mijzelf geheel tegen mijn strenge pelgrimsregels in, immers ik ben geen toerist, op een grote ijsco. Ik vier daarmee drie camino-wonderen: 
1. dat ik het witte konijn heb gevonden in een streek, waar je al blij bent als je een winkel vindt waar een brood te krijgen is en 
2. dat ik al meer dan 1600 kilometer heb gelopen en 
3. dat ik zonder enige moeite een bed heb gevonden, een bed wat door een afzegging naar mij toekwam. 
Voor morgen wil ik de goden niet opnieuw uitdagen. Ik heb gereserveerd, maar moet daar veel voor lopen. 

56

Dag 51. 17-5-2022. Lectoure - Montréal, 42 km. Totaal 1672 km. Lange tocht maar dat kan even niet anders. M’n linker voet vindt het best, m’n rechter denkt er anders over: twee blaren als gevolg van m’n nieuwe schoeisel geven pijn in m’n voet en onderbeen door krampachtig pijnvermijdend lopen. 
Het landschap wordt steeds vlakker, dat is fijn. Twee keer wordt geïnformeerd naar het witte konijn aan m’n rugzak, onder meer door twee dames uit Canada, die naar aanleiding daarvan een foto van mij willen. Kunnen ze gelijk voor mij een foto maken. Condom is een fraaie oude stad met een dikke kerktoren die van verre zichtbaar is. Koffie met veel koud water op een prachtig terras bij een mooi hotel. 's Middags wordt het zoals gebruikelijk, stil op de Camino. Weer een paar mooie dorpen gepasseerd, niet in de laatste plaats het dorp waar ik nu ben. Mijn refuge ligt aan het dorpsplein. Het is goed verzorgd. Maar eerst een groot glas bier en een praatje met een Nederlander op een terras tegenover de refuge. 

Dag 52. 18-5-2022. Montréal - Manciet, 28 km. Totaal 1700 km. Door de blaar op m’n kleine teen rechts zijn de eerste 5 kilometers pijnlijk. Met een pil en gewoon door de pijn heen lopen gaat het allengs beter. De eerste stop is bij een terras waar ik koffie drink en een uitstekende sandwich eet. De eigenaar beveelt mij een refuge aan en belt voor mij. Ik ben er welkom maar alleen met

57 

tent. Vooruit dan maar, zo moet het dus vandaag. Na een paar kilometer raak ik aan de praat met twee Nederlandse dames op leeftijd die voor hun huis zitten. Zij wonen permanent in Frankrijk. Ik word op de koffie uitgenodigd en we hebben een leuk gesprek waarbij ik uiteraard m’n konijn in de aanbieding heb. Dan weer door naar Eauze waar ik om twee uur bekenden en anderen gezellig op een terras aan het bier zie zitten. Ik kom er even bij met een café crème en veel water. Hoe ze er op komen ontgaat me, maar ze hebben het op een gegeven moment over Alice in Wonderland en een wit konijn. Ik kan uiteraard niet achterblijven en vertel m’n konijnen-revelatie voor de zoveelste keer, maar nog altijd even enthousiast. 
De laatste kilometers vallen mij zwaar: 32 graden en m’n voet speelt weer op. Ik kom aan in een alternatieve refuge vol boeddhistische uitingen en waar de natuur zich op alle mogelijke manieren roert. De sfeer en de gasten bevallen me. Uiteraard zijn er kippen en ik hoor een pauw. We dineren voortreffelijk, natuurlijk alles vers en onbespoten uit eigen tuin. De vrouw des huizes legt de baby aan haar borst zodra die een kik geeft. Het meisje van nog geen drie jaar is gezellig, maar vroeg of laat begint het te blèren waarna de jongste instemt met jankgeluiden, waar zij voor beloond wordt met nog een borst. Dat gaat zo door tot een uur of tien, als een vrij woest onweer alles overstemt. Mijn tent is waterdicht maar het weerlicht gaat dwars door het dunne doek. Ik ben blij als al dit natuurgeweld voorbij is. Het eco-toilet weet ik te vermijden. 

58

Dag 53. 19-5-2022. Manciet - Lanne-Saubiran, 25 km. Totaal 1725 km. 
Alle natte zooi ingepakt en ongebruikelijk laat op weg naar een onbekende bestemming. Ik kom meteen een gezellig stel mensen tegen die het lapin-verhaal met genoegen aanhoren. Even later een jongedame die mij aan mijn konijn herkent en het verhaal al van anderen had gehoord. Nog weer later een man die zegt mij al eerder gezien te hebben en die het konijnen-verhaal graag aanhoort en van passend begripvol commentaar voorziet. Ten slotte passeer ik twee Nederlands sprekende dames die zitten te eten. Ook zij horen het graag aan. Licht glooiend landschap en enkele matig aantrekkelijke dorpen. Een mede-pelgrim doet een suggestie voor een slaapplaats en zowaar, ik kan er terecht. M’n voet is nog lang niet in orde, dus 25 kilometer is wel genoeg. Ik kom om vijf uur aan nadat ik gered ben door twee medepelgrims die ontdekten, dat ik naar de verkeerde refuge op weg was. Dat scheelt mooi 7 km! De hospitalero wordt door de twee medereizigers onmiddellijk op de hoogte gesteld van mijn komst als konijnenprofeet en op zijn verzoek vertel ik graag het verhaal nog eens. Kortom, ik mag wel zeer tevreden zijn over deze dag waarop ik minstens zes mensen tot het lapin-geloof heb bekeerd. Het diner buiten in de enorme tuin is uitstekend.

59 

Dag 54. 20-5-2022. Lanne-Saubiran - Miramont-Sensacq, 42 km. Totaal 1767 km. 
De dag begint om zeven uur al strompelend van de pijn in m’n rechter teen. Na 5 kilometer wordt het dragelijk. Wel een beetje een saaie tocht. Ik passeer een stad, waar gelukkig de farmacie om 13.30 uur open gaat. Ik koop paracetamol en neem het meteen in. Bovendien heb ik meer dan een uur rust genomen, flink gegeten en een cola gedronken. Ik voel me daarna sinds dagen weer als vanouds. Ik loop de ene kilometer na de andere en kom ook weer eens Jannick tegen. We blijken naar dezelfde refuge te gaan. De laatste kilometers zijn zoals altijd zwaar, maar het landschap is aantrekkelijk. De refuge is een gesmeerde machine, waar van alles uit eigen productie te koop is, zoals eendenpaté. Ik voel mij langzamerhand een interessant object van de pélerin-economie. 

Dag 55. 21-5-2022. Miramont-Sensacq - Larreule, 24 km. Totaal 1791 km. 
De dag begint om kwart over vijf vanwege het rumoer van een groep Fransen, tot grote ergernis van mijn Zwitserse kamergenoten, een echtpaar op leeftijd. Zij gaan erop af en doen een deur dicht. Dat helpt. Ik slaap nog tot kwart over zes.  

60

Uiteindelijk vertrek ik rond acht uur als allerlaatste. In een dorp verderop laat ik mij door accufietsers fotograferen. Ik loop ergens een kerk binnen en laat er een relevante boodschap achter: ‘Le Lapin Blanc était ici! Il rends le bonheur!’ Onderweg maak ik een praatje met een zekere Helene. Zij begrijpt mij. Daarom moet zij mijn konijnenverhaal aanhoren. Ook dat begrijpt zij. Even lopen we gezamenlijk op. Ik loop sneller. Er kan niet getreuzeld worden. Santiago is nog ruim 900 kilometer ofwel 27 tot 36 dagen en ik wil niet eindeloos van huis wegblijven. 
Alras komt een refuge in zicht. Ofschoon ik nog niet mijn quotum van tenminste 30 kilometer heb gehaald, gun ik mijzelf een bed na 24 kilometer. Het is een gewoon bed. Wat een luxe na twee nachten op de eerste verdieping van een stapelbed te hebben geslapen. Er is zelfs een zwembad. Mij niet gezien. Veel te koud. 

61

Dag 56. 22-5-2022. Larreule - Sauvelade, 38 km. Totaal 1829 km. Mijn bed-buurman laat om kwart voor zes zijn wekker aflopen. Ik heb het nog een half uur gerekt, daarna ook maar opgestaan. Na een paar kilometer een kop koffie op een terras en mondvoorraad ingeslagen. Een bekende had een opmerking over het witte konijn en suggereerde, dat ik het verhaal nog eens zou vertellen. Later heb ik op hetzelfde terras nog een keer het verzoeknummer gedraaid en wel voor een beeldschone Marokkaanse, Rachida. Dat was wel bijzonder. Moslims zie je zelden op de Camino en moslima’s al helemaal niet. Bovendien sprak ze perfect Engels. Later op de dag op een terras bij een bakker aan vier dames op hun verzoek uitleg gegeven over het konijn aan m’n rugzak. Verder was het een dag als altijd: lopen, lopen, lopen. Ergens langs de weg zijn fruitbomen geplant, speciaal voor de pelgrims.
In Sauvelade krijg ik het laatste vrije bed van een gemeentelijke refuge. Het diner is uitstekend met een lokaal gerecht, een soort bloedworst. Klein minpuntje: ik moet weer bovenin een stapelbed. Die dingen zouden ze moeten verbieden. Het is niet 

62

fijn om met zere voeten op dunne treetjes van een laddertje te staan. 

Dag 57. 23-5-2022. Sauvelade - Lichos, 30 km. Totaal 1859 km. 
Vlak voor mijn vertrek na het ontbijt onthul ik op verzoek van één der aanwezigen nog maar eens het geheim van het konijn aan mijn rugzak. De dag begint met druilerig weer. Een Zwitsers echtpaar schiet direct een poncho aan. Twee knalgele kobolds. Het ziet er een beetje lullig uit. Allengs komt de zon steeds meer tevoorschijn, maar de temperatuur blijft rond de twintig hangen. Met wat wind is dit dus een prima dag om te lopen. Rond elven aan de koffie en een uitgebreide voetverzorging inclusief een mengsel van paracetamol en ibuprofen. Dan kan ik redelijk pijnloos lopen. Het blijft de hele dag een beetje fris. In de verte zie ik de Pyreneeën. Langs de route staan fruitbomen voor de pélerins. Onderweg tref ik een groepje Franse jongelui. Ze zijn luid en gezellig, maar ik hoop die onrust niet in m’n refuge tegen te komen. 

63


Op dit traject heb ik geen refuges in m’n telefoon staan, dus ik moet gewoon afwachten of er iets is op een geschikt moment. Na 30 kilometer sta ik mijzelf toe aan te kloppen bij een refuge en het is meteen raak. Het is een degelijk pension-achtig iets met keurig opgemaakte bedden. Bij mijn dagelijkse voetverzorging moet ik ondanks preventief tapen helaas weer een nieuwe blaar ontdekken en weer op m’n rechter voet, die nu drie blaren telt. 

Dag 58. 24-5-2022. Lichos - Gamarthe, 40 km. Totaal 1899 km. 
De voor vandaag voorspelde regen blijft beperkt tot een paar druppels. Inmiddels ben ik in Baskenland aangekomen. De stilte is hier overweldigend, vooral als ik even stop en het tikken van mijn stokken en het knarsen van mijn schoenen op de grond verstomt. Van de Pyreneeën is niets te zien. Veel bewolking. Karakteristieke witte huizen met ossenbloed-kleurige deuren en blinden, zoals in het dorp Ostabat, waar ik koffie drink en een lekker knapperig brood koop. 

64

Het vertrouwen dat Vader Jacob onderdak regelt is vandaag opnieuw terecht. Onderweg kwam ik Jannick weer eens tegen. Hij had een plek voor zijn tent geregeld bij een gîte. Hij regelde, dat ik ook m’n tent daar kon plaatsen. De charmante gastvrouw is een lieverd die bovendien op glazen borden met zilveren bestek een uitstekend diner serveert in de uiterst sfeervolle salon. De tuin is een paradijs. De was is gedraaid. De regen komt nu met bakken uit de lucht. Ik neem graag het aanbod aan om binnen op een bank te slapen. Helaas is de tent dan al drijfnat geworden, maar dat los ik morgen wel weer op. 

Dag 59. 25-5-2022. Gamarthe - Saint-Jean-Pied-dePort, 10 km. Totaal 1909 km. Het regent af en toe in dit Zwitserland van Frankrijk. Basken zijn netjes. Witte huizen en opgeruimde erven.  

65

M’n rechter voet doet nog steeds moeilijk en ik ben moe van de lange loop van gisteren. Ik ben blij dat ik vandaag maar 10 kilometer hoef te lopen en dat ik een plekje in de refuge communal heb gereserveerd. Af en toe regen. Jas aan, jas uit. Uiteindelijk is het vrijwel droog en kan ik de tent te drogen leggen. 
In St. Jean eet ik een soort pannenkoek en dan komt Kathy uit de VS bij mij staan en vraagt of ik een pelgrim ben. We raken aan de praat en zij schuift aan. Zij heeft met iemand uit Londen een zoomclubje opgericht om mooie caminoverhalen uit te wisselen en vraagt of ik daar mijn verhalen wil vertellen. Natuurlijk wil ik dat. Het witte konijn zal de wereld veroveren! In de kerk een kaarsje aangestoken voor Ellen, onder het gemompel van enkele reciterende katholieken. En natuurlijk een marineblauwe baret voor haar gekocht. Verder de nodige inkopen gedaan om goed voorbereid morgen de Pyreneeën in te klimmen. 

Dag 60. 26-5-2022. Saint-Jean-Pied-de-Port - Roncevalles, 25 km. Totaal 1934 km. 
Om vier uur beginnen de eerste slaapzaal-genoten al met inpakken. Dat moeten angstige en onervaren lopers zijn die denken dat 25 kilometer door de Pyreneeën ongeveer hetzelfde is als een noordpool-expeditie. Helaas kom ik daardoor slaap tekort. 
Dit is wel de meest spectaculaire etappe: schitterende vergezichten en hooggelegen weides en wegen. Tal van adelaars zwevend op de thermiek. Tientallen mensen zijn op weg. De meesten zijn rustig en onder de indruk. Ik maak een praatje met dezen en gene. Aanvankelijk zonnig wordt het hogerop steeds 

66 

 

winderiger en kouder  en soms loop ik door een wolk, maar het is in ieder geval droog. 
De albergue in Roncevalles is groot met 240 bedden, hypermodern en efficiënt. Hier slaap ik in een soort cabine met drie anderen. Er zit geen deur in. Het geleuter van Franse pubers dringt hinderlijk door in mijn cabine evenals het muzikale behang wat in de gangen wordt geplakt alsof ik in een warenhuis ben. Ik ben verbijsterd. Was ik net gewend aan zolders met tien stapelbedden en nu dit. Zoveel efficiëntie vraagt tijd om het te verwerken. Ik ontdek in een douchecabine, dat ik mijn zeep in de vorige refuge heb achtergelaten. Als ik dat wil gaan kopen dan blijkt dat Roncevalles alleen een gerestaureerd klooster is met kerken, een hotel, een VVV en nog een paar dingen, maar geen dorp met een epicerie. Maar goed, dat ik demi-pension heb besteld. Het diner wordt opgediend in een restaurant in hetzelfde complex en is onbegrijpelijk goed voor de 11 euro, die het kost. Ik eet samen met enkele jongedames uit de VS, resp. Korea, die ik vermaak met mijn konijn. 

Dag 61. 27-5-2022. Roncevalles - Larrassoana, 28 km. Totaal 1962 km. 
Om zes uur worden we in onze stapelbedden gewekt met een muziekje en gaat het licht op de gang aan. Om zeven uur een eenvoudig ontbijt in het restaurant van het nabijgelegen hotel. Om half acht in ganzenpas op weg met een paar honderd andere pelgrims. Het is vochtig en koud. Later gaat de zon schijnen. 
Een vrouw uit Nieuw Zeeland meent met mij op te moeten

67

lopen, maar ik wil alleen lopen. Na een tijdje weet ik mij van haar te ontdoen. Hetzelfde met een Duitser, later op de dag. Ik verbaas over de vanzelfsprekendheid waarmee sommige mensen denken recht op mijn aandacht te hebben. Ik ervaar weinig gelegenheid om de joy tot me door te laten dringen. In de albergue ontmoet ik twee Nederlanders, die ook al weinig inspirerend zijn en een Zwitsers echtpaar op leeftijd, die ik nu al dagenlang tegenkom en waar de levensvreugde evenmin van afspat. 
Ik vergat Ellen te melden dat ik gearriveerd was. Vond ze niet leuk. Kortom het kan geïnspireerder op de Camino dan op deze dag. Ik moet echt iets aan mijn humeur gaan doen. 

Dag 62. 28-5-2022. Larrassoana - Uterga, 33 km. Totaal 1995 km. Douglas, rector van de kathedraal van Rochester bij Londen loopt een tijdje met me op. Hij is een attente vriendelijke zestiger en aangenaam gezelschap. In Pamplona, een vredige moderne stad, nemen we nadat we samen koffie hebben gedronken, afscheid van elkaar. In het café werd ons vriendelijk verzocht de schoenen weer aan te trekken. Onze voeten waren een verdieping hoger te ruiken. Later word ik door een medepelgrim omhelst met de mededeling, dat ze blij is dat ze me weer ziet. Geen idee wie ze is. Ik zal het maar een caminowonder noemen. Vlak voor Uterga word ik getrakteerd op een klim, respectievelijk afdaling van omstreeks 300 meter over een keienpad. Leuk is anders.  

68

Maar ik mag niet klagen, want met de nodige pillen heb ik weinig last van m’n rechter voet. Bij Uterga zie ik een aantal jongelui bij een Mariabeeld weesgegroetjes bidden. Het is de maand van Maria, vandaar. Het zijn zeer vriendelijke intellectuelen met een mooi religieus besef. Eén van hen vraagt mij wat mij beweegt om de Camino te lopen. Ik geef hem als antwoord dat ik poog op deze wijze tot spirituele verdieping te komen. Hij geeft er blijk van, mij te begrijpen. Het was een aangenaam contact met deze Spaanse mensen. Ook een caminowonder. 
De albergue is groot, het eten goed. Ik klets gezellig met Maurice, een Nederlander die ook van huis uit is komen lopen. Ik lig onderin een stapelbed. 

Dag 63. 29-5-2022. Uterga - Azgueta, 38 km. Totaal 2033 km. 
Een heerlijke dag! Prachtig land, een onverwachtse stempel in een kerk, mooie dorpen, leuke mensen, wat zou ik nog meer willen. Politie, die buen Camino wenst en een speciaal telefoonnummer geeft mocht er iets mis gaan op de Camino. Eerst kom ik een filmploeg uit Zuid Korea tegen aan wie ik m’n verhaal kwijt kan, later in de albergue een Australiër, Eddy, met wie ik camino-wonderen deel. De albergue is verder weg dan ik dacht, maar des te aangenamer. Gastvrouw Hélène kookt gul en voortreffelijk. 

69

Dag 64. 30-5-2022. Azgueta - Sansol, 22 km. Totaal 2055 km.  
's Ochtends een uitstekend ontbijt samen met Eddy. Na zijn vertrek informeert hospitalera Hélène naar m’n konijn aan de rugzak. Ontroerd hoort zij het verhaal aan en gek genoeg kom ik deze keer van ontroering niet goed uit m’n woorden. We kletsen als oude bekenden nog een uur lang, onder meer over het recente overlijden van haar moeder. Bij m’n vertrek geeft ze mij een omhelzing en opgewekt ga ik veel te laat op weg. En wat is Spanje weer mooi. Onderweg moet ik nog drie keer vertellen waarom ik met een wit konijn rondloop. Ik loop ergens een kerk binnen. Het heeft een schitterend interieur. Barok op z’n best. 
In het dorp Sansol aangekomen besluit ik te bezien of er plaats voor me is. Ik kom een Duitse vrouw tegen, die mij enthousiast verwijst naar het Palacio de Sansol, waar zij ook verblijft. Er is meer dan genoeg plaats. Het paleis is van binnen modern verbouwd. Ik kies een onderbed bij het raam. 

Dag 65. 31-6-2022. Sansol - Navarrete, 33 km. Totaal 2088 km. 
De weg voert door prachtige valleien langs naar honing ruikende bremstruiken en een even prachtig stadje, Viana. Verderop ligt Logroño. Groot en netjes, maar minder aantrekkelijk. Ik loop een kerk binnen, waar een mis gaande is en die ik schielijk weer verlaat tijdens het uitdelen van de hostie, want daar kom ik als ongelovige toch niet aan te pas. Daarna een keurig opgemaakt pad door een parkachtige omgeving om uiteindelijk in een  

70 

 

slaapzaal met 6 stapelbedden te eindigen. Ik krijg weer  associaties met seizoens-arbeiders. Er is geen diner, dus haal ik maar iets in een supermarkt. Beetje saaie dag. Het konijn bleef in z’n hol. 

Dag 66. 1-6-2022. Navarrete - Ciruēna, 33 km. Totaal 2121 km. 
Vroeg op weg want het wordt erg warm vandaag. Hele stukken langs een snelweg maar uiteindelijk wordt het rustig en landelijk. Geurige bremstruiken en veel klaprozen. Wijngaarden van Rioja. De felblauw geschilderde albergue ligt bij een klein dorpje. De hospitalier heeft de zaak onder controle. Ik krijg met mijn Italiaanse collega, JeanPierre, een hele kamer met gewone bedden toegewezen. Wat een luxe. Wij dineren samen met een Frans echtpaar. Het gesprek blijft steken in de gebruikelijke statistieken, waar vandaan en waarheen en het gewicht van de rugzak. Ook vandaag bleef het konijn in z’n hol. 

Dag 67. 2-6-2022. Ciruēna - Belorado, 31 km. Totaal 2152 km. Prachtige zonsopkomst. Mooie landschappen en klaprozen maar ook veel doorgaande wegen. Op een terras zie ik Eddy die zegt dat hij het konijnen-verhaal al veelvuldig heeft doorverteld. Het gaat dus goed met de verspreiding van het konijnen evangelie. Ik ontmoet een Ier, Robert, die voor zijn overleden vader sponsorloopt, althans voor het hospitium waar die zijn laatste dagen doorbracht. Ik geef hem een tientje en het  konijnenverhaal. We kletsen wat en raken elkaar weer kwijt.



71 

Een bord langs de weg leidt mij naar een hostel in een oud pand wat net verbouwd is. Het ziet er goed uit en er zijn gewone bedden. Ik doe niet mee met het diner. Ik wil veel vlees en dat zit niet in het pelgrims-menu. 
Op zoek naar een eetgelegenheid roept Robert mij vanaf een terras. We eten en drinken samen en hij staat erop de rekening te betalen. Dat is leuk want meestal ben ik degene die de portemonnee trekt. We nemen afscheid als oude vrienden. Misschien zien we elkaar nog in Burgos waar hij zijn broer zal ontmoeten en die hij al vast over de telefoon het konijnen-nieuws heeft verteld. 

Dag 68. 3-6-2022. Belorado - Atapuerca, 31 km. Totaal 2183 km. Vandaag probeer ik m’n voeten maar eens zonder pijnpillen en dat gaat redelijk. Ik moet wel geregeld rust nemen om ze te sparen want ze zijn beurs van al het geloop. Eerst lang langs een drukke weg, daarna door bossen en soms door een fraai glooiend landschap. 
Op een terras ontmoet ik Peter, schoenwinkelier. Tijdens een lunch op zo maar een plekje in een bos komt een Française bij me zitten. We lopen een tijdje samen op. Onderweg geef ik een konijnenvoorstelling voor Peter, een Fransman en een echtpaar uit Zuid-Afrika. Later op een terras herhaal ik op verzoek de voorstelling voor twee dames uit Ierland. 
De beoogde refugio is vol. Daardoor beland ik in Atapuerca in 

72 

een soort barak met de originele naam Centro Turistico el Peregrino in een gewoon bed in een kamer waar vijf slaapplaatsen in zijn gepropt. Gelukkig is er een ruime tuin.

Dag 69. 4-6-2022. Atapuerca - Rabe de las Caldas, 33 km. Totaal 2216 km. 
Een van oorsprong Zuid-Koreaanse vrouw van in de tachtig, woonachtig in Leiden is weg van m’n pluchen konijn en zij vraagt ernaar. Zij krijgt de verkorte versie, evenals drie dames uit Texas, die mij er onderweg over aanspreken. De eerste kilometers loop ik in de mist. Dat levert prachtige beelden op. Flink stuk afgesneden. Anderen zagen dat niet en dus loop ik een tijdlang alleen. Bij het vliegveld van Burgos kom ik Eddy tegen. Hij loopt veel sneller dan ik. Daarna door stedelijk gebied, urenlang, tot eindelijk het centrum van Burgos is bereikt. Pleinen met terrassen, oude statige gebouwen, zelfs een vier leeuwen-brug en het kerkelijk complex met de kathedraal in het centrum. 
Daarna door naar m’n albergue in Rabe met de prachtige naam: Liberanos Domine. In het dorp aangekomen word ik herkend door drie mensen op een terras die mij enthousiast begroeten. Ze weten zelfs m’n naam ofschoon ik nauwelijks weet waar en wanneer ik hen eerder heb gezien. Ik krijg een biertje en beloon hen met het konijnenverhaal. In de albergue wordt mij een bovenbed aangeboden. Als ik vraag om een benedenbed maakt een Portugees stel plaats voor mij. Ik dat niet lief? 
Rabe de las Caldas is een stil dorp met een enorme muurschildering van onder meer Einstein. De klok van een kerk speelt door luidsprekers de melodie van de Big Ben af. 

73

Dag 70. 5-6-2022. Rabe de las Caldas - Castrojeriz, 29 km. Totaal 2245 km. 
De eerste twee uur loop ik in de mist. M’n voeten voelen goed en de rechter teen is eindelijk na drie weken zo goed als pijnvrij. De pijn is overgenomen door m’n linker grote teen. Zo is er altijd wat te zeuren maar m’n stemming is uitstekend, net als m’n energie na een nacht van minstens negen uur slaap. 
Ik ontdek m’n hoed in de albergue te hebben laten liggen. Ik bel en vraag of iemand hem mee wil nemen en wacht erop in het volgende dorp. Na 25 minuten heb ik hem terug en loop dan verder in vlak terrein. Zou dat de Meseta zijn? Later tref ik toch weer heuvels. Wat een prachtig land, het moet nog maar eens gezegd worden. Ik blijf klaprozen fotograferen. De bermen staan vol bloemen. Ik passeer de ruïnes van een kerk met klooster. Bizar genoeg loopt er een asfaltweg door de resten van de poortingang van de kerk. Het trekt toeristen. Doorlopen dus. 
Ik kom zonder reservering terecht in een prettige albergue met een heerlijke binnentuin en klets een tijd met een vrouw uit Nederland. De hospitalera is een slanke Koreaanse. Zij bereidt een heerlijke Koreaanse maaltijd. Het wordt een gezellig diner in een prettig gezelschap van twee Zwitsers, drie Amerikanen en een man uit Australië. 

74

 Dag 71. 6-6-2022. Castrojeriz - Villarmentero de Campos, 36 km. Totaal 2281 km. 
Jean-Pierre, mijn Italiaanse caminovriend begint zijn dag om vijf uur. Dan willen de meesten nog slapen maar dat lukt dus niet meer. De tocht start met een steile klim naar een plateau met een prachtig uitzicht. Na een paar honderd meter daalt de weg naar een schitterende vallei. Het land wordt steeds vlakker totdat zelfs een kanaal mogelijk is: Canal de Castilla. De dorpen in deze streek zijn zeer eenvoudig, op het armoedige af. Een plaatselijke kruidenier heeft wat stoelen op straat gezet en dat is dan een terras. Op vrijwel alle kerktorens zitten ooievaars. Inmiddels begint mijn rugzak er steeds fraaier uit te zien door allerhande frutsels die ik er onderweg aangehangen heb zoals de Nederlandse vlag in emaille, ergens in een bar op de kop getikt. 
De albergue van vandaag blinkt uit in alternatieve zooi. Twee levensgrote beelden in de tuin, natuurlijk een ezel en een schaap, koud water in de douche en te weinig knijpers om de was op te hangen. De was van de gasten die van de lijn is gewaaid heb ik netjes opgehangen. Ik deel mijn kamer met drie gepensioneerde Italiaanse metaalbewerkers, allen rond hun zestigste met pensioen. Al op je zestigste? Natuurlijk! Ze hebben 45 jaar pensioenpremie betaald. Ik heb ervoor gezorgd, dat ik niet in dezelfde kamer lig als de matineuze JeanPierre. Mijn voeten kunnen elk uurtje rust naar al te goed gebruiken. 
Ellen suggereert mij, het kalmer aan te doen maar ik heb een toenemend verlangen om zo spoedig mogelijk weer aan het normale leven deel te nemen, niet dan na in Santiago verlost te zijn van al mijn zonden door mijn pelgrimage tot het eind te voltooien.   

75

 Dag 72. 7-6-2022. Villarmentero de Campos - Ledigos, 35 km. Totaal 2316 km. 
De Italianen beginnen de dag om half zes, dus ik ook en zo sta ik even na zessen buiten. Ik ben helaas vergeten de donativo voor het ontbijt te voldoen. Schande, maar ik ga niet teruglopen. Heerlijk om vol energie de dag te beginnen. Vandaag loopt het pad parallel aan een doorgaande weg. Er komt weinig verkeer langs. Hier en daar ziet het land blauw van de korenbloemen, prachtig! Bij een mobiel barretje tref ik vandaag voor de tweede keer Eddy aan. Wij gaan samen op de foto. Na 28 kilometer zie ik mijn Italiaanse vrienden op een groot terras. Ze nodigen mij uit bij hen te komen zitten. Jean-Pierre biedt mij een drankje aan. Ik zeg hem graag een een colaatje te hebben, maar dat ik eerst ‘pisa’ (wc) moet. Hij denkt pizza en bestelt dat ook voor mij. Opheldering van het misverstand geeft veel jolijt. 
Wij treffen elkaar later weer in de refugio. Ik heb daar een kamertje voor 20 euro. Het ziet er keurig uit. Het dorp is op een andere albergue na een dooie boel. Veel huizen zijn nog van leem met stro gemengd. M’n voeten doen het aardig. M’n linker grote teen is pijnlijk, waarschijnlijk door een schimmelinfectie. Met een nagelvijl maak ik de nagel dun en dat lijkt te helpen. Nu ik geen pijnstillers meer gebruik voel ik me veel energieker. De avond is heerlijk met 26 graden. 

76

Dag 73. 8-6-2022. Ledigos - El Burgo Ranero, 36 km. Totaal 2352 km.
's Ochtends kronkelt de weg door een golvend land en enkele dorpjes met terrasjes. Op één van die terrassen zie ik Eddy ook weer. Hij haalt koffie voor mij. In de middag loopt het pad saai langs asfalt. Het valt mij op, dat velen mij inhalen terwijl ik denk stevig door te lopen. Vaak denk ik dan, wacht maar tot jij ook 75 jaar bent. En ook, ik loop niet snel, maar wel ver. Zo hou ik mijzelf moreel op de been. 
In een stadje staan hekken voor het stieren-rennen. Hier en daar een mooie oude brug. Een meiske uit de VS vraagt naar het konijn. Zij had ooit een soortgelijke ervaring, maar dan naar aanleiding van een masker wat zij zag. Ik had in geen dagen over m’n konijn gepraat. Hoe dichter bij Santiago hoe minder, zo lijkt het wel. Onderweg zie ik diverse afstanden naar Santiago. Er is zelfs een doorgang die op de helft van St. Jean en Santiago zou staan, op 375 kilometer dus. Een pelerina uit de VS biedt aan mij daar op de foto te zetten. Vooruit maar, ofschoon ik niet veel heb met ik-was-hier-ook foto’s. 
De albergue, La Laguna in El Burgo is het toppunt van eenvoud, maar alles went en er is een fijne grote tuin. Ik ga er van uit dat het nu niet meer dan 350 kilometer is, zoals op een paaltje voor het dorp staat. 

77 

Dag 74. 9-6-2022. El Burgo Ranero - León, 38 km. Totaal 2390 km. 
Voor zessen al op pad met de vier Italianen. Na twee uur vinden we een terras, waar we ontbijten. Stokbrood met parmaham, koffie en cola. Ik maak een praatje met dezen en gene en zo krijg ik een adres in León, waar ze baretten verkopen. Ik had er één maar die ben ik kwijtgeraakt. Naderhand bedenk ik, dat ik niet 's morgens vroeg door León moet lopen want dan zit alles nog dicht. Dus besluit ik door te lopen naar Léon. Netjes m’n eerste adres gecanceld en een ander in het centrum van Léon gevonden. Na wat zoeken vind ik het adres en m’n baretwinkel. De kathedraal van León is geen kerk meer maar een museum vol mooie spullen. Dat is te voelen. Er ontbreekt iets. Prachtige glas-in-loodramen maar geen stilte. Tenslotte nog door het centrum gelopen waar veel volle terrassen zijn en op de Plaza Major een biertje gedronken. Mijn kamer heeft plaats voor vier, maar ik ben de enige gast. En nu naar bed. 

Dag 75. 10-6-2022. León - Villares de Orbison, 36 km. Totaal 2426 km. 
De verrassing van de dag: de kathedraal in morgenrood. Pas na drie uur laat ik alle buitenwijken en bedrijventerreinen van León achter me. De daaropvolgende drukke N120 volg ik de hele dag op de laatste 6 kilometers na. Op dat stillere stuk reserveerde ik een albergue, wat verder dan de bedoeling was maar in ieder geval niet langs die weg. Tot m’n verrassing wordt hij gerund door een Nederlands echtpaar waarmee ik gezellig kan kletsen. 

78

De albergue heeft een mooie binnenplaats. Ik ben blij dat vader Jacob mij hier naartoe heeft gebracht. Na 36 kilometer is mijn linker voet iets minder blij. Het diner is prima, evenals het gezelschap; een Italiaan, een Frans echtpaar en twee Duitsers. 

Dag 76. 11-6-2022. Villares de Orbison - El Ganso, 31 km. Totaal 2457 km. 
Eindelijk verlost van drukke wegen. Het landschap is fraai met heuvels en bossen. Een Spanjaard heeft midden in de natuur een ontbijtgelegenheid ingericht op basis van donativo. Ik neem een ei en nog wat en laat een tientje achter. Sympathieke gast, waarom ook niet. Ik zie letterlijk de onweersbui hangen en ben blij de stad Astorga te hebben bereikt voordat het losbarst. De binnenstad is aantrekkelijk. Ik besluit er te wachten tot de bui over is. Dat duurt een paar uur. Die tijd breng ik door met een Nederlander en een vrouw uit Zuid Korea. 
De albergue in El Ganso is oké. Twee Nederlandse dames op leeftijd vertellen hun en ik mijn avonturen. Wij gaan gezamenlijk aan tafel in het restaurantje van de ouders van onze hospitalier en lachen om ons verval van normen en privacy. 

Dag 77. 12-6-2022. El Ganso - Molinaseca, 35 km. Totaal 2492 km. Het heeft vannacht geonweerd. Als ik op weg ga loop ik naar donkere wolken met weerlicht maar dat lost vanzelf op. Ik 

79

 

ontbijt in een volgend dorp. Dorpen zoals Foncebadón zijn aantrekkelijker dan op de Meseta en ze hebben volop albergues. Ik loop zo veel mogelijk op asfalt. Dat is beter voor mijn voeten. Soms moet ik het officiële pad nemen dat vol met keien ligt wat niet lekker loopt. Ten slotte na enkele stops in wintersport- dorpen en cafés en een vluchtige blik op het ijzeren kruis op een hoge paal, waar ik in tegenstelling tot sommigen geen catharsis van krijg, volgt een lange lastige afdaling over een keienpad naar Molinaseca. Het laatste stukje smokkel ik over asfalt.
Karakteristiek zijn hier in Molinaseca de overstekken van de huizen. Ik heb niets gereserveerd, maar de eerste de beste herberg heeft plaats voor deze konijnenprofeet. Vervolgens zet ik m’n toeristenpet op en zit op een terras langs het water van een riviertje wat te drinken. Ik stuur een bericht aan een vriendin, die jaren geleden vanuit Utrecht naar Santiago liep in de tijd, dat er geen gps in de telefoon zat, sterker nog, zij liep het hele eind zonder telefoon:‘Er is vast veel veranderd na jouw Camino in 1998. Het lijkt wel of ik in een wintersportgebied zit met fietsers in strakke pakjes in allerlei kleurtjes op supersonische fietsjes ook weer in alle kleurtjes van de regenboog met zestig versnellingen en eventueel een gezellig muziekje erbij. Opvallend veel heen en weer rijdende taxi’s. Dat was toen vast anders…..
Zij reageert: ‘Toch ook wel de schok van de ingetogenheid naar de kermis!!! Ik herinner me dat het grote overeenkomsten met een zwangerschap had. Op het einde van de tocht is het niet

80

leuk meer en verlang je naar de bevalling. Dan kan je het nieuwe, het “product” in je armen en je hart sluiten. En ik vermoed dat de kermis nu nog erger is dan toen.’
Het is meer dan dertig graden. Morgen ga ik heel vroeg lopen. 

Dag 78. 13-6-2022. Molinaseca - Villafranca del Bierzo, 28 km. Totaal 2520 km. 
Om zes uur in het duister vertrokken bij 18 graden. De eerste uren loop ik in stedelijk gebied met zo min mogelijk omwegen om de hitte voor te zijn. Ik kom langs glanzende dealers van dikke auto’s en hoor mezelf denken zo’n asociale vette auto te willen hebben. Veel lekkerder dan lopen. Volgt een traject in landelijk gebied en naar insecticiden stinkende wijngaarden. 
De tweede albergue in Villafranca ziet er aardig uit. Ik word door de hospitalier omstandig ontvangen en krijg een onderbed in dit ecologisch verantwoorde onderkomen, wat achterstallig onderhoud betekent. Maar, en dat is essentieel, ik kan me warm douchen en ik ben slechts 17 euro kwijt, inclusief half pension. Daarna loop ik het dorp in en ontmoet daar Kevin uit de VS. Hij is onder de indruk van mijn wereldreis. Hij bestuurde een van de grootste vastgoedcompanies in de VS. Drie jaar geleden verkocht, dus niet onbemiddeld. Ik laat dan ook graag de rekening van de lunch door hem betalen. Aardige vent, complimenteus en razendsnel contactmakend. Daar kan ik nog wat van leren.  

81

Vandaag m’n hotel in Santiago gereserveerd en twee keer het evangelie volgens het witte konijn verkondigd. Ik ben tevreden maar wel bekaf vanwege het tekort aan slaap. Het diner, om 20:00 uur met klokgelui aangekondigd, wordt met een onverstaanbare toespraak ingeleid door de opper-hospitalier, die de rest van de maaltijd maar door blijft praten en vermoedelijk de waarden van een eenvoudig pelgrimsbestaan aanprijst. Ik ben er niet zo enthousiast over. De paella is moddervet en het toetje heb ik grotendeels weggemoffeld in een papieren servet. Ik hoop dat mijn darmen het voedsel beter weten te waarderen. Er meldt zich tenslotte nog een late gast met een maf hoedje en een hond. Gelukkig wordt er niemand boven mij gelegd. Ik vrees, dat deze ambiance erg ecovriendelijk is voor bedbugs. 

Dag 79. 14-6-2022. Villafranca del Bierzo - Vega de Valcarce, 25 km. Totaal 2545 km. 
Om vier uur in de nacht laat een idioot die gisteren de hele middag lag te slapen zijn wekker aflopen. Waarom wil iemand twee uur in het duister lopen? Om kwart voor zes houd ik het voor gezien, ik kom toch niet meer in slaap en vertrek even over zessen in het donker. Het gestommel van allerlei figuren ben ik zat. In het dorp is een café al open. Goed voor een kop koffie en een schoon toilet. Daarna urenlang langs de loop van een riviertje. Een mooi parcours. Een snelweg loopt daar ook.

82

Wat een indrukwekkend werk: hoge kolommen, tunnels enz. In een stil dorp wil ik in een mooie albergue annex hotel slapen, maar helaas: completa. Dan omhoog in een bos. Een vrouw waarschuwt mij dat iemand verderop is overleden. Er is hulpverlening bij. Ik zie hem onder een kleed liggen. Zijn dochter is erbij. Ik voel een intens verdriet van haar. Deze man van 68 stierf op een prachtige plek in een bos. 
Een paar honderd meter verderop tref ik een zeer verzorgde albergue aan bij een kapel. Albergue La Faba. Wat een warm welkom. Ik kan er mijn verhaal kwijt. Het wordt gerund door een Duitse kerk. Na gisteren een verademing van zorg en netheid. Douchen en daarna naar een restaurantje in het piepkleine dorpje waar ik een stel tref op huwelijksreis met zonnecelfietsen samen met drie honden en een kat. Hij is een Asperger. “In het begin zegt zo’n vrouw, wat mooi dat je zo eerlijk bent, maar als ze vraagt ’hoe vind je m’n kont’ en ik zeg ‘veel te dik’, dan zijn de rapen gaar.” Even later komt de dochter van de overleden man samen met haar hond langs. Ze is duidelijk in shock en zegt afstandelijk dat haar vader zojuist is overleden en dat ze haar spullen komt halen. Er is iemand bij haar. Ik brand voor haar en haar vader een kaars in de kapel van de albergue. 
's Avonds vindt in de kapel een korte en waardige bijeenkomst plaats, bijgewoond door veel pelgrims. Het raakt mij en ik herinner mij dat mijn lief zei, “Als je tijdens je Camino overlijdt, liever niet, maar dan is het toch goed.” of woorden van een dergelijke strekking. 

83

Wij blijven nog een tijdje buiten zitten. Martin, een zestiger, die vanuit Wenen is komen lopen en een alpino uit St. Jean op z’n hoofd heeft maakt een dansje op een Wiener wals met de Spaanse vrouw, die boven mij slaapt. Ik wou, dat ik zo vrij was…. 

Dag 80. 15-6-2022. Vega de Valcarce - Tricastela, 22 km. Totaal 2567 km. 
Vandaag gaat de eerste wekker om vijf uur af en dat terwijl ik mij had voorgenomen uit te slapen. Ik doe rustig aan en vertrek om een uur of acht nadat ik met een groepje pelgrims in de kapel de pelgrimszegen onderging. Dat was prima. De eerste twee uur een stijgend pad over prachtige stille bergen met veel geel geurende bremstruiken. Zo loop ik het liefst. Onderweg bij een restaurantje ontbeten. Ik zie enkele bekenden. Het pad eindigt in een toeristisch gehucht met enkel souvenirwinkels, albergues en hotels: O Cebreiro. Snel verder dus over een pad en een pas met het zoveelste pelgrimsbeeld en meerdere boerendorpen die naar koeienmest ruiken. Koeien lopen gedwee van en naar de stal door het dorp, onderwijl de straten bemestend. Een Australiër, Jeffrey, loopt met vrienden maar is tot de conclusie gekomen dat je als pelgrim beter alleen kunt gaan. Als beloning voor dit inzicht krijgt hij mijn konijnenverhaal. 
Na 22 kilometer stop ik bij een B&B, Sasa Quiroga, waar ik voor vier tientjes een prima kamer krijg met bad. Op het bijbehorende terras klets nog even met twee Belgen, een econoom en een hoogleraar muziekpsychologie, gezellige mensen. We  maken 

84

over en weer grappen. Zij gaan helaas verder. Het personeel is niet het toppunt van vriendelijkheid. Na wassen en douchen val ik prompt twee uur in slaap. Na een eenvoudige maaltijd van patat en kippenvlees en een salade barst een hevig onweer los. Regensluiers trekken langs mijn raam. Een pelgrim, die gewend is om met haar hond buiten te slapen was vandaag zo verstandig ook een kamer te nemen. In Sarria zijn morgen waarschijnlijk genoeg plekken om te overnachten. Ik ga het erop wagen om zonder reservering op weg te gaan. Wel vroeg opstaan want aan het begin van de middag kan het gaan onweren en daar houd ik niet van als ik buiten loop. 

Dag 81. 16-6-2022. Tricastela - Sarria, 30 km. Totaal 2597 km, 8 km. een omweg niet meegerekend. 
Ik zie dat de bui van vandaag later wordt verwacht, dus zet ik de wekker een uur vooruit. Na een stevig ontbijt van koffie met een enorm stuk cake ga ik rond acht uur op pad en kom meteen weer Jeffrey tegen, een gepensioneerde militair, die zijn gezelschap met strakke hand door zijn programma leidt. Hij raad mij aan, de omweg via Samos te doen. Inderdaad prachtig, stil en door schitterende gehuchten lopend, maar wel 8 kilometer langer. Het levert mij tenminste één blaar op. 
In Sarria roept één van de vier Italianen mij vanuit een raam van hun albergue. Het is inderdaad een prima plek en ik besluit er te blijven. Het is rustig in de herberg. Veel bedden staan leeg. 

85

Dag 82. 17-6-2022. Sarria - Gonzar, 32 km. Totaal 2629 km. 
Iemand laat om half vijf een wekker aflopen. Daarna is het gedaan met de rust. De Italianen doen hun uiterste best om lawaai te maken. Balen! 
Even over zessen sta ik al op straat. Het is een mooie wandeling. Ook vandaag veel gehuchten, die naar mest ruiken. Overal ligt koeienstront op straat. Een soort grote buitenkasten blijken familiegraven te zijn, althans dat wordt mij wijsgemaakt. Later begrijp ik dat het opslagplaatsen zijn voor de oogst van bijvoorbeeld mais waar door de speciale kolommen waar ze op staan muizen moeilijk bij kunnen. 
De 100 kilometergrens passeer ik. Dat betekent vanaf nu twee stempels per dag in mijn credential anders krijg ik straks in Santiago mijn diploma niet. Tijd voor een fotomoment. Het is heet: meer dan dertig graden. Ik kan er vrij goed tegen, maar ik zie ook wel dat mensen er moeite mee hebben. In de albergue zie ik de Italianen weer dus dat wordt morgen weer vroeg opstaan. Ik loop de komende dagen maar zo’n twintig kilometer per dag. Kom ik hopelijk niet helemaal uitgewoond in Rotterdam terug. 

Dag 83. 18-6-2022. Gonzar - Pontecampaña, 22 km. Totaal 2651 km. 
Een koele dag, max 22 graden. Lekker loop-weer, maar m’n linker voet zou het liefst helemaal niet lopen. Daar kunnen we natuurlijk niet aan beginnen en al helemaal niet als het zo koel is. Er komt spoedig een mist opzetten of lage wolken.  

86 

na een paar kilometer gaat m’n rechter voet, in het bijzonder m’n rechter ringteen, ook vervelend doen. 
De weg voert door gehuchten van huizen en kotjes, uit natuursteen opgetrokken. Er zijn ook halve en hele ruïnes bij. Overal de geur van koeienmest. 
Onderweg maak ik een pelgrim een compliment over haar hoed die met allerhande speldjes is versierd. Zij is Spaans en spreekt geen andere talen. Toch weet ik haar duidelijk te maken dat ik uit Holland ben komen lopen. Zij heet Lola. Uit een tasje haalt zij een Santiago-speldje en maakt het aan m’n baret vast. Met een knuffel nemen we afscheid. Lola heeft m’n hele dag goed gemaakt. Later tref ik haar nog eens en blijkt ze in dezelfde albergue te overnachten. 
Het is nog 63 kilometer naar Santiago. Misschien doe ik het in twee dagen maar daar moeten mijn voeten dan wel toestemming voor geven. De albergue wordt vooral door jongeren bevolkt. Ik heb er weinig aansluiting mee en evenmin met een moddervette man die opgewekt en luidkeels tegen iedereen in het Italiaans kletst. Vriend Jannick bericht gisteren in Santiago aangekomen te zijn. Hij heeft de bus naar Fisterra genomen. 
Lola en ik kunnen het goed vinden met elkaar. Een beetje van hetzelfde soort zal ik maar zeggen. Ze spreekt geen woord Engels, maar met de vertaal-app en met handen en voeten komen we er wel. Zij woont op Tenerife en nodigt Ellen en mij uit haar op te zoeken en geeft haar adres. Morgen zullen we samen lunchen in het beste pulpo-restaurant van Spanje. 

87

Dag 84. 19-6-2022. Pontecampaña - A Calle de Ferreiros, 33 km. Totaal 2684 km. 
Na een onrustige nacht ga ik in het donker met darmkrampen op stap. Het is koud, nat en winderig en ik voel me bekaf. Toch maar lopen want wat anders? Ik stuur Lola een berichtje, dat ik niet aan de pulpa ga. Zij reageert bezorgd en dat moet ik dan maar even dempen. 
Lang verhaal kort: ik sleep me met een slakkengang naar de volgende albergue. De duurste tot nu toe maar de douches zijn toch weer van die zeikerige kleine hokjes. Het was best wel een mooie tocht, maar veel oog had ik er niet voor. Een bord patat eet ik voor de helft op met een glas wijn, waarna ik me zo beroerd voel dat ik halsoverkop naar m’n bed verdwijn en de patat en de wijn laat staan. Morgen is er weer een dag. 

Dag 85. 20-6-2022. A Calle de Ferreiros - Santiago, 32 km. Totaal 2716 km. 
Vandaag vertrek ik pas om een uur of acht na een licht ontbijt. Dat blijft erin zitten en het lopen gaat ook goed. Dus besluit ik na een paar uur om door te lopen naar Santiago. Het hotel kan mij vandaag al ‘hebben’. Daar ben ik erg blij mee. Ik ben helemaal klaar met de albergues, het gebrek aan privacy, de nachtelijke onrust van pelgrims die naar de wc gaan, lichten aan doen, in het holst van de nacht hun wekkers laten aflopen, het eten, waar ik nu al twee dagen een darmprobleem door heb enz. Maar het moet gezegd worden: als pelgrim ga je in principe alleen in een hotel als het niet anders kan. 
Ik passeer eucalyptusbossen, erg mooi, net een oerwoud.

88 

Dan kom ik langs het vliegveld van Santiago, waar ik over een paar dagen vertrek. Dat roept veel emoties op: het brengt Ellen en Rotterdam opeens dichtbij en ik besef te meer dat ik idioot lang van haar weg ben geweest. Ik kan mij nauwelijks herinneren wat ik allemaal heb gezien en gedaan. Maar goed dat ik notities heb gemaakt. Beelden van maanden geleden gaan door m’n hoofd en ik kan haast niet bevatten dat dit allemaal in één wandeling heeft plaatsgevonden. Ik loop door in de regen maar het deert niet. Ik ben er bijna en morgen hoef ik niet vroeg op te staan om met zere voeten 30 kilometer te lopen. Het conejo blanco aan de rugzak is helemaal nat geregend. Dat heeft hij niet verdiend want hij heeft mij veel geluk gebracht: hij bracht het contact met het universum en met andere pelgrims tot stand. Ik maak hem zo goed mogelijk droog. 
Het hotel valt alleszins mee. Het is in een oud kloostercomplex direct achter de kathedraal. Een eigen kamer met badkamer. Ik kan gewoon m’n spullen laten liggen en me douchen zonder complicaties. Dat ik weer diarree heb is nu totaal ondergeschikt. Ik loop even naar buiten voor een staatsiefoto voor de kathedraal op de Plaza do Obradoiro. Het is koud en nat. De terrassen zijn leeg. Een pelgrim uit Letland, die uitstekend Engels spreekt maakt de foto’s en we praten wat met elkaar. Terug naar mijn lekkere warme kamer in het hotel. Mijn pelgrimage is voltooid. Nu mag ik nog twee dagen de toerist zijn. 

89

 Ik stuur een bericht via whatsapp:
'Ik mag wel zeggen dat ik trots en blij ben na 2716 kilometer Santiago bereikt te hebben. Ik heb de twee oorkondes ofwel compostela’s gekregen, het officiële document waarmee het Kapittel van de Kathedraal van Santiago erkent dat ik “gekomen ben om eer te bewijzen aan de apostel Jacobus”. De laatste 18 dagen voerden door de Meseta en tenslotte door Galicië. Ik liep door prachtig golvend heuvellandschap, met dennenbossen en bossen van eucalyptusbomen, zag velden, blauwgekleurd door korenbloemen en roodgekleurd door klaprozen. Ik rook de honingzoete geur van brem, die bermen en heuvels geel kleurden. In Spanje loopt de route helaas nog wel eens langs doorgaande wegen, dat is minder aangenaam. De dorpen en gehuchten veranderen naar gelang de streek. Aanvankelijk volgens het Spaanse romantisch ideaal met huizen uit leem en stro opgetrokken en in mijn ogen vrij smakeloos in de Meseta tot fraai en middeleeuws van natuursteen, stinkend van de koeienmest, in Galicië. Steeds vaker zijn de kerken gesloten. Sommigen gaan alleen open voor een begrafenis. Langs de Camino tref ik een aantal gedenkplaatsjes van pelgrims, die overleden tijdens hun tocht en één keer maak ik dat van nabij mee. Ik sluit vriendschappen, die ook weer even snel oplossen, omdat er nu zo veel albergues zijn, dat je elkaar al snel misloopt en ook omdat ik nu eenmaal als regel veel verder loop dan de

90

meesten op een dag. Mijn voeten vinden dat nog steeds niet fijn maar na verloop van tijd hoef ik daar geen pijnstillers meer voor te nemen en dat is dan weer gunstig voor m’n energie. Minder gunstig voor m’n energie is de gekte van sommige lopers, om in het holst van de nacht de wekker te laten aflopen en met veel gedoe te vertrekken. Het lijkt erop, dat hoe dichterbij Santiago, hoe meer de sportieve en toeristische motivatie de spirituele en religieuze overheerst. De hele dag word ik ingehaald door snelwandelaars. Of loop ik steeds trager? Hoe dan ook, uiteindelijk kom ik in Santiago aan, voor velen een emotionele gebeurtenis, maar dat had ik 10 kilometer eerder al bij het vliegveld, waar het pad langs voert. Het besef zo lang weggeweest te zijn van huis en haard, alle herinneringen, niet alleen aan de prachtige momenten, maar eerlijk gezegd ook aan de pijn en moeite die het kostte, om zo ver te komen. Vandaag heb ik mijn compostela’s gekregen en nieuwe kleding en schoeisel gekocht. Ik ben pelgrim-af. Op donderdag 23 juni vlieg ik naar Brussel, waar Ellen mij opwacht. Zij verdient alle eer dat zij mij 83 dagen in liefde aan de Camino heeft afgestaan en heeft ondersteund. En wit konijn in België: jij ook bedankt.'

91

 EPILOOG 


22-6-2022. Een jongedame wenkt mij vanuit de uiterste hoek van de eetzaal van het hotel. Ik ken haar nauwelijks. Ik loop met mijn voorzichtige anti-onrustige-darmen-ontbijt naar haar toe en mag bij haar zitten. Zij komt uit Kazachstan, is mooi, intellectueel, spiritueel ingesteld en zij begrijpt mijn konijnenverhaal. Dat schept een band voor een half uur. Het is de kortste maar misschien wel de meest diepe vriendschap van mijn Camino. 
Snel de stad in, op zoek naar een baret voor mijn splinternieuwe vriend Pim, die zich liet ontvallen jaloers te zijn op mijn baret. Ik vind een winkel, een mannenhoedenparadijs waar ik op m’n wenken wordt bediend. Ik neem er ook nog een voor mijzelf. 


Dacht ik gisteren m’n laatste verslag te hebben geschreven, kom ik vandaag tot het besef, dat het ultieme doel van de Santiago-pelgrim, de relieken van de heilige Jacobus de Meerdere nog niet was bereikt, laat staan beschreven. Er zijn geleerden, die menen, dat zijn stoffelijke resten niet in Santiago zijn, maar daar trekken de honderdduizenden pelgrims die daar jaarlijks op afkomen zich niets van aan en laten zich door niets weerhouden om de smalle trap naar de crypte af te dalen. Dus vandaag ga ik naar de pelgrims-mis. Ik heb mij slecht voorbereid op deze sessie, maar nog net op tijd: tijdens het wachten op de start van de dienst zie ik op Google dat achter het altaar, wat zó rijk versierd is dat de hemel er haast bij verbleekt, de crypte zich bevindt. De dienst is 


92

strak geregisseerd en wordt verricht door twee in kardinaalrood, twee in konijnwit en één in bordeaux-rood geklede heren en enkele vluchtig aanwezige in zwart geklede nonnen, naast een leek in burgerkledij. Het dubbele gigantische orgel met verticale én horizontale pijpen wordt helaas niet bespeeld. Twee liedjes, begeleid door een gitaar vormen het povere substituut. Ik laat de hostie aan mij voorbij gaan: als niet-gelovige zou het een grove zonde zijn die te consumeren ook al is thans de verleiding groot, immers de totale aflaat is nabij. Gelukkig duurt de dienst niet lang en wat een geluk: het zijn vast gefortuneerde Amerikanen geweest, die de 500 euro hebben betaald om het enorme zilveren wierookvat, aangeslingerd door een regiment bordeauxkleurig gejurkte heren, hoog door de gewelven van de kerk te doen zwaaien waarna dan eindelijk het doel van mijn Camino naderbij komt. Ik daal de trap af naar de crypte, zie door een traliewerk een zilveren schrijn waarin de relieken van sint Jacobus zouden liggen, neem een paar foto’s en loop aan de andere kant van de kelder de trap weer op. Ik kan het nog steeds niet geloven, dat deze eenvoudige procedure alle vlekken van m’n ziel verwijderde, hoewel, ik heb wel veel gelopen dus toch, misschien. 
Buiten is het lekker warm. De zon schijnt eindelijk na dagen van afwezigheid. Ik kom oude camino-vrienden tegen. Een Zwitsers echtpaar op leeftijd, die ik heimelijk familie koekoeksklok noemde, Julie die met haar hond loopt en buiten sliep, behalve op de dag dat ik haar zag en zij wijselijk besloot voor vier tientjes een kamer te nemen, waarna een hevige donderstorm haar 

93

gelijk gaf en ten slotte Lola die mij ruimhartig laat omhelzen door twee meegebrachte camino-vriendinnen. Nog één keer een afscheidsrondje lopen door deze schitterende stad, waar ik ooit met Ellen zal lopen. 

Morgen naar huis. Ik voel me goed. 








 © Willem Gerritsen 


94