2022
CAMINO
ALICANTE - SANTIAGO
Las dos pruebas más dificiles en el Camino Espiritual son:
la paciencia para esperar el momento correcto, y el valor de no decepcionado con lo que nos encontremos.
P. Coelho
‘De moeilijkste beproevingen op het spirituele pad zijn
het geduld om te wachten op het juiste, en de moed om
niet teleurgesteld te zijn door wat we vinden.’
Tekst van Paulo Coelho aan een huis in Santa Catalina de Somoza
28-04-‘25, dag -1. Santiago - Madrid
Santiago is stil en verlaten. Klokslag zes uur loop ik in het donker over de Plaza do Obradoiro naar het station voor de trein naar Alicante. Mijn comfortabele wandeling op de Camino Portugués gaat daar over in een ruig en ongecompliceerd pelgrimszwerversleven. Het is koud, ook in de trein die in Galicië óf over een viaduct raast óf door een tunnel.
1
Na twee uur wordt het terrein vlakker en komen de besneeuwde bergtoppen achter ons te liggen.
Met twintig minuten vertraging komt de trein aan in Madrid. Het station is rommelig door verbouwingen en alsof dat niet genoeg is wordt het hele land getroffen door een stroomstoring. Geen treinen, geen aankondigingen. De stationshal stroomt vol met gestrande reizigers. Na een tijdje wordt de hal ontruimd. Het internet valt uit, geen telefoon, geen WhatsApp, geen geldautomaat. Politie, brandweer en ambulances, die luid loeiend door het vastgelopen verkeer kruipen. Wat een geluk, dat ik hier en niet ergens midden in het land in een snikhete trein ben gestrand. Lang verhaal kort: na veertien kilometer lopen beland ik in een bed van hotel ‘Erase un Hotel’. Ik val als een blok in slaap, tot ik om half twaalf gewekt word doordat het licht aan gaat. Eindelijk contact met Ellen, die op het vliegveld van Madrid tot morgenochtend vastzit.
29-04-‘25, dag 0. Madrid - Alicante
Op goed geluk naar het station. De stationshal staat stampvol mensen. Ik hoor dat treinen naar Alicante op perron 24 aankomen. Ik stel mij strategisch op en ja hoor, als één van de weinigen word ik zonder reservering toegelaten tot de trein van acht uur die om negen uur vertrekt en neem willekeurig plaats bij vier keurige Spaanse dames met weinig beheersing over hun darmen. Ik vraag mijn neus om vergiffenis. Ik heb het er voor over om in Alicante te komen. De trein rijdt razendsnel over eindeloze vlaktes in alle kleuren groen en dwars door bergen.
2
Vanaf morgen loop ik langzaam terug naar Santiago.
Alicante.
Het kost mij moeite om niet gelijk door te stomen in plaats van lummelend de middag door te brengen in een stad, die niets heeft met pelgrimswegen: het hostel weet niets van credentials of stempels en alle kerken, de kathedraal incluis, zitten dicht. Hier zijn palmen, boulevards, plezierjachten, toeristen, terrassen, winkelstraten en zwervers. Geen Jakobsschelp te bekennen. Het bed in dit hostel is een soort hol met een gordijntje ervoor en voorzien van licht, zelfs met een hotelschakeling, een bergruimte, een stopcontact, een uitstekend matras en schone lakens. Erboven is eenzelfde hol. Ik slaap als een os en dat doen de andere gasten ook, als ik op hun zachte geronk afga.
30-04-‘25, dag 1. Alicante - Orito, 26 km. Totaal: 26 km.
Op weg! Een oud deuntje komt in mij op: ‘Joy, joy, joy. You can do it!’ Zo voel ik mij. Op naar het begin van deze Camino: de Basilica de Santa Maria. Twee kilometer omlopen heb ik ervoor over en word daar onmiddellijk voor beloond met een ontmoeting. Een aimabel stel, Anastasia en Emre, van Oekraïense, respectievelijk Turkse afkomst, samen reizend en geïnteresseerd in de Camino. Ik hang een Jakobsschelp aan mijn rugzak. Mijn Camino is begonnen met Anastasia en Emre als getuigen.
Naar de periferie van de stad verloopt op karakteristieke wijze: van prachtige marmer geplaveide boulevards met palmen via
3
dure winkelstraten met deftige oude appartementsgebouwen naar brede verkeersaders met minder prachtige appartementen. Dan autoboulevards, bedrijventerreinen met armzalige woongebouwen en terreinen waar de stedelijke excrementen terecht komen, aangevoerd door stinkende vuilniswagens. In deze voorstad met zwervers die tussen de rotzooi naar waardevolle resten op zoek zijn en louche cafeetjes waar ik snel langs loop zijn de cipressen grijs van het stof. De verwaarloosde stoepen liggen vol plastic afval en andere troep. De stad wordt besloten met een gigantisch kerkhof waarnaar de stoffelijke resten van de stadsbewoners worden afgevoerd, nog verder weg van het centrum dan de troep de zij achterlieten. Precies daar stopt een auto. Een raampje gaat omlaag en de chauffeur wenst mij een buen Camino. Hier bij dit kerkhof stap ik uit het gewone leven om op de Ruta de la Lana een buitengewone reis te gaan maken.
Ik laat de stad achter mij, de schaars begroeide bergen in. Bergen die met grote machines worden afgebroken en in vrachtwagens afgevoerd. Het land wordt stiller en ruiger. Hier en daar een paar huizen. Druiventeelt en andere vruchten. Tenslotte een bergkam, die via een steil stenig pad moet worden bedwongen met een merel die mij moed inzingt en een uitzicht tot aan de Middellandse Zee. De afdaling over asfalt wordt begeleid door een hop, die mij blij maakt. Een groot portret van een zalige monnik is in de bergwand uitgehakt.
In Orito is de bar open. Bier zonder alcohol en een gerecht van grote bruine tuinbonen met flinters vlees. Lekker. De albergue,
4
gesticht in 1999, netjes, zeer schoon met een geur van roomse heiligheid wordt voor mij geopend door de beheerder, die vloeiend Spaans spreekt en die ik ondanks mijn vocabulaire van maximaal twintig Spaanse woorden telefonisch duidelijk wist te maken, dat ik daar wil slapen. Andere gasten melden zich niet voor één van de drie bedden. De bar is ’s avonds goed voor een plato combinado. Mijn wasgoed hangt in een geopend raam te drogen. Het geluk loert hier van alle kanten.
01-05-‘25, dag 2. Orito - Villena, 47 km. Totaal: 73 km.
Spoedig na het verlaten van Orito zie ik een vlakte vol menselijk geweld in de vorm van industrieën, steden, herrie, rook en tuinbouw met gifspuitmachines, maar na Novelda volgt het pad een stroompje in een buitengewoon fraai berglandschap. Een navigatiefoutje levert zeven kilometer minder fraai asfalt en één kilometer winst op. In Sax ga ik na een uitstekende warme lunch op zoek naar een slaapplaats. Natuurlijk: 1 mei! Dag van de arbeid en viering van het eind van Semana Santa. Alles potdicht. Na inmiddels twee uur gerust te hebben voel ik mij prima in staat voor een avondwandeling van veertien kilometer naar Villena, waar Booking.com met het volgende bericht een kamer reserveert:
‘Willem U kunt een poging doen om een deel van de gemeenschap te bereiken. De bank, het huis en de salon worden slap en georganiseerd zodat andere mensen hun estancia kunnen mislukken. Veel dank. Willem Veel dank aan uw reserva,
5
het kan een wonder zijn dat u met nieuwe mensen kunt genieten. De vondst die deze gewoonte is, is een 3e zonde hoger, en de BAÑO, COCINA en SALÓN zijn met elkaar verbonden. U kunt een heleboel details lezen over uw dood voordat u uw schuld aflegt, zodat het resultaat langzaam en geleidelijk aan het proces van de schuld kan zijn. De richting is Calle Menéndez Pelayo N3. Inchecken om 15.00 uur. Hora maxima van uitchecken 12.00 uur.’ Deze tekst verontrust mij enigszins.
Ik loop als speer door een poldervlak land. Met een laatste restje stroom in de telefoon vind ik het adres. Mijn sobere kamer en een met andere gasten gedeelde badkamer bevindt zich in een jaren zestig flat. Etensluchten zijn inclusief, evenals gedetailleerde geluiden van de bovenburen.
De hoogtepunten van vandaag: een oude dame die zachtjes staat te zingen terwijl zij op het groene voetgangerslicht wacht. Een hondje, die mij negeert en direct daarna een hardloper bij de kuiten grijpt, zoete honinggeuren in de natuur en tenslotte, vlak nadat ik in Sax voor nog eens veertien kilometer van start ging, een leeftijdsgenoot, opgewekt achter een rollator schuifelend, die mij doet beseffen hoe gezegend ik ben met zoveel energie. Wat zou ik zeuren over etensluchten en bovenburen.
02-05-‘25, dag 3. Villena - Caudete, 15 km. Totaal: 88 km.
Een straffe koude wind jaagt mij het eerste de beste café binnen
6
voor een warme kop koffie met melk. Oude mannen zitten al vroeg aan de borrel. Door de speakers kermt een Spaanse zangeres hartstochtelijke klanken. Mijn geroosterde broodje kaas druipt van de olijfolie. Zo begint de dag goed.
De route is een stil en keurig pad door industriële landbouwgebieden. Langs de weg liggen resten van de gewasfabricage: waterslangen, plastic en bergen Tyvekfolie, die mij dienen als comfortabele zitplaats uit de frisse wind, die steeds harder waait en lage wolken voor de zon jaagt. Aan een paal zit een camino-handje vastgeschroefd. ik draai het 180 graden om: zo zwaait hij naar alle pelgrims die langskomen.
De klassieke albergue, twee stapelbedden met zachte matrassen van vijftien centimeter dik, diverse Bijbelse en katholieke voorstellingen aan de muren en een lauwe douche, hoort bij een kerk gewijd aan Santa Ana en is gelegen op het hoogste punt van Caudete. Prachtige vergezichten van hieruit. De vriendelijke hospitalero zet mij op de foto. Het prikbord verrijk ik met een wit konijn. Tot mijn verrassing tref ik er een andere pelgrim. In mijn beste Spaans begroet ik haar: “Hola peregrino.” Onmiddellijk corrigeert zij peregrino in peregrina. Binnen tien minuten moet zij kwijt, minstens zes talen te spreken en een hekel te hebben aan de vele mensen op de Francés. Opnieuw somt zij alle talen op, die zij spreekt, gevolgd door een lijst van alle Camino’s die zij liep. Zij komt vandaag ook vanuit Villena gelopen en constateert tevreden, dat zij hier een uur eerder is gearriveerd. Ik begrijp, dat wij blijkbaar in hetzelfde hotel hebben geslapen. Zij corrigeert:
7
“B&B”. Volgt een correctie, dat het morgen geen dertig maar zesentwintig kilometer naar Almansa is. Om zes uur vijfenveertig staat zij op en is duidelijk niet van plan haar alleenheerschappij op te geven. Goddank, dat het een heerlijke dag was en dat met deze dame verder geen interactie tot stand kwam, ondanks alle talen.
03-er 05-‘25, dag 4. Caudete - Almansa 27 km. Totaal: 115 km.
Klokslag zeven uur hoor ik aan het gerommel in mijn kamer dat mijn kamergenote een kwartier te laat ontwaakt is. Op mijn vraag of zij goed geslapen heeft antwoord zij dat zij wakker is geworden van mijn nachtelijke toiletgang. Schielijk verlaat ik het pand.
De route wordt gekenmerkt door fraaie landschappen en een kilometerslang pad pal naast een snelweg. Een paar vrachtwagenchauffeurs toeteren naar mij. Dat geeft telkens een kick voor een paar kilometer. Klaprozen en enorme vlaktes vol zonnepanelen. Overal prachtige vergezichten en schitterend weer.
De albergue van de Convento Esclavas de María laat zich niet makkelijk vinden. Er is een kamer met twee bedden. Mijn kamergenote van de afgelopen nacht, ik verstond haar naam niet, krijgt een andere kamer: de religieuzen van dit oord scheiden de bokken van de schapen en voor deze keer sta ik daar helemaal achter. Zij vond de route langs de snelweg niet mooi. Uiteraard wil zij weten, hoe laat ik ben aangekomen. En ik wil weten, wat voor werk zij doet. Zij is lerares. Ik merk op dat dat verklaart waarom zij de gewoonte heeft, te corrigeren. Oh nee,
8
het is niet corrigeren het is mensen helpen hun taalvaardigheid te verbeteren, want als je een vreemde taal beheerst, bijvoorbeeld Spaans, dan geeft dat de leukste contacten. Zo heeft zij met Spaanse fietsers zó leuk staan te praten, dat die zelfs met haar op de foto wilden. Ondertussen zit ik met de vraag, waarom San Tiago haar op mij heeft afgestuurd.
Ik krijg een Spaanse fietser als kamergenoot. Hij spreekt een beetje Engels en ik nog minder Spaans, toch hebben we een gezellig gesprek over de Camino’s die we hebben gedaan. Roberto heeft diabetes 1. Hij fietst omdat hij niet lang van zijn werk kan wegblijven. Zo kan hij toch een heel eind gaan.
Het is groot feest in Almansa. Urenlang paraderen groepen traditioneel uitgedoste mensen, begeleid door trommelaars en orkesten die traditionele klanken voortbrengen, vlak langs mijn albergue. Bedoeïenen, tempeliers, buikdanseressen, piraten, het houdt niet op. Op de stoepen staan honderden stoeltjes opgesteld, te huur voor een tientje. Na een tijdje begint het een beetje te regenen en ga ik naar ‘huis’. De hele avond dringen de klanken van de parade door tot in de albergue. San Tiago, het was weer één groot feest vandaag.
04-05-‘25, dag 5. Almansa - Alpera 23 km. Totaal: 138 km.
Deze dag is het een feest van de natuur: een bergachtig terrein, ver weg van het lawaai wat mensen maken, laat de natuur in mei ontploffen met velden vol bloemen in alle kleuren, later
9
overgaand in een cultuurlandschap. De route is goed aangegeven met de gebruikelijke gele pijlen. Langs een spoorlijn is het pad overgroeid.
Ondanks dat dit traject voor het grootste gedeelte samenvalt met de Camino de Levante zie ik op één uitzondering na geen andere lopers, ook niet in het hostel waar ik voor drie tientjes een eigen kamer krijg inclusief schilderij van een half-blote dame, plus een diner voor dertien euro wat ik qua hoeveelheid met de beste wil van de wereld niet op krijg. Je zou denken dat een beetje pelgrim die niet belust is op drukte en met een beperkt budget langer dan honderd kilometer wil lopen hier op afkomt, maar nee ik zie ze niet, net als vorig jaar toen ik hier ook liep.
05-05-‘25, dag 6. Alpera - Alatoz 26 km. Totaal: 164 km.
Een route door afwisselende landschappen. De klaprozen zijn vandaag, 5 mei, extra rood. Met een harde wind is het koud. Eén keer ga ik onderuit. Dat is niet goed mijn humeur en ik verwijt mijzelf in m’n telefoon te hebben gekeken terwijl ik liep. Een beurse bil herinnert mij bij elke stap eraan, deze regel niet opnieuw te overtreden. Het voelt wat saai, zo niet zinloos, om hier van A naar B te lopen. Dat soort dagen doen zich bij elke Camino wel eens voor.
Een groep bosarbeiders is aan het schaften en warmt zich bij een houtskoolvuur. Ik ga erbij staan om m’n handen te warmen. Eén van hen roert wat met een stok in het vuur om het voor mij wat warmer te maken. Een ander biedt water aan. De zon gaat
10
schijnen. Dat alles is goed voor mijn humeur. Bij de albergue van Alatoz aangekomen ga ik bij de ingang op een stenen bankje in de zon zitten. Na enkele minuten stopt een auto bij mij. Een heer stapt uit en informeert of ik een pelgrim ben. Hij zal zorgen dat ik naar binnen kan. De hospitalero is allervriendelijkst en wijst mij de weg in deze wel zeer eenvoudige herberg. Zonder iets ervoor gedaan te hebben heb ik weer een bed en dat is maar goed ook want in de wijde omtrek is geen enkele andere mogelijkheid. Na een uur komt hij terug met jawel, mijn Française. Nu is het helemaal geen saaie dag meer…..
06-05-‘25, dag 7. Alatoz - Casas Ibañez 30 km. Totaal: 194 km.
In de vroege ochtend is het stil in Alatoz. Zwaluwen gieren langs de huizen. Een markt wordt opgebouwd. De groenteboer heeft geen bananen. Dan maar op weg met alleen een homp brood. Het joy-deuntje komt weer bij mij op als ik de stad ben uitgelopen. Een hop, boomgaarden met olijf- en amandelbomen mooi in het ochtendlicht en velden met bloemen, druiven en koren. Urenlang is het volmaakt stil op een enkel vogeltje na. Wat is het fijn om hier te lopen. Soms grote borden die de route aangeven, soms geschilderde pijlen, soms niets, maar dan heb ik de navigatie in mijn telefoon. Eén keer loopt het pad vast in struikgewas. Asfalt komt dan te hulp en één keer mis ik een afslag en weer wordt ik gered door asfalt, waar slechts een enkele auto gebruik van maakt. Bij Alcalá del Jucar daal ik via een zigzaggend paadje ruim 150 meter af in een kloof, om aan de
11
andere zijde weer evenveel omhoog te ploeteren door een stadje met zulke nauwe steile straatjes, dat daar alleen quads rijden. Touringcars storten hun spraakzame grijze lading uit over het stadje, op weg naar het kasteel. Ik zie geen terras of eetgelegenheid. Gelukkig is dat wel helemaal bovenin na een kilometer of twee. De inspanningen van deze klim heeft me hongerig gemaakt.
Met hernieuwde energie loop ik daarna de laatste elf kilometer uit en gun mijzelf een kamer met ontbijt bij Hostal San Jorge waar ik bijzonder vriendelijk wordt ontvangen door een jongedame achter de bar. Even geen primitief gedoe in een gemeentelijke albergue. Vanuit mijn raam zie en hoor ik de klokkentoren van de kerk. Dit is een perfecte dag.
07-05-‘25, dag 8. Casas Ibañez - Villarta 27 km. Totaal: 221 km.
Aanvankelijk vlak wordt het landschap gaandeweg glooiend. Wel zo fraai. Eindeloze wijngaarden en enorme bodega’s die de druiven tot wijn verwerken. Opslagtanks waar miljoenen liters in kunnen. De wijnbouw brengt hier geen rustieke sfeer. De dorpen zijn in mijn beleving van een smakeloze eenvoud. Halverwege een café voor een kop koffie en een broodje kaas, waar ook een gezelschap heren neerstrijkt om daar luidkeels te converseren en een bak met diverse soorten vlees leeg te eten, uiteraard met de nodige rode wijn weggespoeld.
Villarta is een saai stadje. Tussen auto’s staan landbouwwerktuigen geparkeerd. De sleutels van de albergue
12
krijg ik samen met een fles water in het gemeentehuis. Het is een ongebruikt zaaltje in een bibliotheek met één bed: een eenpersoons bedbank en een set schone lakens en handdoeken. De boiler doet het niet, ook niet na interventie van een ijlings opgeroepen monteur van de gemeente. Ik heb wel beroerder albergues meegemaakt en een koude douche helpt om mij als professionele pelgrim niets te verbeelden. Wat zou ik zeuren: er wordt zelfs geen donativo verwacht. Een beetje eenzaam is het wel. Ik heb trek. De enige supermarkt gaat pas om half zes open. De kerk gaat al om vier uur onder klokgelui open, enkele grijze dames lokkend met geestelijk voedsel. Ik heb wat brood met kaas, daar doe ik het wel mee.
08 - 05 - ‘25, dag 9. Villarta - Campillo de Altobuey 31 km. Totaal: 252 km.
Begeleid door tsjilpende mussen loop ik het stadje uit. In het enige stadje onderweg zit alles behalve een bakker dicht. Geen koffie. Dan maar op een bankje bij een kerk brood met kaas en cola voor de cafeïne. Het is in deze streek opvallend groen. Ook hier zijn over vele kilometers wijngaarden en ook hier ontbreekt de typische sfeer zoals in de Franse wijnstreken. Halverwege is een gigantisch zonnepark in aanbouw. Ik roep “hola” tegen een chauffeur van een grote hijsmachine. Tot mijn verbazing komt met vrouwenstem een hola terug. Na een tijdje haalt zij mij in met haar machine, stopt en knoopt in het Engels een praatje aan. Ze is van oorsprong Argentijnse, grootmoeder, 56 jaar en heet Stella. Ze is hier de enige vrouw tussen de tientallen
13
mannen die hier aan het werk zijn. Wat een leuk mens. Ik kan op slag verliefd worden op zo’n vrouw. Daarna stopt een man met zijn auto, ook om wat te praten. Even een contact. Dat is fijn. De hele dag alleen is wel eens lastig.
In Campillo blijkt de gemeentelijke herberg de kleedkamer van de gemeentelijke polideportivo te zijn. Geen bed, alleen een stapel yogamatjes in een kleedkamer met een batterij douches. Na negenen gaat de hele tent tot de volgende ochtend zeven uur op slot en zou ik op een judomat mogen slapen in de sporthal. Dat gaat zelfs deze pelgrim te ver. Gelukkig vind ik een kamer in een B&B. In deze contreien is het knudde met de overnachtingen, maar gelukkig heb ik weer een bed en een warme douche.
‘s Avonds gaan de kerkklokken langdurig en keihard beieren. Ik stap een bar binnen en zie op tv de reden: de vers gekozen paus Leon XIV stelt zich op het Pietersplein voor aan het volk. Hier leeft onder het volk het pausdom duidelijk meer dan het instituut van pelgrimeren.
09-05-‘25, dag 10. Campillo de Altobuey - Fuente, 58 km, waarvan 35 km. gelopen. Totaal: 287 km.
Vroeg op weg voor een lange dag. De eerste zestien kilometer over asfalt. Deze weg is heel rustig. Geen tien auto’s, waaronder een schoolbus. Veel windmolens met bijbehorende hoogspanningsmasten en verder veel landbouw: graanvelden en geploegde akkers.
In Paracuellos de la Vega neem ik een pauze op een bankje bij het stadhuis. Geen winkel en de bar zit dicht.
14
Dan komt een bestelbusje aangereden. Hij brengt brood op de goede plek en tijd. Dat is beslist een wit konijn! Er blijkt dus wel een winkel te zijn: een donker hok met wat spullen op een paar schappen. Nu kan ik mijn calorieën aanvullen met brood, eierkoeken en bananen. De enige geluiden in dit stille dorp zijn zwaluwen en andere vogels.
Op naar het volgende dorp, Monteagudo de las Salinas. Dat is ruim achttien kilometer. Het is een prachtige wandeling, soms door een vallei, soms door bossen en regelmatig langs graanvelden die er fris groen bij staan.
In Monteagudo zijn twee overnachtingsadressen. Het enige hostel, Rincón de Sandra, zit vol. Het andere adres is van de gemeente. De telefoon wordt niet opgenomen en het gemeentehuis gaat pas over drie dagen weer open. De beheerder van het hostel, Alvaro, appt mij en biedt spontaan aan mij verder te helpen. Samen gaan we naar de burgemeester, een gezette vrouw met lange zwarte haren. Zij toont mij een zaaltje waar ik deze nacht op de tegelvloer mag liggen. Dat gaat mij te ver. Alvaro is bezig een oud pand als albergue geschikt te maken, maar daar kan ik nu nog niet terecht. Hij biedt aan om mij naar Fuentes te brengen, ongeveer vijfentwintig kilometer verderop waar voldoende mogelijkheden zijn. In Fuentes aangekomen wil hij niets weten van een vergoeding voor deze rit. Reuze aardig. Ik loop twee Amerikaanse dames tegen het lijf, die mij prompt naar het hostel begeleiden waar zij verblijven. "The Camino provides" roepen zij opgewekt.
15
Na drie dagen op bocadillos geleefd te hebben en zoveel moois op één dag zoek ik een restaurant op voor een goed bord eten. De keuken gaat om kwart voor negen open. Veel te laat. De baas overlegt en ik mag al vast gaan eten. Wat zou ik willen? Het geeft hilariteit als ik zeg dat ze maar iets lekkers moeten maken. En dat gebeurt. Om het feest compleet te maken neem ik bij uitzondering een glas wijn erbij. White rabbits on the Camino denk ik.
10-05-‘25, dag 11. Fuente - Cuenca, 22 km. Totaal: 309 km.
Deze etappe voert eerst door de vallei van een klein riviertje. Licht glooiend en omgeven door hogere heuvels. In de verte zie ik een bergrug als een massieve muur in de grijze nevelige lucht. De zon tovert een aura in de jong-groen graanvelden. Volgt een vochtig gebied met twee meertjes. Hier kleeft vette klei vast aan mijn schoenen. Vervolgens een paar kilometer door een mooi bos waar vogeltjes fluiten en enkele roofvogels op de wind zweven. Overal sporen in de modder van wilde zwijnen en vosjes.
In Cuenca vind ik in een gigantische Chinese winkel een passende sluiter om de rits van m’n fleecejasje te repareren en rubberen doppen voor m’n stokken. Last but not least vind ik een goed bed in een mooie ouderwets degelijke donativo-albergue met een schat van een hospitalero, die mij bejegent als eerzame pelgrim. Mijn schoenen, nat geworden in een
16
onweersbui, droog ik boven een elektrisch kacheltje. Zo voel ik mij geen Booking-toerist of zwerver. Ik ben blij.
11-05-’25, dag 12. Cuenca - Villaconejos de Trabaque 51 km. Totaal: 360 km.
Een zacht glooiend landschap, groen van de jonge graanvelden. Het pad is van asfalt, het weer ideaal om te lopen. In de loop van de dag bospaden, sommigen van natte kleverige klei. De hele dag heuvelachtig. Geen steile hellingen. Af en toe een dorp en na tien kilometer zelfs een bar waar ik een kop koffie drink met cake en waar een boccadillo met kaas voor onderweg wordt klaargemaakt. Kortom, het is weer een heerlijke dag.
Halverwege kom ik erachter, dat de hospitalero van gisteravond mij met de route op een heel erg verkeerd been heeft gezet. In plaats van Villar de Domingo Garcia beland ik in Torralba. Ik kan het slechts oplossen door naar een gegarandeerd adres door te lopen in Villaconejos de Trabaque. Dat betekent totaal zo’n 50 kilometer. Gelukkig is dit een dag van ongekende energie. Mijn voeten doen het goed en mijn stemming is niet kapot te krijgen. Dus ga ik er als een haas vandoor. Zo kom ik om een uur of zes aan bij de albergue van de Ermita de la Inmaculada waar ik zeer hartelijk wordt ontvangen door een medepelgrim, Paulino, die goed Engels spreekt en de hospitalero die Pepe heet. Beiden spreken hun oneindige respect uit voor de 51 kilometers van deze bejaarde pelgrim. Dat vind ik leuk. Om half negen gaan we
17
gezamenlijk naar een restaurant. Wat een dag!
Dit geschreven hebbende wist ik niet wat een bijzondere avond mij te wachten stond. Om half negen worden wij, de drie pelgrims Laureano, Manuel en ik opgehaald door de 83-jarige hospitalero Paulino. Hij brengt ons naar eeuwenoude grotten waar wijn werd gemaakt en bewaard in enorme stenen kruiken. Van sommige van deze grotten is de toegang dichtgemetseld, omdat deze keramieken vaten kostbaar zijn en gestolen worden. Vervolgens gaan we naar de woning, waar Paulino als kind is opgegroeid. Pepe wacht ons daar op met een gedekte tafel. Nu woont Paulino er niet meer maar houdt het als cultureel erfgoed in stand. Het is een kamer van zes bij zes meter met een schouw, waarin een houtvuur is aangemaakt. Dat is fijn, want inmiddels is het koud geworden. Mij wordt een olielampje in de handen gedrukt, waarna we vanuit de kamer een grot worden binnengebracht. Daar werd vroeger wijn gemaakt en bewaard. Spinraggen houden muggen weg, want die bederven de wijn. Vleermuizen hebben een eigen ingang en zijn welkom vanwege hetzelfde doel. Kinderen moesten in een kuip op de druiven stampen. Dat deed zeer aan hun voetjes, reden waarom als afleiding gedanst en gezongen werd. Ook moesten kinderen met een olielampje de kruiken in om als een soort classificeerder de binnenwand te reinigen. Dat mocht niet te lang duren, om te voorkomen dat ze stikten door zuurstofgebrek. Na de rondleiding gaan we in het woongedeelte aan tafel. Ik, "de dokter", moet aan het hoofd van de tafel plaatsnemen. Brood, worst, tomaten en kaas in olijfolie, tortilla, en natuurlijk een kan biologische wijn van de buren. Het is een gezellige boel en
18
Laureano is niet te beroerd om veel voor mij te vertalen. Dan waag ik het erop mijn konijnenverhaal te vertellen, vertaald door Laureano. Het is het verhaal van een wit konijn, symbool van een buitengewone reis, die ik op een Camino in België zag.
Het wordt goed ontvangen. Daarna geef ik iedereen een wit minikonijn. Nu komt de stemming er helemaal in. Paulino vraagt mij of ik mij heb gerealiseerd hoe de stad heet, waar ik nu ben. Hoe buitengewoon bijzonder is het dat deze stad Villaconejos heet, stad van konijnen! Daar wordt met een verrukkelijke zelfgestookte likeur van mandarijnen op geklonken. Tenslotte worden de pelgrims één voor één naar voren geroepen voor een persoonlijk toespraak door Paulino, waarna hij plechtig een houten kruisje om mijn nek hangt. Van mijn toespraak vang ik de woorden conejo blanco op. Wat een magische avond!
12-05-2025, dag 13. Villaconejos de Trabaque - Salmerón 30 km. Totaal: 390 km.
Laureano weet dat de bar in konijnenstad om half acht open gaat. Daar gaan we samen aan de koffie en bedank ik hem voor zijn vertaaldiensten. Vanuit het dorp loop je meteen de natuur in, een heuvelachtig gebied met spekgladde klei en ook weer een
19
hop.
Vandaag zie ik niet alleen hun hoefjes in de modder, het bijbehorende hert vertoont zich nu ook. Hoog boven een rivier met stroomversnellingen zie ik omgewoelde aarde van wilde zwijnen. De weg is overstroomd. Dat betekent twee kilometer omlopen. Laureano stuurt berichtjes, zodat ik daar de goede route volg. Later maak ik een foto van hem, terwijl hij in een dal loopt. Hij stuurt een foto terug van mij, ook op de rug gezien.
Salmerón is een mooi stadje met veel vervallen panden en heel weinig winkels. De albergue is in een chic pand. De hospitalera is binnen vijf minuten klaar met de ontvangst. We moeten onszelf inschrijven. Zo kan het ook. Tijdens het nuttigen van een plato combinado is een stierengevecht op tv. Verder is de stad in diepe rust en het scheelt niet veel, of zelf ben ook in diepe rust.
13-05-2025, dag 14. Salmerón - Viana de Mondéjar 21 km. Totaal: 411 km.
Ik word wakker en het eerste waar ik aan denk is het stierengevecht wat ik gisteravond in een bar op tv zag en ik weet zeker: het is niet goed dat mensen zich vermaken met agressie.
In een bar drink ik in het halfduister een kop koffie. De oude cafébaas heeft de lichten uitgelaten. Op het plein voor het stadhuis staat een schoolbus klaar. Een moeder met een baby in haar armen brengt haar dochtertje van vijf jaar. Het kind huilt een beetje. Het is misschien wel haar eerste schooldag en de
20
eerste keer dat ze alleen het dorp uitgaat. Ik voel met haar mee: als kind heb ik mij ook wel eens zo gevoeld.
Buiten het dorp is alleen natuur, vogels die zingen en een klokslag van de dorpskerk. Met een uur omhoog lopen krijg ik de mooiste vergezichten van groene velden en beboste heuvels en een horizon, misschien wel 50 kilometer hiervandaan. De zon schijnt en ik voel me gelukkig. Het pad komt uit op een hoogvlakte en verandert regelmatig in een blubberige toestand en kilometers bos inclusief een hert, gevolgd door een riant pad in een weidse omgeving met graanvelden. Laureano stuurt appjes om mij langs lastige plekken te koersen. Zó attent! Ik vind een hoefijzer en besluit het mee te nemen. Verder weer door bossen en langs een groot terrein waar zonnepanelen worden geplaatst. Noodzakelijk en lelijk. Tenslotte een smal pad over een pas. Heel mooi.
In Viana de Mondéjar, een dorp met opmerkelijk veel goed onderhouden huizen schiet Laureano een willekeurige bewoner aan. Hij blijkt één van de vier vaste bewoners te zijn en brengt ons naar de albergue. Hij praat honderduit. Wat wil je met normaal slechts drie andere mensen om mee te praten. Kleine tegenvaller: geen bar, geen winkel. Ik red me wel met mijn noodvoorraad: een zak chips en een rol koekjes. Daar kom je een heel eind mee. Er is wel bronwater. Dat is lekker water. Mijn darmen denken daar anders over. Een keurige albergue. Met een stralende zon en een windje is de was in een uur droog. Genoeg
tijd om te schrijven.
21
14-05-2025, dag 15. Viana de Mondéjar - Cifuentes 24 km. Totaal: 435 km.
Met een rol tarwekoekjes als ontbijt ga ik op weg. Het regent zachtjes en dat gaat door tot de middag. Voeten en schoenen nat, vooral door het lopen door hoog gras over soms steile bergpaden. Fraaie landschappen. Als de zon schijnt is het mooier dan wanneer het regent. Halverwege is de stad Trillo, waar de rivier de Cifuentes met veel geraas van watervallen in de Taag stroomt. Ik drink met Laureano koffie met een heerlijk stuk tortilla. Daarna gaat de zon schijnen.
De Albergue in Cifuentes is een gebouwtje bij het gemeentelijk sportpark. De sleutel krijg ik bij Bar Salmerón. Aan de buitenkant ziet het er aardig uit, binnen is het een verwaarloosde zooi. Geen stempel, maar ook geen donativo. Ik leg een deken op de grond in een poging het gezellig te maken, per slot van rekening is vandaag het totaal van alle totalen van mijn eerste Camino in 2021 tot en met Cifuentes 10.000 kilometer. Van geen enkele kilometer heb ik spijt. Het lopen heeft mij veel gebracht en bovendien was elke Camino een verjongingskuur.
15-05-2025, dag 16. Cifuentes - Mirabueno 23 km. Totaal: 458 km.
Ik heb vannacht heel goed geslapen en voel me uitgerust. Dat loopt lekker in de natuur van akkers en bosschages. Ik kan niet zo gauw bedenken wat aangenamer is. Ik kan ook niet zo gauw bedenken hoe of ik dit moois opnieuw moet beschrijven zonder
22
in herhaling te vervallen. Dat betekent niet dat ik er genoeg van krijg. Het enige wat ik hoor is een enkel vogeltje en de wind die door het koren en de populieren ruist. Het pad moet behoedzaam worden belopen: de roodbruine kleigrond kleeft aan mijn schoenen en als ik niet uitkijk glij ik uit. Het is aanmodderen.
In Las Inviernas komt een processie mij tegemoet en ik besluit die te volgen. We lopen een weiland in waar de priester wijwater over het land sprenkelt. De processie is ter gelegenheid van wat wij in Nederland biddag voor het gewas zouden noemen en is gewijd aan San Isidro, beschermheilige van de boeren. De goede God reageert onmiddellijk met een stevige regenbui, daarbij rekening houdend met de belangen van deze pelgrim door ermee te wachten tot ik in het simpele oude dorpscafé aan een bak koffie zit in het gezelschap van kakelende vrouwen, net terug van de mis, mijn caminomaat Laureano en een minimensje die ik blij maak met een minikonijntje.
Een wegrestaurant langs een snelweg is goed voor een stevige maaltijd. Van oude naar nieuwe tijden. Enkele kilometers verderop is Mirabueno, waar ik samen met Laureano voor vannacht een heel huis heb. Alle kleding gaat in de wasmachine. Weg met de modder!
Het mooiste van de dag komt met een Spaans bericht van één van de twee hospitalero’s van Villaconejos, de 83-jarige Paulino, vertaald door Google Translate. Het is zijn interpretatie van het konijnenverhaal wat ik op de avond van 11 mei in Villaconejos vertelde. Het is niet direct wat ik toen te berde bracht, maar fraai
23
is het wel: ‘Goedemorgen, 15 mei. Deze maand van Bloemen, Moeders, Maria, San Isidro, het Platteland en nog veel meer biedt ons een fantastisch schouwspel met al zijn pracht en praal.
De afgelopen dagen kregen we onder andere bezoek van een bijzondere pelgrim, Dr. Willem, een joviale 78-jarige Nederlander, die de Camino te voet aflegde, in één etappe, van de hoofdstad Cuenca naar Villaconejos. (meer dan vijftig kilometer), dat is meer dan genoeg. Er zijn wel jonge pelgrims geweest, maar alleen jonge mensen en atleten. De dokter vertelde ons een prachtig verhaal dat we heel goed begrepen dankzij de perfecte vertaling van Laureano, ook een toevallige pelgrim, ‘Galiciër in Londen’
Het verhaal gaat dat hij altijd van de wegen hield, met hun bochten en kronkels, hun voortdurende spektakel en hun richting naar onbekende oorden. Nou ja, hij vond het allemaal wel leuk, maar toch was hij niet helemaal overtuigd. Hij dacht dat er nog iets moest zijn, maar hij kon het niet vinden. Als doctor in de psychologie "moet er iets zijn geweest dat hem geholpen heeft." Hij besloot een beetje te transcenderen, en van daaruit was het slechts een kleine stap naar spiritualiteit. Terwijl hij in trance was en in het bos zat, leunend tegen een pijnboom, zag hij dat vlakbij een wit konijn verscheen, dat eigenlijk niet op zijn plaats was (op het platteland zijn konijnen bruinbruin). Op dat moment begon de man in zijn hoofd te zoeken naar de betekenis van een wit konijn in zijn leven, en kijk eens aan,
24
volgens de overlevering brengt het je ergens heen, onbekend en gelukkig. En wat is beter dan de manieren van meneer?
Toen de man in de stad aankwam, dwaalde hij door de straten en in een etalage zag hij een groot, bruin knuffelkonijn staan. Hij kwam de winkel binnen en vroeg of ze een wit konijn hadden. De verkoopster zei dat dat wel kon, maar dat het net zo groot was als het exemplaar in de etalage. De man kocht het, stopte het in zijn rugzak en sindsdien heeft hij het altijd bij zich. Hij werd getransformeerd in een wereld van geluk en daar vervolgt hij zijn weg op het pad van God, waarbij hij dubbele etappes aflegt en uiteraard witte konijntjes van geluk weggeeft.’
Laureano weet mij te vertellen, dat de naam España mogelijk uit de oude Fenicische taal afkomstig is en ‘eiland van konijnen’ betekent……
16-05-2025, dag 17. Mirabueno - Huermeces del Cerro 22 km. Totaal: 480 km.
Direct uit het dorp een smal pad met hoog nat gras. Mussen en merels doen mij uitgeleide. Een wijds uitzicht over een lager gelegen gebied met landerijen, bossen, te mooi voor woorden. In het eerstvolgende dorp kom ik bij een bakkerij, of liever gezegd een winkeltje waar brood wordt verkocht, precies op het moment dat kisten met brood worden bezorgd en de zaak daar even voor open is. De rest van de dag geen winkel gezien. Ik kan het niet laten om het nog maar eens te zeggen: wit konijn.
Her en der waterstroompjes en een wasplaats. Het pad verandert in beekjes. Ik hou m’n voeten niet droog. Hier zijn geen
25
stapstenen om je droogvoets over een beek te helpen. Hier staat de politie je niet op te wachten met een stempel. Hier hoor je kikkers, vogels en ruisende beken. Een waterreservoir staat overvol. Voor het eerst op deze Camino zie ik koeien of beter gezegd stieren achter een stevig hek. Ze nemen elkaar lichtjes op de horens en houden mij in de gaten.
Ik heb weinig energie. Ik snijd daarom bochten af en geef voorrang aan asfalt om vandaag snel 'binnen' te zijn. Onderweg stoppen twee auto’s voor een praatje. In een van deze auto’s zit de baas van de albergue. Dat helpt om de laatste kilometers uit te lopen.
In de bar van Huermeces probeer ik een salade te bestellen. Ik heb een toepasselijke Spaanse tekst in mijn telefoon. Het blijkt dat de barkeeper, een dikke man met tatoeages in z’n nek, niet kan lezen. Een klant schiet te hulp. Geen salade, wel bier zonder alcohol en mannen uit het dorp voor het bier met alcohol en een heleboel praatjes. De albergue ligt een kilometer buiten het dorp in een bos aan een beek. Een soort vakantiepark met resten van een watermolen en een tegeloven. Geen kip te bekennen. Ik vertrouw op mijn beproefde techniek: gewoon op een bankje gaan zitten, dan komt vroeg of laat wel iemand langs. En ja hoor, na een minuut of vijftien komt de baas mij een hand geven. Even later komt Laureano ook aangelopen. Wij krijgen een gezellig kamertje in een stokoud schuurtje met alles erop en eraan. Daar heb ik wel tweeëntwintig kilometer en natte voeten voor over, ook al gaat de keuken pas om negen uur open.
26
17-05-25, dag 18. Huermeces del Cerro - Atienza 20 km. Totaal 500 km.
Na zeven kilometer asfalt wordt het spoorzoeken door hoog nat gras en soms ondergelopen stukken land. Ik loop door een veld met paarse, witte en gele bloemen tussen rotsen. Prachtig. Van het officiële pad is niets te vinden. De navigatie in mijn telefoon wijst de weg naar een begaanbare route. De natuur ruikt hier heerlijk. Bij een gehucht een praatje met een man, de enige persoon die ik vandaag zie, als ik een paar auto’s niet meereken. Tenslotte een eindeloos lange helling door een bos over een veelal modderig pad. Niet zo’n lange route, wel heel vermoeiend.
Atienza ligt te pronken op een heuvel. Een fraai gerestaureerde vestingstad. Het hotel is uitstekend, en vooral het diner op het terras, samen met Laureano.
18-05-25, dag 19. Atienza - Retotillo de Soria 22 km. Totaal 522 km.
Om half acht in de ochtend is het stil in de stad, op een kerkklok na en buiten de stad zijn het zangvogeltjes, een hop, een koekoek en de schreeuw van een ree die de stilte niet minder maken. Een jager met een telescoopgeweer, de horizon afspeurend, maakt niet de indruk blij te zijn met mijn passage. Ik hoor geen schot. Misschien heb ik daar wel aan meegewerkt denk ik tevreden. Met een wandelaar even verderop maak ik een kort praatje. Hij kijkt niet chagrijnig. Door bossen, velden en een kloof omhoog over een smal pad met cirkelende roofvogels
27
boven mijn hoofd tot ik bovenaan op een hoogte van 1380 meter in een straffe wind word beloond met een enorm uitzicht van tientallen kilometers over ogenschijnlijk vlak land. Na een stukje asfalt en een bergpaadje is het klaar voor vandaag.
De commerciële herberg van Retotillo is modern, vrijwel nieuw, groot en schoon. Geen winkel of bar. Goed dat ik voldoende proviand bij me heb: twee blikjes bonen, een half stokbrood met kaas, koekjes en chips. Genoeg calorieën tot morgenavond, over voedingswaarde zullen we het niet hebben. Hier ben je al blij als je calorieën kunt krijgen. Bovendien: daar staat het Spaanste Spanje tegenover. Minidorpjes van 80 jaar geleden, vriendelijke mensen en een schitterende omgeving. Daar ben ik voor gekomen. ‘s Avonds loop ik door dit dorp. Twee mooie oude stadspoorten, straatjes en pleintjes. Vrijwel alle huizen zijn met luiken gesloten. Dit dorp leeft bijna niet meer. Zo triest.
19-05-25, dag 20. Retotillo de Soria - San Esteban de Gormaz 44 km. Totaal 566 km.
Vierenveertig kilometer? Inderdaad. Officieel twee etappes, maar als onderweg geen bar is, laat staan een bed, dan moet je wel. Het merendeel is goed begaanbaar. Eén stuk van zeven kilometer gaat over rotsen, door lang nat gras en drie keer door een wild stromend riviertje. Hier haalt Laureano mij in en dat is wel fijn, want temidden van deze ruige natuur voelt het veiliger om samen te zijn. Natte voeten en schoenen, maar de natuur inclusief adelaars maakt alles goed. Gelukkig heb ik droge
28
sokken en inlegzooltjes bij mij. Alles is weer droog tot op het laatst een stevige onweersbui schoenen, sokken en voeten weer nat maakt, maar dan ben ik al bijna in mijn casa rural, El Rincón de Elena. Wat ben ik blij dat ik er ben. Mijn rug en voeten zijn dat ook. Uitgeput plof ik op mijn bed. Pas na twee uur heb ik voldoende energie om te douchen en te eten.
20-05-25, dag 21. San Esteban de Gormaz - Quintanarraya 31 km. Totaal 597 km.
Laureano blijft een dag langer in San Esteban. Wij nemen afscheid. Hij zegt, dat ik hem mag bellen als hij iets voor mij kan doen. Jammer, dat ik nu alleen verder ga, maar ook goed om weer op eigen benen te staan.
De dag begint met een wandeling over het asfalt van een doorgaande weg, waar weinig auto’s langskomen. Dauw op de graanvelden wordt verzilverd door de ochtendzon. De koers is tot nu toe vrijwel vlak. In de verte zie ik bergen. Het deuntje ‘Joy Joy Joy, I can do it’ komt spontaan bij me op. Dat deuntje moet ik wel eens oproepen als ik voel dat mijn energie opraakt. Nu komt het bij me op omdat ik mij ontzettend goed voel. Wat een voorrecht dat ik hier mag zijn en heerlijk om in deze omgeving met dit weidse panorama te lopen. Plotseling wordt het landschap herschapen in eindeloze velden met wijngaarden, hier en daar bewerkt door arbeiders uit een ander continent. Ik hoor alweer machines die gif spuiten. In een dorp, Zayas de Bascones, staat een verlaten kerkje. De sanctus spiritus is van de kerk verplaatst naar loodsen van wijnhuizen waar het dorp grotendeels uit
29
bestaat. Na een bos beland ik in een golfend landschap van bomen en groene graanvelden onder een blauwe lucht met wattenwolken. De wind trekt golfen door het graan. Een hagedis steekt het pad over. Twee herten doen dat even later ook. Die zie ik met regelmaat. Vanochtend nog twee.
Een laatste dorp, over een bult van 100 meter en dan komt Quintanarraya in zicht. Een dorp zonder winkel en met één bar. De albergue is van het traditionele simpele soort. De douche heeft de nodige gebreken, dat hoort erbij. Een clubje Spaanse fietsers zorgt voor verbaal leven in de brouwerij. Dat is wennen na alle rust van de afgelopen weken. De bar zit dicht. Ik heb koekjes, chips en een blik erwten…..
21-05-25, dag 22. Quintanarraya - Peñacoba 20 km. Totaal 617 km.
Buiten het dorp Quintanarraya is direct golfend boerenland met geploegde akkers, landbouwgronden en stinkende varkensmesterijen, bewaakt door blaffende honden aan kettingen. Na zes kilometer kom ik in een grotere stad met zowaar een bar waar iets te eten is. Een broodje tortilla. Heerlijk. De winkels gaan pas om tien uur open. Daar moet ik op wachten voor water en brood, het minimale pelgrimsmenu. Vandaag is vast gezonder eten op komst.
Ik bel in mijn beste Spaans met de albergue, gevestigd in een klooster in Santo Domingo de Silos, mijn einddoel. De telefoonbeantwoorder speelt gregoriaanse klanken. Completo.
30
Dan moet San Tiago maar iets voor mij regelen, besluit ik. Dat voelt meteen geruststellend en vertrouwd. Veel asfalt. Veel stijgen. Veel bossen. Veel keien. Veel dalen. Een kudde met veel schapen, één herder en acht honden die luid blaffend op mij afstuiven. De herder bemiddelt tussen mij en de honden. De overeenkomst wordt met een lach en een ferme handdruk bezegeld.
Vier kilometer voor Santo Domingo is aan een pleintje in Peñacoba een bar open. Een bejaarde vrouw achter de bar. Koffie en cerveza sin alcohol. Buiten zijn twee vrouwen, 94, resp 74 jaar oud. De jongste maakt voor mij plaats op een bankje. We praten wat met handen en voeten. Aan het pleintje zie ik Casa Rural Martinez en vraag ernaar. Zit de eigenaresse naast mij. Conejo blanco. Ze heeft voor drie tientjes een kamer en avondeten voor een paar euro. Dank u San T. Vooral mijn linker kleine teen is hem dankbaar. De vierenveertig kilometer van eergisteren met natte voeten plus de eenendertig van gisteren heeft die niet overleefd. De vellen hangen erbij. Dat loopt niet lekker. Fijn dat ik niet verder hoef. Douchen en siësta. De hospitalera doet mijn bemodderde en bezwete kleding in de was en zij serveert een uitstekende maaltijd. Laureano was een goede reisagent. Hij regelde prima overnachtingsadressen, maar San Tiago kan er ook wat van.
22-05-25, dag 23. Peñacoba - Mecerreyes 29 km. Totaal 646 km.
Na drie kilometer over een lastig keienpad door de bossen, dat levert wel weer twee herten op, beland ik na een griezelig steil
31
pad omlaag in het glad gestreken Santo Domingo de Silos waar de toeristen in hun chique hotels met minstens drie sterren nog slapen en de bars potdicht zitten met uitzondering van de allereerste aan het begin van de stad. Daar is in ieder geval koffie maar helaas geen brood. Ik red me wel met mijn stokbrood van gisterochtend. Bescheidenheid siert de pelgrim, nietwaar?
Volgt een keienpad omhoog door een deels verbrand bos en daar tref ik tot mijn verrassing een wandelaar uit Ierland. Het klikt meteen tussen ons. We praten en lopen een tijdje stil samen op. Haar naam is Pia. Volgens mij betekent dat zacht. Zij lijkt mij inderdaad een zachtaardig type maar dapper: twee tot drie keer per jaar loopt zij in haar eentje een deel van een Camino. Zij houdt van stille Camino’s zoals de Lana. Dat schept een band. Zij krijgt derhalve het konijnenverhaal te horen. En natuurlijk komt zij in aanmerking voor een wit minikonijn. In Covarrubias, een appetijtelijk stadje, drinken we koffie op een terras en dat was het dan. Caminovrienden voor twee uur, want morgen gaat zij op weg naar huis.
De laatste vijf kilometer kies ik voor asfalt. Scheelt drie. Dat vindt mijn linker kleine teen beter.
De herberg van Mecerreyes is snel gevonden en zo ook de sleutel. De naastgelegen bar blijkt daarvoor goed te zijn. Op de gok gevonden. De albergue wordt niet altijd schoongemaakt. Verder geen kwaad woord, en zeker niet, als ik daar slechts tien euro voor moet betalen. Het is een fraai gerestaureerd pand met een gigantische antieke schouw op de eerste verdieping. In het hele dorp is geen winkel te vinden. De bar zorgt voor een pizza.
32
Een salade is te veel gevraagd. Ik koop de complete voorraad tortilla op. Dat zal mijn ontbijt zijn. Je weet in deze streken nooit of onderweg iets te eten valt en een mens moet zeker bij aanvang van een lange wandeling iets te eten hebben.
Het was een heerlijke dag. Behalve die teen en vooral de schande dat ik, de zelfverklaarde ‘blaren-expert’, hem na negenhonderd kilometer heb laten gebeuren. Als pelgrim kun je niet bescheiden genoeg zijn. Blaren-expert…..
23-05-25, dag 24. Mecerreyes - Burgos 35 km. Totaal Camino de la Lana: 681 km.
Er zijn de afgelopen nacht geen andere gasten bijgekomen. Voor vertrek eet ik een groot stuk tortilla als ontbijt. Het smaakt me niet: koude tortilla van gisteren, je moet wel een fundamentalistische pelgrim zijn om dat te kunnen waarderen.
Met een paar stappen sta ik weer in de buitengebieden. De zon verliest het van de schrale wind die water waait uit neus en ogen. Het pad is makkelijk te belopen. Pas na ruim drie uur tref ik een eerste dorp, zoals vaker voorzien van een idioot grote kerk. Daar is een bar waar de waardin zo vriendelijk is om een broodje kaas voor mij te maken. Ze laat me eerst het stuk brood zien, want het is van gisteren. Ik ben allang blij, dat ze iets voor mij te eten heeft. De laatste vijftien kilometer gaan over een oude spoorlijn compleet met een tunnel van bijna zeshonderd meter zonder verlichting. Ik eet het laatste stuk tortilla van gisteren: honger maakt rauwe bonen zoet.
33
Een paar kilometer voor Burgos merk ik dat een grote stad nabij is: asfalt en mensen die niet groeten, graffiti, autogeluiden op de achtergrond en fietsers op het pad. De buitenkant van de kathedraal maakt grote indruk. Ik sta mijzelf toe voor één moment in de toeristenmodus te gaan en ga tegen gereduceerd pelgrimstarief naar binnen. De rugzak in een kluisje, waar iemand een euro in het slot heeft laten liggen. Het interieur is kunstig, theatraal en voor mijn gevoel en bevattingsvermogen te veel van het goede. De ziel is er uitgeëxposeerd. Binnen een kwartier sta ik buiten. De euro uit het kluisje komt vrij. Die is voor een bedelaar bij de entree.
Op naar de albergue van de gemeente. Een prachtig gebouw in het centrum, effectief georganiseerd en modern ingericht. Bed 74 op de derde verdieping. Ik ben weer onder de mensen!
24 mei 2025, dag 25. Burgos - Hornillas del Camino, 21 km. Totaal 702 km.
Tegen zessen begint het gestommel in mijn slaapzaaltje. In de verblijfsruimte van de albergue tref ik een Portugees met wie ik een gezellig gesprek heb over de mooiste Camino‘s, terwijl ik de rits van mijn perfecte superlichte fleecejasje repareer. Hoe onbetekenend dat mag lijken, mij maakt het intens gelukkig.
Burgos uitlopen is niet onaangenaam. Een laatste blik op de kathedraal, een wandeling langs de gebouwen van de universiteit en al snel loop ik op het platteland van Spanje, geëscorteerd door een enkele andere pelgrim. Na een kluwen
34
van snelwegen wordt het stil. In het fraaie Tardajos beland ik op een terras waar een Mexicaanse zender zijn politieke opvattingen wereldkundig maakt, aangehoord door beleefd knikkende pelgrims. Het gezelschap schiet in de lach als ik mijn verbazing uit dat ze hun politieke problemen helemaal vanuit de Verenigde Staten en Australië naar de Camino hebben meegenomen. De discussie, nee de uitzending gaat daarna onverdroten door. De mevrouw achter de bar is een lieverd. Zij vult mijn flesje met water en een glimlach. Ik dreig verkeerd te lopen. Twee mensen helpen mij spontaan in de goede richting. Even voorbij Rabé de las Caldas, een mooi dorp met bijzondere muurschilderingen, staat de deur van een kapel open. Ik geef niet toe aan mijn neiging voort te maken en loop aarzelend naar binnen, waar een bejaarde religieuze pelgrims zegent met liefde, geduld en een formule, waarvan ik alleen het woordje amen versta. Ik onderga haar ritueel met ontroering en krijg een knuffel toe. Ik weet niet wat het is, dat dit soort acties mij raakt.
Plotseling duikt het pad omlaag naar Hontanas, gelegen in de stilte van een vallei. De Albergue de Peregrinos Municipal is keurig en heeft een aardige hospitalera. Deze herberg is niet completo want niet vooruit te reserveren en is dus niet bezet door overgeorganiseerde luxe-pelgrims. Jammer dat de gasfles net leeg gaat als ik onder de douche sta maar verder ben ik weer dik tevreden.
In Burgos eindigde de Ruta de la Lana en is mijn Camino Francés begonnen. Nu concludeer ik dat voor mijn gevoel de Lana qua sfeer meer een hike was. Hier op de Francés kan ik weer pelgrim zijn.
35
25 mei 2025, dag 26. Hornillas del Camino - Itero de la Vega, 29 km. Totaal 731 km.
Bloemen, stevige hellingen, schitterende vergezichten en golvende graanvelden. Het verveelt niet, zo prachtig. En heel bijzonder, ik zie bijna alleen sololopers en allemaal met goed gevulde rugzakken, geen dagzakjes en geen troep langs de weg. Geen groepen kletsende figuren, wel veel fietsers waarvan één al fietsend aan het filmen is, zodat die thuis kan zien, wat hij nu niet ziet.
In Castrojeriz ga ik op zoek met mijn pas verworven Amerikaanse vrienden, Ann en Robert, naar een salade en beland in een winkel, Antigua Casa La ConFianzA, gedreven door een stel, zij een Spaanse, hij een Nederlander. Ze verkopen fruit, allerhande biologische producten en klein spul als poppetjes. Voor ons wordt een mooie salade gemaakt. Ik besluit intuïtief dat zij in aanmerking komen voor een wit konijn, inclusief bijbehorend verhaal. Hij vertelt dat hij lopend op de Francés bij haar langs kwam, doorliep en terugging en voorgoed bij haar is gebleven. Zij heten Jerome en Anna, beiden zachtaardige karakters. Wij sluiten een korte maar diepe vriendschap en nemen afscheid met een omhelzing. Zoiets gebeurt alleen op de Camino.
De beoogde albergue, een voormalige kapel, is bij uitzondering wegens omstandigheden gesloten. Door naar Itero de la Vega, waar wij stapelbedden krijgen, dicht op elkaar gepakt. Voor de avondmaaltijd hebben ze geen plaats voor ons. Dus moeten we naar een hostel waar bij een gemeenschappelijke maaltijd wel
36
plaats voor ons wordt gemaakt. ‘Zo hoort dat op de Camino’ zegt de baas. Terug in ons hostel besluiten we een leegstaande kamer met drie gewone bedden te bezetten. Het zou zonde zijn, die niet te gebruiken. Zo hoort dat op de Camino.
26 mei 2025, dag 27. Itero de la Vega - Villacázar de Sirga 27 km. Totaal 758 km.
Een onrustige nacht als gevolg van continue menselijke en wc-geluiden, kramp in m’n kuiten en andere ongemakken.
Na een eenvoudig ontbijt op weg door een vlak land met een oud kanaal voor bevloeiing van het land. Dat betekent bomen, struiken, vogelgeluiden en een rondvaartbootje met toeristen.
Het is even doorlopen naar de herberg van de Orde van Malta in Villacázar de Sirga maar alleen al voor Sonja, een schat van een hospitalera, is al dat lopen de moeite waard. Zij staat erop, mijn rugzak naar boven te dragen. De slaapzaal wordt bevolkt door personen op gevorderde leeftijd en meestal iets corpulent. Hopelijk maken zij minder geluiden dan de gasten van afgelopen nacht, dan kan ik slaap inhalen.
27 mei 2025, dag 28. Villacázar de Sirga - Ledigos 29 km. Totaal 787 km.
Het grootste gedeelte van deze route gaat kaarsrecht door een vrijwel vlak landbouwgebied. Erboven cirkelen roofvogels en een enkele ooievaar. Op één plek groeien meer korenbloemen dan ik
37
in mijn hele leven bij elkaar heb gezien. Deze route is voor velen een uitdaging. Zij vinden het te saai of te heet of te lang. Ik geniet alleen maar. Een sympathieke jonge ondernemer heeft halverwege een mooi terras georganiseerd en elke keer als ik daar langskom wil ik daar per se iets gebruiken. Deze keer wordt het koffie en een groot stuk cake. Ik krijg er zomaar een glaasje sinaasappelsap bij.
Onderweg krijg ik een berichtje van Paulino, de hospitalero van Villaconejos (‘konijnenstad’) te mooi om hier niet weer te geven:
‘De Cañaveras-rozenstruik. Automobilisten stoppen om foto's te maken en geen mens die voorbijloopt zonder even stil te staan en versteld te staan van de schoonheid ervan. Het is een echte blikvanger. Zijn octopusachtige aanwezigheid, met die lopende armen die naar andere ruimtes lijken te willen bewegen. (beweeg niet en ga niet weg), wij willen u zoals altijd daar zien, uw schoonheid tonend en levenskracht schenkend, die alleen de Natuur kent en kan schenken. Omgeven door een jaren oude klimplant en een azalea als metgezel van een enclave, bloeit hij met een ongewone intensiteit, veel meer rozen dan bladeren, een voorbeeld van leven, verbetering en toewijding!’ (Vertaling Google Translate)
Uiteindelijk beland ik in Ledigos in een buitengewoon aangenaam hostel, Albergue La Morena. De bedden zijn gestapelde cabines met lakens, licht, een stopcontact en een rolgordijn en genoeg privacy. Goed functionerende douches zonder één mankement. Dat mag gerust uniek genoemd worden. Het diner wordt hier om zes uur geserveerd en dat is
38
nog unieker dan de douches, want nergens, echt helemaal nergens in heel Spanje heb ik op dat tijdstip kunnen dineren.
Zo staat elke dag wel een verrassing voor mij klaar op de Camino. Een ontmoeting, een zegenende religieuze en vandaag een fraai stukje Spaans proza van een bevlogen hospitalero en een perfecte douche.
28 mei 2025, dag 29. Ledigos - El Burgo Ranero 33 km. Totaal 820 km.
Ik vertrek in het halfduister samen met Jacqueline die gevraagd heeft of ik een tijdje met haar wil oplopen omdat ze het griezelig vindt om ‘s morgens vroeg alleen in het duister te lopen. Na zes kilometer een prima ontbijt met natuurlijk koffie erbij. Daarna alleen verder en geen gebabbel meer. Kleine appetijtelijke boerendorpjes en zoals dat al dagenlang het geval is uitgestrekte graanvelden, aanvankelijk in een licht glooiend terrein en later weer zo plat als een polder. Steeds vaker een kerk met één of meer ooievaarsnesten.
Onderweg kom ik Ann en Robert tegen. Wij treffen elkaar in de gemeente-herberg van El Burgo Ranero en koken samen een pasta-maaltijd. Een Italiaanse jongeman, Simone, is er ook bij. Hij heeft verstand van pasta koken. Met z’n vieren krijgen we een fles wijn niet op. Iedereen is moe.
29 mei 2025 dag, 30. El Burgo Ranero - León 37 km. Totaal 857 km.
Het pad gaat langs eindeloze graanvelden, rechttoe rechtaan en geflankeerd door bomen die ‘s middags schaduw geven, af en
39
toe onderbroken door een dorp en hoe dichter bij León, hoe rommeliger. Het is 37 kilometer en het wordt warm vandaag: meer dan 30°. Toch heb ik goede hoop dat ik daar aan het eind van de middag aankom, want ik heb uitstekend geslapen, niet gehinderd door gesnurk of wat dan ook en bruis weer van energie. Aan de horizon zie ik bergen verschijnen. Binnenkort is het afgelopen met de vlakke Meseta en de kaarsrechte paden langs stille asfaltwegen.
Leon! Eindelijk weer eens een fatsoenlijke supermarkt met vers sinaasappelsap, salades, verse aardbeien en yoghurt, allemaal gezonde dingen die op het platteland niet zo makkelijk te krijgen zijn en een Chinese megawinkel waar ik voor een paar euro een sombrero koop om m’n oren en neus tegen verdere ontvellingen te beschermen. Ik krijg een tip voor Albergue de Peregrinos de las Benedictinas in het centrum, gelieerd aan een benedictijner klooster. Ik wordt verwelkomd door een vriendelijke hospitalera en krijg een knuffel van moeder-overste. Direct na mijn binnenkomst vindt een groepsontvangst plaats: thee of koffie met een koekje en een toespraak van moeder-overste. Zij nodigt iedereen uit, iets te zeggen. Ik dank de goede God dat die er altijd is. De Camino op z’n roomse best en ik geniet ervan. Ann en Robert zijn er ook evenals Simone. Ik heb hem al eerder genoemd, een hele lieve attente vent van even in de dertig.
’s Avonds de stad in voor twee dingen: een merino T-shirt en een biertje zonder alcohol op het terras voor de kathedraal. Beide
40
missies slagen. Ik vraag een man, die alleen aan een tafel zit, of ik aan kan schuiven. Hij heet Ray en komt uit Australië en loopt ook op de Camino. We hebben een leuk gesprek. Voor sluitingstijd terug naar het klooster. In de slaapzaal naast de mijne ontstaat een hevig rumoer. Kennelijk is iemand bestolen of wordt iemand beticht van diefstal, ik kan het niet volgen. Dat is dan weer de Camino op z’n slechtst. Na een kwartier is de zaak gesust, stopt het geschreeuw en kunnen we gaan slapen. De eerste snurkers melden zich reeds.
30 mei 2025, dag 31. León - Villar de Mazarife, 22 km. Totaal 879 km.
Laat gaan slapen na het rumoer van gisteren en vroeg weer wakker van wekkers om vijf uur. Ik ga niet uitgerust van start. De schoonheid van het centrum van León is er niet minder om. De drukte op de weg als je León binnenloopt is niets vergeleken met de tien kilometer onaantrekkelijke chaos als je de stad weer uitloopt. Ik loop een bakkerij binnen en koop daar een empanada. De bakker, een joviale vent, geeft me een balletje cadeau. Het blijkt een soort mini-empanada te zijn. Zo’n gebaar vergoedt de zooi op en langs de weg. Met een alternatieve route vermijd ik vijfentwintig kilometer langs een heel drukke weg en loop ik langs buien door een afwisselend landschap en enkele dorpjes naar mijn hostel annex bar, Tio Pepe, waar ik vlak voor een onweersbui droog aankom. Mijn kamer heeft twee stapelbedden. De overige drie plekken blijven leeg, goed om met een ongestoorde siësta het slaaptekort wat aan te vullen.
41
Gezellig is anders, maar ik tel mijn zegeningen: de buien hebben mij ontzien, de route was aangenaam, onderweg kon ik in een stil dorp een goede lunch krijgen en het onweer kwam pas toen ik onder de pannen was.
31 mei 2025, dag 32. Villar de Mazarife - Astorga 31 km. Totaal 910 km.
Op drie bananen, een kop koffie en een halve liter water loop ik het dorp uit. Dat duurt niet lang: drie straten en het boerenland ligt aan mijn voeten. Aan weerszijden van de stille asfaltweg zijn slootjes met kwakende kikkers in het vlakke land waar overal landbouwmachines aan het werk zijn: ploegen, eggen en zaaien. Talloze tractoren kruipen traag door het land. Kleine dorpen waar allerhande landbouwwerktuigen in de straten staan geparkeerd en waar koffie en eten te krijgen is. Na zeventien kilometer komen de heuvels. Een donativo terras in de schaduw is een heerlijke plek om even te rusten. Na León is het drukker geworden.
Albergue de Peregrinos Siervas de Maria in Astorga is groot en ouderwets. Kofferpelgrims zijn hier niet welkom. Dat alleen al is voldoende om hier te willen overnachten en dan hebben we het niet eens over de prijs. Het is wel grappig, dat uitgerekend voor deze albergue een beeld staat van een pelgrim, die een koffer met zich meezeult. De ontvangst is vriendelijk en de douches doen het goed. Zelfs het putje is niet verstopt. Voor een paar euro zijn al mijn kleren gewassen. Ze drogen razend snel in de zon en de wind. Ik slaap in een gezellig klein kamertje met drie anderen. Verder geen opwindende zaken en ook vandaag weer
42
geen kandidaten voor de blijde boodschap van het witte konijn, dus dat was het dan voor deze keer.
1 juni 2025, dag 33. Astorga - El Acebo 37 km. Totaal 947 km.
Het centrum van Astorga is mooi, maar het duurt niet lang of de troosteloosheid van de buitenwijken met als triest hoogtepunt de kitsch-kerk van Holy Gaudi jaagt mij gezwind de stad uit. Daar is het wel zo aantrekkelijk. Heuvels en landerijen. Daarna begeef ik mij in het Oostenrijk van de Camino: bergen, zelfs één waar sneeuw op ligt en bossen met om de paar kilometer toeristisch opgepoetste dorpjes met cafés en terrassen met ‘lekkere’ muziek. Kleine rugzakken met plastic schelpjes, mountainbikers in snelle pakjes met groen spiegelende zonnebrillen op de pet, kleurige fietsen met accu’s, groepjes kwetterende meisjes met lange bruine benen, grote borden die je albergues beloven met zwembad en keuzemenu.
Nadat ik op een terras deze woorden genoteerd heb, word ik door Paulo Coelho op m’n vingers getikt met een tekst op een bordje van leisteen bij een kleurig huis:
‘De moeilijkste beproevingen op het spirituele pad zijn het geduld om te wachten op het juiste, en de moed om niet teleurgesteld te zijn door wat we vinden.’
Tien kilometer verder plaagt San Tiago mij door precies op het moment dat op een terras mijn lunch geserveerd wordt harde muziek aan te zetten.
Het beroemde ijzeren kruis laat mij onberoerd. Het staat er in de namiddag verlaten bij. Ik doneer er een wit minikonijn. Iets
43
beters kan ik niet verzinnen. Ik klaag wat in mijzelf, dat ik geen leuke mensen tegenkom. Meteen daarna kom ik telkens leuke mensen tegen. Mijn beoogde albergue zit dicht. Had ik mijn regel gerespecteerd, dat ik na vijfentwintig kilometer kijk welke herberg mij kan hebben dan was het bij zesentwintig kilometer gebleven. Nu is het dus elf kilometer meer geworden, maar het leverde wel verrassende ontmoetingen op, vooral de Italiaanse Simone, die dus ook 37 kilometer gelopen heeft en die ik elke avond zie of ik nu twintig of veertig kilometer loop. Wij begroeten elkaar hartelijk alsof hij een zoon van mij is. Mijn Poolse Engels sprekende kamergenoot van afgelopen nacht, die per dag minstens 40 kilometer loopt tref ik aan in het restaurant waar ik dineer. Ik nodig mijzelf bij hem aan tafel aan. San Tiago plaagt niet alleen.
2 juni 2025, dag 34. El Acebo - Villafranca del Bierzo 40 km. Totaal 987 km.
Negen kilometer lang afdalen over een keienpad door een schitterend berglandschap, hier en daar geel gekleurd van de brem die nu volop bloeit. Het pad passeert enkele romantische dorpjes. In Molinaseca is direct na de mooie oude Romeinse brug koffie en een broodje op een terras. Daarna volgt een lang vlak stuk door stedelijk gebied. Ik moet m’n best doen om er niet van alles van te vinden. Eindelijk na zevenentwintig kilometer loop ik weer in de natuur. Vogelgeluiden, wijngaarden, bosjes, gras, beekjes, bloemengeuren en een glooiend landschap. Ik merk dat het mij onmiddellijk ontspant.
44
Albergue Leo is mijn doel van vandaag. Daar heb ik wel veertig kilometer voor over. Moeder Mercedes en dochter Maria herkennen mij van vorig jaar en zij herinneren zich mijn mail waarin ik een rekeningnummer vroeg, omdat de betaling erbij ingeschoten was. De begroeting is hartelijk en Maria doet haar best om een bed voor mij te regelen. Intussen eet ik op een terras met Boris en een jongedame waarvan ik de naam niet meer weet en die ik een paar keer eerder heb gezien. Ik mag weer op de zolder van het prachtige huis slapen, net als vorig jaar. We maken foto’s en nemen afscheid met een knuffel voor ik naar bed ga, want bij het vertrek morgenochtend zie ik deze lieve gastvrouwen niet. Ik ben dik tevreden over deze dag.
3 juni 2025, dag 35. Villafranca del Bierzo - La Faba 25 km. Totaal 1012 km.
De dag begint goed. Een praatje met Pierre uit Canada en Nancy uit Frankrijk terwijl wij door een canyon lopen met een ruisende rivier en oude en nieuwe wegen. Ik adviseer hen naar la Faba te gaan.
Bomen, weides, kleine deels vervallen dorpjes en zingende vogels, koffie op zijn tijd. Het is allemaal weer prachtig en heerlijk. Een gezellig gesprek op een terras met Thijs, 74 jaar, die helemaal uit Nederland is komen fietsen. Fietsers zijn door de bank genomen geen prototypische pelgrims. Ik kwam een Nederlandse fietser tegen op het voetpad, die agressief reageerde toen ik daar een opmerking over maakte. Een andere fietser nam de tijd om mij onvriendelijk te zeggen dat ik te veel
45
ruimte innam op het pad. Thijs is een uitzondering. Hij is gezellig, heeft geen haast en geniet als een pelgrim.
Albergue de Peregrinos de la Faba ligt op een stille plek midden in het groen. Je moet daarvoor een steil pad omhoog lopen maar dan krijg je wel een mooie rustige albergue op een paradijselijke plek met gemotiveerd publiek want hier kun je niet reserveren. De twee vrijwillige hospitalera’s zorgen voor een vriendelijke ontvangst. Zij krijgen mijn konijnenverhaal. Het laatste onderbed wordt mij gegund, achterin de slaapzaal, dus geen nachtelijk verkeer langs mijn bedje. Beter kan het niet. Ik zit een tijdlang stil in de kapel van de herberg. Als ik wegga zie ik de zon op dat moment door een spleet in de muur het altaar verlichten. Ik vindt dat magisch en steek een kaars aan. Nancy en Pierre zijn hier ook. Zij zijn blij met mijn advies.
4 juni 2025, dag 36. La Faba - Triacastela 26 km. Totaal 1038 km.
‘s Morgens in de ontbijtkeuken komt één van de twee hospitalera’s naar mij toe en hangt een houten beeldje van een pelgrim om mijn nek. Zij verklaart, dat ik een bijzondere pelgrim ben, vandaar. Direct daarna praat ik even met Thom en Lisa, Amerikanen. Zij dachten in O Cebreiro hun Camino te starten. Daar was alles volgeboekt. Zo kwamen zij voor hun eerste nacht in La Faba terecht, voor hun gevoel een meer passende plek vanwege hun religieuze motivatie. Het voelt ook dat wij elkaar hier moesten ontmoeten. Thom is geïnteresseerd in het boek
46
dat ik probeer te schrijven. Hij schrijft zelf voor een krant, dus wie weet wat daaruit voortvloeit.
De tocht van La Faba naar Triacastela is in één woord fabelachtig. Miezerregen, bloemen, bergen, vogels, wolken, zon, stijgen, dalen, vergezichten, boerendorpen, koeienstront, onbeschrijfelijk mooi. Mijn Italiaanse vriend Simone komt opdagen en de Australische Angela. Wij vinden makkelijk een goede kleine herberg en eten samen. Het geluk was vandaag opnieuw geheel aan mijn kant.
5 juni 2025, dag 37. Triacastela - Paradela 31 km. Totaal 1069 km.
Het gaat maar door: omhoog, omlaag, omhoog, omlaag in een prachtig groen landschap. Halverwege een lange stop bij een donativo-terras waar de essentie van de camino fysiek vormgegeven wordt door Sai en Paulina. Met Sai heb ik een goed gesprek over de magie van het witte konijn. Ik laat enkele minikonijnen achter.
Ik loop op met Simone de Italiaan en vind na iets te veel kilometers een keurige, wat stijve, moderne, sfeerloze en relatief dure albergue een bed vlakbij de honderd kilometerpaal. En verder was het weer een mooie dag.
6 juni 2025, dag 38. Paradela - Ligonde 25 km. Totaal 1094 km.
Deze dag dreigde routineus te verlopen, tot het begon te regenen. Dat was overigens nadat een buitengewoon voedzame maaltijd bestaande uit veel patat, een worst, die niet te eten was
47
maar wel naar binnen werd gewerkt en twee gebakken eieren, alles weggespoeld met cola en sinaasappelsap mijn lusteloosheid verdreven had. Berichten lezen op een telefoon is niet makkelijk als het regent. Gelukkig heb ik altijd een schone witte zakdoek bij de hand om niet alleen mijn bril mee te poetsen of neus te snuiten, het laatste alleen in een bepaald gedeelte, maar ook om het scherm mee droog te vegen. En wat lees ik?
Mijn trouwe Italiaanse Camino-vriend Simone heeft een plek geregeld in Albergue Fuente del Peregrino. Eigenlijk was de herberg completo. Voor ons worden extra slaapplaatsen geïmproviseerd. Ik ontdek, dat ik deze herberg in mijn kaart heb gemerkt en voorzien van een tekst die Nikolaus, een wandelaar die Ellen en ik in 2024 in Muxia ontmoetten, naar mij stuurde. Hij schreef: ‘Mijn meest spirituele ontmoeting vond plaats in Ligonde, zo’n vijftien kilometer voorbij Portomarin. Een hostel gerund door een Amerikaanse kerk. De mensen waren erg gastvrij en ik voelde me er thuis (ook al ben ik niet bij een kerk aangesloten). Misschien heb je de gelegenheid om daar eens langs te komen.’ Heel bijzonder om daar nu ‘zomaar’ te komen. De albergue is van de traditionele religieus georiënteerde soort inclusief een warm welkom door acht vrijwilligers en een gemeenschappelijke maaltijd. Alle kleren gaan in de was. Wat een verschil met die commerciële tent van gisteren! Ik bedank de vrijwilligers aan het eind van de avond met woorden en witte minikonijnen.
48
7 juni 2025, dag 39. Ligonde - Ribadiso de Abaixo 35 km. Totaal 1129 km.
Over deze dag valt niet veel meer te vermelden dan dat ik mij verplaatst heb over 35 kilometer en dat ik mijn vlucht geboekt heb. De albergue is een fraai gerestaureerde buitenplaats bij een riviertje. Een gemeenteambtenaar achter een loket handelt de intake af. Persoonlijk contact heb ik er niet.
8 juni 2025, dag 40. Ribadiso de Abaixo - O Pedrouzo 24 km. Totaal 1153 km.
Na dagen van grijze luchten en af en toe wat regen is de zon gaan schijnen. Het is rustig op de Camino ondanks dat nu zo ongeveer alle wegen naar Santiago zijn samengekomen. Ik zie twee herdenkingsplaatsjes. Een vrouw van 48 en een man van 49 vlak na elkaar en ik realiseer me hoe geweldig het is dat ik hier loop terwijl ik 30 jaar ouder ben dan deze mensen ooit zijn geworden. Ik hoor vogels fluiten, ruik bloesems en koeienstront. Een stille baardman zit geduldig aan houten schelpen te vijlen. Ik koop er één. Mooi zingende Italianen en een zingend stel met een kindje in een draagstoeltje komen voorbij.
Aan een muur is in veel bordjes een filosofische beschouwing opgehangen. Ik loop terug om een foto van de eerste bordjes te nemen. Daar staat een groep mensen te praten: twee stellen en een aantal anderen die elkaar hier voor het eerst ontmoetten en met elkaar aan de praat zijn geraakt. Ik voeg mij bij hen en neem deel aan de discussie. Iemand vraagt hoeveel dagen ik over mijn
49
camino van huis uit deed. Ik geef antwoord op de vraag en zeg erbij dat de statistieken misschien wel interessant zijn maar dat dat voorbij gaat aan de essentie van de Camino en vraag of ik daar iets over mag zeggen. Nou ja, dat mag natuurlijk, en zo kan ik m’n konijnen verhaal weer eens kwijt. Iedereen vindt het een goed verhaal en het levert mij veel knuffels op. Een fotosessie volgt. Bijzonder: mensen die elkaar niet kenden staan daar samen te zijn.
‘s Avonds ga ik eten met Simone en Gabriel. Het kan niet anders: menu del peregrino.
9 juni 2025, dag 41. O Pedrouzo - Santiago de Compostela 19 km. Totaal 1172 km.
De Huiskamer van de Lage Landen in Santiago is een ontmoetingsplek voor pelgrims uit Nederland en Vlaanderen. Hospitalera’s Ingrid Harmina en Clarie zijn daar tot twaalf uur. Daarna nemen twee anderen het over voor de komende veertien dagen. Ik loop als een paard om hen daar op tijd te treffen, trots en blij dat ik zoveel energie heb en ik besluit dan ook al lopend, dat een lange Camino tenminste een uitstekende conditietraining is en alleen al daarom minstens eens per jaar moet worden volbracht, los van de spirituele conditietraining. Zoals ik altijd zeg: de Camino is retraite en sportschool in één. Ik geniet van de laatste kilometers. Het is niet zo druk als andere jaren en de mensen zijn kalm. Ik loop ze voorbij en wens elk een buen Camino. Dit voelt als een feestelijke intocht.
50
Als ik Santiago binnenloop bel ik Ellen en nemen de emoties de overhand. Nou ja, bijna 1200 kilometer, mag het? Jammer dat zij zo ver weg is. Bij het kantoor waar de compostela‘s worden uitgereikt word ik opgewacht door mijn Rotterdamse Compostela-vriendinnen Ingrid Harmina en Clarie. Wat een warme begroeting. Samen lunchen we in de mensa van de universiteit. Voortreffelijk eten voor nog geen negen euro. Na een noodzakelijke siësta naar de mis in de kathedraal met mijn caminovriend Simone, waarna we ten afscheid het cena in Pinario nuttigen. Ik slaap in Seminario Menor, oorspronkelijk een deel van een enorm kloostercomplex. Een prima plek net buiten het centrum. Gewone bedden. Kan ik vast wennen aan thuis. Nu met negen anderen, straks thuis gewoon weer met z’n tweeën.
Dankzij alle ontmoetingen en een warme zonnige dag was ook dit weer een heerlijke dag.
11 juni 2025, Airport Barcelona. Epiloog.
Op weg naar huis, naar mijn lief en luxe leventje lees ik mijn verhalen achterelkaar en ik kan maar één ding zeggen: hoe verbazend dat ik dit allemaal heb meegemaakt. Wat zou het mooi zijn als door dit verhaal één iemand besloot om ook zoiets te doen en herhaal wat ik eerder zei: je hoeft er geen atleet voor te zijn of jonge god en ook dat je nooit alleen loopt.
Grote dank aan iedereen die deze lange wandeling mogelijk maakte. In de eerste plaats Ellen, die mij zo ruimhartig
51
eenenveertig dagen aan de Camino afstond en alles heeft gedaan om elk schuldgevoel bij mij over zoveel ontrouw te voorkomen waar zij, vooral als ik in de toeristenmodus zat, niet helemaal in slaagde. Verder veel dank aan degenen die mijn Polarsteps trouw volgden en vaak van stimulerende reacties voorzagen. Elke dag even kijken naar hun reacties hielp om verder te gaan en te schrijven. Ook dank aan andere pelgrims voor een vriendelijk woord of veel meer, de vrijwilligers die gele pijlen verfden, ook al was het blijkens een bijna totale verwering van de verf een eeuw geleden, en alle hospitalero’s en hospitalera’s die klaarstonden om mij een bedje te bezorgen en waarvan sommigen veel meer deden dan dat. Niet in de laatste plaats: dank aan de boodschapper van het Universum en smid van vriendschapsbanden voor kortere of langere tijd, het Witte Konijn.
teksten: © Willem Gerritsen
foto's: © Willem Gerritsen